5. Victron producten aansluiten
5.1. AC belasting bewaking
Aan alle ondersteunde energiemeter types kan de rol van AC meter worden toegewezen.
Om dit te doen, ga naar: Instellingen → →Integraties Energiemeters via RS485 → [de_energie_meter] → Rol en selecteer AC meter als de rol (alternatieven zijn Net, PV omvormer en Aggregaat).
Opmerking
Houd er rekening mee dat dergelijke gemeten belastingen niet worden gebruikt voor berekeningen, maar alleen voor bewaking.
5.2. Accubewakers, MPPT's, Orion XS en Smart IP43 laders met een VE.Direct poort
Apparaten met een VE.Direct poort, zoals BMV accumonitoren, MPPT PV laders, Orion XS en Smart IP43 laders, kunnen via VE.Direct rechtstreeks worden aangesloten op een GX apparaat.
Er zijn twee VE.Direct kabel types beschikbaar:
Rechte VE.Direct kabels onderdeelnr. ASS030530xxx
Haakse VE.Direct kabels - Onderdeelnr. ASS030531xxx, ontworpen om de diepte achter montage panelen te minimaliseren
Opmerking
VE.Direct kabels hebben een maximale lengte van 10 m en kunnen niet worden verlengd. Gebruik voor langere afstanden een VE.Direct naar USB interface met een actieve USB verlengkabel.
VE.Direct naar VE.Can interface (beperkt gebruik)
De interface VE.Direct naar VE.Can kan alleen worden gebruikt met:
BMV-700
BMV-702
Niet compatibel met:
BMV-712
MPPT PV laders
VE.Direct omvormers
Deze interface zet gegevens voor die apparaten niet om in CAN-bus berichten.
Bij gebruik van de VE.Direct naar VE.Can interface:
Zorg ervoor dat het VE.Can netwerk is afgesloten en van stroom wordt voorzien.
Raadpleeg V17 in de Victron Data Communication Whitepaper voor voedingsinstructies.
Opmerking
Deze interface is verouderd en wordt niet aanbevolen voor nieuwe installaties.
Meer VE.Direct apparaten aansluiten op de NGX dan de fysieke VE.Direct poorten
Als er meer VE.Direct apparaten moeten worden aangesloten dan er VE.Direct poorten zijn, zijn de volgende opties beschikbaar:
Gebruik de VE.Direct naar USB interface.
Gebruik een USB hub als er meer poorten vereist zijn.
Raadpleeg de sectie Overzicht van aansluitingen voor meer informatie over het maximum aantal VE.Direct apparaten dan kan worden aangesloten.
Opmerkingen over vroegere VE.Direct MPPT's
Sommige oudere modellen, zoals de MPPT 70/15, zijn niet compatibel met GX apparaten tenzij ze voldoen aan een minimale hardware revisie:
Het apparaat moet van jaar/week 1308 of later zijn.
Het bijwerken van de firmware lost de incompatibiliteit van eerdere modellen niet op.
Om het model te identificeren:
Controleer het serienummer dat op het etiket aan de achterkant staat.
Voorbeeld: HQ1309DER4F betekent 2013, week 09, dat compatibel is.
5.2.1. DC belasting bewakingmodus
Een SmartShunt of BMV-712 kan gebruikt worden om afzonderlijke gelijkstroomcircuits te bewaken in plaats van het volledige accusysteem. Om dit te doen, wijzig dan met VictronConnect de instelling van de bewakingsmodus van accubewaker naar DC energiemeter.
Beschikbare DC meter types
Zodra de modus DC energiemeter is geselecteerd, kunnen de volgende types worden toegewezen in VictronConnect:
Bronnen: PV lader, Wind lader, As aggregaat, Dynamo, Brandstofcel, Water aggregaat, DC-DC lader, AC lader, Generieke bron
Belastingen: Generieke belasting, Elektrische aandrijving, Koelkast, Waterpomp, Lenspomp, GDC systeem, Omvormer, Boiler
Integratie met GX apparaten
Indien aangesloten op de Nucleo GX, wordt het geselecteerde meter type samen met de stroom (A) en het vermogen (W) weergegeven in de gebruikersinterface en verzonden naar het VRM Portaal voor remote bewaking.
Speciaal geval: Type ”DC Systeem"
Als het ingesteld is als het “DC systeem” type, dan NGX biedt meer functionaliteit dan alleen dataloggen:
De vermogensweergave van het DC systeem verzamelt de meetwaarden van alle SmartShunts die zijn ingesteld met het DC systeem type. Dit ondersteunt systemen op meerdere locaties, bijvoorbeeld DC systemen in beide rompen van een catamaran.
DVCC Laadstroom begrenzing wordt dynamisch aangepast: Het GX apparaat compenseert voor DC belastingen bij het instellen van laadstroom limieten voor Multi's, Quattro's en PV laders. Bijvoorbeeld:
Als een DC belasting van 50 A gemeten wordt
En de accu meldt een CCL (Charge Current Limit) van 25 A
Vervolgens stelt het systeem een limiet van 75 A in op de laadbronnen → Dit resulteert in geoptimaliseerd laadgedrag voor jachten, campers, touringcars en andere systemen met aanzienlijke DC belastingen.
Opmerkingen en beperkingen:
Deze functie wordt alleen ondersteund door SmartShunt en BMV-712. De functie is niet beschikbaar op de BMV-700 of BMV-702.
De bewakingsmodus moet met VictronConnect rechtstreeks op de SmartShunt of BMV-712 worden ingesteld. Raadpleeg voor installatie instructies de BMV-712 of SmartShunt producthandleiding op de accubewaker productpagina
Deze nieuwe types worden niet door de NMEA 2000 uit functie ondersteund. Als er bijvoorbeeld een SmartShunt ingesteld wordt om een dynamo te bewaken, dan zijn die gegevens niet beschikbaar in NMEA 2000.
5.3. VE.Can apparaten
Gebruik een standaard RJ45 UTP kabel om een product met een VE.Can poort aan te sluiten. (Verkrijgbaar met rechte en haakse connector)
Belangrijk:
Sluit het VE.Can netwerk aan beide uiteinden af met een VE.Can afsluiter. Bij elk VE.Can product wordt een zakje met twee afsluiters geleverd. Bijkomende afsluiters zijn apart beschikbaar.
Compatibiliteit opmerkingen
De MPPT 150/70 moet firmware v2.00 of nieuwer hebben om met GX apparaten te kunnen werken.
Een Skylla-i bedieningspaneel en een Ion bedieningspaneel kunnen samen worden gebruikt met GX apparaten.
Alle VE.Can apparaten leveren stroom aan het VE.Can netwerk, dus er is geen aparte VE.Can voeding nodig.
Protocolomzetters (bv. VE.Bus naar VE.Can interface, BMV naar VE.Can interface) voeden het VE.Can netwerk niet.
VictronConnect-Remote (VC-R) ondersteuning
De volgende VE.Can producten ondersteunen VictronConnect-Remote (VC-R), waardoor instellen en bewaking via VRM mogelijk is. Lees de VictronConnect handleiding voor meer details.
VE.Can product | VC-R | Opmerkingen |
|---|---|---|
Lynx Shunt VE.Can | Ja | - |
Lynx Smart BMS, Lynx BMS NG | Ja | - |
Inverter RS, Multi RS en MPPT RS | Ja | Ze hebben ook VE.Direct maar moeten verbonden worden via VE.Can voor VC-R |
Blue/Smart Solar VE.Can MPPT's [1] | Ja | Tr- en MC4 modellen |
Skylla-i en Skylla-IP44/-IP65 | Ja | Vereist firmware v1.11 |
[1] Alle VE.Can PV laders, behalve de zeer oude (grote rechthoekige kast met beeldscherm) BlueSolar MPPT VE.Can 150/70 en 150/85 | ||
5.4. VE.Can Interfaces
De Nucleo GX heeft twee volledig functionele VE.Can poorten. Ze zijn onafhankelijk van een gegevens- en verbonden apparaat perspectief. Eén heeft de tekst VE.Can 1en is galvanisch geïsoleerd, de andere heeft de tekst Can 2 en is niet geïsoleerd.
2 × Volledig instelbare VE.Can poorten (VE.Can 1 is geïsoleerd)
Beide poorten kunnen ingesteld worden op:
VE.Can (250 kbit/sec., standaard)
BMS-Can (500 kbit/sec.)
CAN-bus BMS (250 kbit/s)
Andere ondersteunde CAN profielen zoals RV-C
Gebruiksrichtlijn
VE.Can (250 kbit/sec., standaard)
Voor Victron apparaten zoals:
VE.Can MPPT's
Skylla-IP65
Lynx Shunt VE.Can
Lynx Smart BMS en Lynx Smart BMS NG
Sluit beide uiteinden af met de meegeleverde VE.Can afsluiters
BMS-Can (500 kbit/sec.)
Voor beheerde lithium accu's (bv. BYD, Pylontech, Freedomwon)
Sluit af op het GX apparaat met de meegeleverde afsluiter
Volg de instructies van de accufabrikant voor het afsluiten aan de accu zijde
Belangrijk
VE.Can en BMS-Can mogen dezelfde bus niet delen
Als beide nodig zijn, gebruik dan een GX apparaat met twee aparte CAN-bussen (bijvoorbeeld Cerbo GX MK2 of Ekrano GX)
Poort instelling
Toegang via Remote Console:
Instellingen → Connectiviteit → VE.Can Poort 1 / 2 → CAN-bus profiel
Standaard instellingen:
VE.Can: 250 kbit/sec.
Opmerkingen
Sommige BMS apparaten gebruiken CAN-bus BMS profiel op (250 kbit/sec.). Sluit deze aan op een VE.Can poort en stel het juiste profiel in (VE.Can & CAN-bus BMS (250 kbit/sec.).
Gebruik alleen accu's die op de compatibiliteitslijst van Victron staan om een goede communicatie te garanderen. Andere accu's worden niet ondersteund.
5.5. Inverter RS, Multi RS en MPPT RS
De Inverter RS, Inverter RS Solar en Multi RS zijn uitgerust met zowel VE.Direct als VE.Can interfaces. Voor deze producten geldt echter:
Een GX apparaat moet verbonden worden via VE.Can.
VE.Direct kan niet worden gebruikt om deze apparaten op een GX systeem aan te sluiten.
De VE.Direct interface op deze modellen is uitsluitend bedoeld voor programmeren met behulp van een VE.Direct naar USB adapter.
Uitzondering: MPPT RS
De MPPT RS kan worden aangesloten op een GX apparaat via VE.Direct of VE.Can, afhankelijk van de systeem vereisten en beschikbare poorten.
5.6. BMV-600 serie
Sluit de BMV-600 aan met behulp van de VE.Direct naar BMV 60xS kabel. (ASS0305322xx).
5.7. DC Link Box
Sluit de DC Link Box aan met behulp van de meegeleverde RJ12 kabel. Sluit vervolgens de BMV-700 aan op de NGX.
5.8. VE.Can Resistive Tank Sender adapter
Raadpleeg de VE.Can Resistive Tank Sender adapter productpagina voor meer informatie over de adapter.
Aansluit richtlijnen
Gebruik een standaard RJ45 UTP kabel om de adapter aan te sluiten op een VE.Can netwerk.
Sluit het VE.Can netwerk aan beide uiteinden af met VE.Can afsluiters.
Bij elk VE.Can product wordt een zakje met twee afsluiters geleverd.
Extra afsluiters zijn apart beschikbaar (onderdeelnr. ASS030700000).
Zorg ervoor dat de CAN-bus van stroom wordt voorzien.
Raadpleeg het Hoofdstuk Voeding in de handleiding van de Tank Sender Adapter voor meer informatie.
5.9. Een GX Tank 140 aansluiten
De GX Tank 140 is een accessoire voor de Victron GX reeks van systeem bewakingsproducten. Het ondersteunt maximaal vier tankniveau sensoren, waarbij de meetwaarden lokaal zichtbaar zijn op het GX apparaat en op afstand via het VRM Portaal.
Invoer compatibiliteit De GX Tank 140 ondersteunt:
Aansluiting en voeding
Instel opties
Raadpleeg, voor volledige technische details, naar de documentatie die beschikbaar is op de GX Tank 140 productpagina. | ![]() |
5.10. Victron Energy Meter VM-3P75CT
De Victron VM-3P75CT is een veelzijdige energiemeter voor het bewaken van 1-fase en 3-fasen vermogen en energieverbruik. Het kan gebruikt worden om het volgende te meten:
Net aansluiting (bij de verdeelkast)
PV omvormer uitgang
Aggregaat (AC aggregaat) uitgang
Omvormer of omvormer/acculader uitgang
De meter berekent vermogenswaarden voor elke fase en verzendt de gegevens met een hoge verversingssnelheid via VE.Can of Ethernet.
Belangrijkste functies
Dubbele communicatie opties: VE.Can en Ethernet
Gegevens zijn te bekijken op het GX apparaat,VictronConnect en hetVRM-portaal
Stroomtransformatoren met gesplitste kern voor eenvoudige, niet invasieve installatie
Installatie
Volg de installatie procedure zoals beschreven in de handleiding van de VM-3P75CT energiemeter.
Zorg ervoor dat de energiemeter zich op hetzelfde lokale netwerk bevindt als het GX apparaat bij gebruik van Ethernet.
VE.Can aansluiting: Plug-and-play. Geen handmatige activering vereist.
Ethernet verbinding: Na de eerste installatie moet de energiemeter worden geactiveerd:
Ga in het GX apparaat menu naar Instellingen → Integraties → Modbus-apparaten → Ontdekte apparaten en schakel de ontdekte energiemeter in; de energiemeter is standaard uitgeschakeld bij eerste installatie en inschakeling. | |
De VM-3P75CT wordt dan zichtbaar in de apparaatlijst en kan vanaf daar worden bewaakt. Raadpleeg de handleiding van de energiemeter voor meer details. |
5.11. EV Charging Station
Het EV-laadstation en EV-laadstation NS, met zowel 3-fasen en 1-fase laad mogelijkheden integreert naadloos in de Victron omgeving met de GX apparaatverbinding via WiFi. Bediening en bewaking worden eenvoudig beheerd via Bluetooth met behulp van de VictronConnect app.
Installeer en stel het EVCS in volgens de instructies in de EV Charging Station handleiding. Zorg ervoor dat:
Communicatie met het GX apparaat is ingeschakeld.
Het EVCS en GX apparaat zijn verbonden met hetzelfde lokale netwerk.
Instellingen GX apparaat
Opmerking: EV Charging Stations die zijn aangesloten voordat het GX apparaat is bijgewerkt naar firmware versie 3.12 worden automatisch geactiveerd. Nieuwe apparaten moeten handmatig worden ingeschakeld via het bovenstaande menu. Eenmaal geactiveerd verschijnt de EVCS in de Apparatenlijst, waar het bewaakt en bestuurd kan worden. Raadpleeg voor meer informatie de EV Charging Station handleiding. Besturing van de EVCS is ook beschikbaar via het besturingspaneel door te tikken op de besturingspaneel toets | |
5.12. GX IO-Extender 150
De GX IO-Extender 150 is een met USB verbonden uitbreidingsmodule die de beschikbare IO poorten van GX apparaten zoals de Ekrano GX, Nucleo GX en Cerbo GX uitbreidt.
Het overbrugt de opening tussen het GX apparaat en de buitenwereld en creëert eindeloze mogelijkheden voor bewaking, besturing en automatisering.
Kenmerken
8 digitale IO's, instelbaar zoals in twee reeksen van vier als ingangen of uitgangen (via DIP schakelaar).
4 PWM-poorten, 0 tot 5 V met 0,05 V stappen voor apparaatregeling.
2 vergrendelende relais die hun status behouden, zelfs als de spanning uitvalt.
1 vaste schakelaar met bat-, belasting en bat+ aansluitingen voor schakelvereisten.
De plug-and-play USB verbinding maakt de installatie moeiteloos. De GX IO-Extender 150 wordt gewoon op een beschikbare USB poort van het GX apparaat aangesloten en de in-/uitgangen, PWMs en relais komen onmiddellijk beschikbaar voor het systeem.
Of er nu een complexe zelfvoorzienende PV-installatie beheerd wordt, een elektrisch systeem op zee of een industriële back-upvermogenoplossing, de GX IO-Extender 150 breidt de mogelijkheden uit om aan specifieke vereisten te voldoen:
Bewaak extra sensoren en apparatuur
Bestuur externe apparaten met precisie
Automatiseer complexe systeem reacties
Implementeer geperfectioneerde besturingslogica
The GX IO-Extender is niet bedoeld om gebruikt te worden voor algemene belastingsschakeling, maar eerder voor signalering. De relais en vaste schakelaar hebben lage stroom waarden die variëren afhankelijk van de gebruikte spanning. Compatibele producten zoals die van Energy Solutions (VK), Garmin (VS) en Safiery, en anderen zijn beter geschikt voor algemene schakeltoepassingen.
Installatie
Raadpleeg voor installatiegegevens en technische specificaties naar de GX IO-Extender 150 handleiding.
Instelling GX apparaat
Zodra de GX IO-Extender 150 is aangesloten en van stroom is voorzien, verschijnt deze in de apparatenlijst op het GX apparaat. De pagina van het GX IO-Extender apparaat toont het volgende:
Met een speciaal instellingenmenu kan elke uitgang afzonderlijk worden ingesteld. Op elke individuele uitgang pagina in het instellingenmenu zijn de volgende opties beschikbaar:
| ![]() ![]() ![]() |
Groepering uitgangen
Elke uitgang kan gegroepeerd worden door een groepsnaam toe te wijzen op de instellingen pagina van het kanaal. Uitgangen met dezelfde groepsnaam worden samen weergegeven in één enkele groepskaart op het schakelpaneel. Dit maakt het eenvoudig om gerelateerde uitgangen te combineren, bijvoorbeeld groeperen van alle verlichtingsuitgangen onder één tegel. Kanalen zonder een groepsnaam verschijnen in een kaart, gelabeld met de modulenaam. | ![]() |





