6. Probleemoplossing
6.1. LED's, waarschuwingen, alarm- en foutcodes
LED's
De accu is uitgerust met twee indicator LED’s: de Bluetooth Status LED en de Fout LED. Deze LED's geven de huidige bedrijfstoestand van de accu aan en signaleren eventuele waarschuwingen of storingen. |
De volgende tabellen vermelden alle LED aanduidingen en hun betekenissen.
Bluetooth Status LED | Omschrijving |
|---|---|
Uit | De accu wordt omgeschakeld of Bluetooth is uitgeschakeld in de VictronConnect app. |
Blauw aan | Een Bluetooth apparaat is verbonden. |
Blauw knipperend: | Bluetooth is actief, maar er is geen apparaat verbonden. |
Fout-LED | Omschrijving |
|---|---|
Uit | Geen waarschuwing/alarm/fout actief. |
Rood knipperend | Een waarschuwing is actief. |
Rood ingeschakeld | Een alarm en/of fout is actief. |
Tijdens het bijwerken van de firmware knipperen de Bluetooth- en fout LED's tegelijkertijd, wat aangeeft dat het bijwerken bezig is.
Waarschuwingen, alarmen en foutcodes
|
Waarschuwingscodes
Waarschuwingscode VictronConnect | Omschrijving | Instructies / Opmerkingen |
|---|---|---|
W-B01 | Lage celspanning | Laad de accu op of verminder de belasting om een dreigende systeemuitschakeling te voorkomen. |
W-B02 | Hoge stroom | Verminder de stroom om een dreigende systeemuitschakeling te voorkomen. Doe dit door de belasting te verminderen of door belastingen uit te schakelen. |
W-B06 | Belasting zal losgekoppeld worden | De belastingen worden na 30 seconden uitgeschakeld als de storing niet is verholpen, bijvoorbeeld door lage accuspanning. Deze waarschuwing wordt altijd samen met de reden voor de dreigende ontkoppeling van de lading weergegeven. |
W-B07 | Lage laadtoestand | Laad de accu op of verminder de belasting om een dreigende systeemuitschakeling te voorkomen. |
W-B11 | Cellguard firmware kan niet bijgewerkt worden | Volg het herstel document (Cellguard kon niet in de bootloader modus komen en moest opnieuw worden opgestart) |
Alarmcodes
Alarmcode VictronConnect | Omschrijving | Instructies / Opmerkingen |
|---|---|---|
A-B01 | Lage celspanning | Accu opladen. Het systeem zal de belastingen weer inschakelen als de accu voldoende is opgeladen. |
A-B02 | Hoge stroom | Verminder laadstroom of schakel enkele belastingen uit. Het systeem probeert laders of belastingen binnen 5 minuten opnieuw in te schakelen. |
A-B03 | Hoge BMS-temperatuur | |
A-B06 | Belasting losgekoppeld | De belastingen zijn via het ATD contact uitgeschakeld. Los dit alarm op door de accu te laden. Als dit niet wordt opgelost, opent de magneetschakelaar uiteindelijk en het DC systeem wordt losgekoppeld. |
A-B07 | Lage laadtoestand | Accu opladen. Het systeem zal de belastingen weer inschakelen als de accu voldoende is opgeladen. |
A-B08 | Lage bankspanning | Laad accu. Het systeem zal de belastingen weer inschakelen als de accu voldoende is opgeladen. |
A-B09 | Hoge accutemperatuur | De accutemperatuur is te hoog voor opladen. Probeer de omgevingstemperatuur te verlagen. |
A-B13 | Lage accutemperatuur | Probeer de omgevingstemperatuur te verhogen. |
Foutcodes
Foutcode VictronConnect | Omschrijving | Instructies / Opmerkingen |
|---|---|---|
E-B11 | Hardwarefout | Neem contact op met de Victron leverancier. |
E-B25 | Voorlaadfout | De belastingsweerstand is te laag om de belastingen voor te laden. Ontkoppel of verminder enige DC belastingen. |
E-B35 | Voorlaad time-out | Het belastingsvermogen is te hoog voor voorladen. Ontkoppel enige DC belastingen. |
E-B36 | ATC/ATD storing | Controleer de ATC/ATD bedrading en zorg ervoor dat alle belastingen en acculaders worden beheerd door de ATC of ATD. |
E-B42 | Hoge celspanning | |
E-B43 | Extern ontkoppelsignaal | SuperPack extern signaal geactiveerd. |
E-B44 | Accu beveiligingsslot | Actief als er een celspanning gedurende meer dan 30 seconden onder 1,85 V ligt. Zowel laden als ontladen worden in dit geval uitgeschakeld. Kan alleen worden gereset door de stroom uit en weer in te schakelen. |
E-B116 | Kalibratie verloren | Neem contact op met de leverancier. |
E-B119 | Instellingen gegevens zijn verloren | Instellingen gegevens zijn beschadigd. Ga naar de instellingen pagina en stel de standaardwaarden opnieuw in. |
6.2. Zelfherstellende beschermingsmechanismen
De SuperPack NG accu bevat verschillende beveiligingsmechanismen die het laden en/of ontladen automatisch uitschakelen als er onveilige omstandigheden worden gedetecteerd. In de meeste gevallen probeert de accu automatisch te herstellen zodra de storing is verholpen. In deze rubriek wordt uitgelegd hoe deze zelfherstellende beveiligingen werken en wanneer handmatig ingrijpen nodig is.
Bescherming tegen kortsluiting
Een kortsluiting wordt gedetecteerd en onderbroken door de bescherming tegen kortsluiting. Als dit gebeurt, probeert de firmware automatisch te herstellen door een voorlaad procedure uit te voeren.
De accu voert maximaal drie pogingen tot voorladen uit, met een pauze van 30 seconden tussen elke poging.
Als na drie pogingen de kortsluiting nog steeds aanwezig is en de uitgangsspanning niet stijgt, wordt een voorlaad fout (E-B25) gegenereerd. In deze status worden zowel laden als ontladen uitgeschakeld.
Als de kortsluiting later wordt verwijderd (de belastingsspanning daalt onder de gedefinieerde drempelwaarde), worden het laden en ontladen automatisch opnieuw ingeschakeld.
Als tijdens de herstel pogingen de uitgangsspanning wel stijgt, maar de normale werking niet volledig kan worden hersteld, wordt een time-out voor het voorladen gegenereerd. In dit geval wordt ontladen uitgeschakeld, terwijl laden nog steeds is toegestaan.
Na een time-out voor het voorladen wacht de accu 10 minuten voordat de voorlaad procedure wordt herhaald (drie pogingen). Deze cyclus wordt automatisch herhaald tot de uitgang opnieuw ingeschakeld kan worden.
Bescherming te hoge stroom
Als tijdens het laden of ontladen een te hoge stroom wordt gedetecteerd, dan wordt de betreffende actie onmiddellijk uitgeschakeld.
Na een vertraging van maximaal 5 minuten wordt het laden of ontladen automatisch opnieuw ingeschakeld. Als er opnieuw een te hoge stroom wordt gedetecteerd, dan wordt hetzelfde proces herhaald.
Er is geen permanente vergrendeling voor te hoge stroom beveiliging. De accu blijft het laden of ontladen in cycli van 5 minuten uitschakelen en opnieuw inschakelen totdat de te hoge stroom conditie is verholpen.
Bescherming tegen te lage spanning
Het BMS ontkoppelt automatisch de belastingen en voorkomt ontladen als de lage spanningsuitschakeling wordt bereikt. Een waarschuwing (W-B01) wordt gegeven. Als de toestand niet binnen 30 seconden opgeheven wordt, dan wordt ATD (ontladen) uitgeschakeld en wordt een alarm (A-B01) geactiveerd.
De status wordt opgeheven als de accu terugkeert binnen het operationele bereik.
Lage spanning veiligheidsvergrendeling
De veiligheidslockdown lage spanning is een extra beschermingslaag die kan voorkomen als de cellen blijven ontladen door zelfontlading.
Als celspanning onder 1,85 V zakt, wordt ontladen uitgeschakeld. Na 30 seconden wordt ook het opladen uitgeschakeld en wordt de foutmelding Accuveiligheidsslot (E-B44) geactiveerd.
Belangrijk
Deze toestand is niet zelfherstellend. Herstel is alleen mogelijk door de accu volledig te ontladen en weer op te laden nadat de onderliggende oorzaak is verholpen.
Waarschuwing
Voorkom dat de accu deze toestand bereikt. Diep ontladen kan permanente celbeschadiging veroorzaken en kan de garantie ongeldig maken. Zorg er steeds voor dat de accu voldoende geladen blijft, in het bijzonder tijdens opslag. Volg, als deze omstandigheid zich voordoet, de Herstelprocedure zeer lage accuspanning in de volgende rubriek.
6.2.1. Herstelprocedure zeer lage accuspanning
Als de accu te ver is ontladen, valt de aansluitklemspanning ruim onder de nominale 12 V (24 V of 48 V). Als de accuspanning onder 10 V (20 V of 40 V respectievelijk voor 24 V en 48 V systemen) of als een van de celspanningen onder 2,5 V zakt, kan permanente accuschade voorvallen. Dit maakt de garantie ongeldig. Hoe lager de accu- of celspanning is, hoe groter de schade aan de accu kan zijn.
In dergelijke gevallen kan het mogelijk zijn om herstel te proberen via de hieronder beschreven procedure voor opnieuw laden met lage spanning. Herstel is echter niet gegarandeerd. Er bestaat een reëel risico dat de accu permanente celbeschadiging heeft opgelopen, hetgeen kan leiden tot matig tot ernstig capaciteitsverlies, zelfs als het herstel succesvol lijkt.
Oplaadprocedure voor herstel na te lage spanning
Deze herstelprocedure mag alleen worden uitgevoerd op een enkele accu. Als het systeem meerdere accu's bevat, ontkoppel ze dan en herhaal deze procedure individueel voor elke accu.
Waarschuwing
Dit proces kan gevaarlijk zijn. Er moet te allen tijde een toezichthouder aanwezig zijn.
Stel de acculader of voeding in op:
13,8 V voor 12 V accu's
27,6 V voor 24 V accu's
55,2 V voor 48 V accu's
Als een van de celspanningen lager is dan 2,0 V, laad dan de accu op met een stroom van 0,1 A totdat laagste celspanning toeneemt tot 2,5 V.
Bewaak de accu tijdens deze fase nauwlettend. Als de accu warm wordt of begint uit te puilen, stop dan onmiddellijk met opladen. In dat geval is de accu onherstelbaar beschadigd en mag deze niet verder worden gebruikt.
Als de laagste celspanning boven 2,5 V is gestegen, verhoog dan de laadstroom naar 0,1C.
Voor een 100 Ah-accu komt dit overeen met een laadstroom van 10 A. Voor een 100 Ah-accu is dit een laadstroom van 10 A.
Registreer de initiële klemspanning van de accu en de individuele celspanningen.
Start het laden.
Tijdens deze fase kan het BMS herhaaldelijk de lader in- en uitschakelen. Dit gedrag is normaal als er een beduidende onbalans in de cel is.
Registreer de accu- en celspanningen met regelmatige tussenpozen. De celspanningen moeten beginnen te stijgen tijdens het eerste deel van het laadproces
Als de spanning van een cel niet stijgt binnen de eerste 30 minuten, stop de procedure dan en beschouw de accu als onherstelbaar.
Controleer de temperatuur van de accu met regelmatige tussenpozen.
Als een sterke temperatuurstijging gezien wordt, dan moet het laden gestopt worden en de accu als onherstelbaar worden beschouwd.
Zodra de accu het volgende heeft bereikt:
13,8 V (27,6 V of 55,2 V),
verhoog de laadspanning naar:
14,2 V (28,4 V of 56,8 V),
en verhoog de laadstroom naar 0,5C.
Voor een 100 Ah-accu komt dit overeen met een laadstroom van 50 A.
Tijdens deze fase nemen de celspanningen langzamer toe. Dit is normaal.
Laat de acculader 6 uur aangesloten.
Controleer daarna de celspanningen. Deze moeten binnen 0,1 V van elkaar liggen.
Als één of meer cellen een beduidend groter spanningsverschil hebben, beschouw de accu dan als beschadigd.
Ontkoppel de lader en laat de accu een paar uur rusten. Meet dan de accuspanning. Het moet stabiliseren ruim boven het volgende:
12,8 V (25,6 V of 51,2 V),
kenmerkend rond:
13,2 V (26,4 V of 52,8 V) of hoger.
De celspanningen moeten nog steeds binnen 0,1 V van elkaar liggen.
Laat de accu 24 uur rusten en meet de spanningen opnieuw.
Als de accuspanning onder 12,8 V (25,6 V of 51,2 V) is gedaald, of als er een merkbare onbalans tussen de cellen aanwezig is, moet de accu als onherstelbaar beschadigd worden beschouwd.
6.3. ATC / ATD uit redenen in VictronConnect
Als Allow To Charge (ATC) of Allow To Discharge (ATD) niet actief is, dan geeft VictronConnect een specifieke reden weer waarom het laden of ontladen momenteel is uitgeschakeld.
De uit reden kan worden bekeken door op het omcirkelde 'i' pictogram naast de ATC- of ATD status te tikken als deze 'Nee' aangeeft.
Uit redenen kunnen het gevolg zijn van interne accubeveiligingsmechanismen, configuratie instellingen, temperatuurlimieten, invoer via de remote of systeemfouten. Elke uit reden gaat vergezeld van een korte beschrijving en, indien van toepassing, richtlijnen voor corrigerende maatregelen.
Afhankelijk van de situatie kan een uit reden van toepassing zijn op ATC, ATD of beide. Door de reden voor de uitschakeling te bekijken, kan worden bepaald of de beperking tijdelijk is, verband houdt met de instelling of wordt veroorzaakt door een beveiligings- of fout conditie, en kan de juiste probleemoplossing worden ondersteund.
De volgende tabel geeft een overzicht van alle mogelijke ATC- en ATD uit redenen zoals getoond in VictronConnect.
VictronConnect uit reden | Omschrijving | Advies | Activeringsvoorwaarde | ATC | ATD |
|---|---|---|---|---|---|
#1: Uitgeschakeld door accu | Accu voorkomt [laden| ontladen]. Dit kan gebeuren als er (nog) geen communicatie met de accu is of als de accu instelling ongeldig is. | Geen accu communicatie Ongeldige accu instelling Ongeldige accuspanning | Ja | Ja | |
#3: Hoge temperatuur | De temperatuur is te hoog. Dit maakt deel uit van het accubeschermingsmechanisme, zonder noodzakelijkerwijs een probleem aan te geven. | Controleer de omgevingstemperatuur en/of de ventilatoren draaien. | FET temperatuur te hoog Cel te hoge temperatuur | Ja | Ja |
#5: Interne reden | Het apparaat staat in alarmstatus en voorkomt normale werking. | Controleer de alarmmeldingen en neem de gepaste acties om te verhelpen. | Systeemfout (fout in gebruikersinstellingen, kalibratiegegevens verloren, ATC/ATD fout, extern ontkoppelingssignaal) | Ja | Ja |
#6: Overbelast | Voorlaad time-out (alleen ATD) of voorlaad fout | Ja | Ja | ||
#8: Uitgeschakeld door de gebruiker | Remotely uitgeschakeld door VictronConnect. | Controleer dat de 'Aan/Uit' instellingen zoals gewenst zijn ingesteld. | Uitgeschakeld via VictronConnect | Ja | Ja |
#9: Lage temperatuur | De temperatuur is te laag. Dit maakt deel uit van het accu beschermingsmechanisme, zonder noodzakelijkerwijs een probleem aan te geven. | Cel te lage temperatuur | Ja | Ja | |
#10: Hoge spanning | Spanningsniveau van één of meer cellen is te hoog. | Te hoge celspanning | Ja | Nee | |
#11: Lage spanning | Spanningsniveau van één of meer cellen is te laag. | Te lage spanning accubank Te lage celspanning | Nee | Ja | |
#12: Hoge stroom | [Laad | Ontlaad] stroom is te hoog. | Accu te hoge stroom | Ja | Ja | |
#13: Lage laadtoestand | Laadstatus onder ontlaadlimiet | Nee | Ja |