Skip to main content

Lithium SuperPack NG handleiding

3. Installatie

In deze sectie:

3.1. Uitpakken en omgaan met de accu

Behandel de accu met zorg tijdens het uitpakken. Accu's zijn zwaar; de accu niet optillen aan de aansluitklemmen. Gebruik de draaghendels aan beide zijden. Het gewicht is gespecificeerd in de Accu specificatie.

Maak uzelf vóór de installatie vertrouwd met de indeling van de accu. De belangrijkste aansluitklemmen, boven op de accu, zijn gemarkeerd met “+” (plus) en “-” (min) om te zorgen voor juiste polariteit.

3.2. Download en installeer VictronConnect

Download de VictronConnect app voor Android, iOS of macOS uit hun respectievelijke app stores. Raadpleeg de VictronConnect productpagina voor meer informatie over de app.

3.3. Bijwerken van accu firmware

Updaten van de firmware met VictronConnect

De accu firmware kan met de VictronConnect app bijgewerkt worden.

  • Zorg ervoor dat de nieuwste versie van VictronConnect is geïnstalleerd, omdat deze toegang biedt tot de meest recente firmware.

  • Een nieuwe accu wordt geladen tot een maximum van 30 % laadstatus. Laad de accu volledig vóór het bijwerken van de firmware.

  • Bij de eerste verbinding kan de app vragen om de firmware van de accu bij te werken. Laat het bijwerken voltooien als er om gevraagd wordt.

  • Raadpleeg, vóór het bijwerken, het firmware update hoofdstuk in de VictronConnect handleiding voor gedetailleerde instructies.

Algemene opmerkingen over firmware bijwerken

  • Nieuwer is niet altijd beter – alleen bijwerken als het nodig is.

  • Maak het niet stuk als het werkt – vermijd onnodig bijwerken.

  • Lees eerst de changelog – beschikbaar op Victron Professional.

Gebruik deze functie voorzichtig. Ons belangrijkste advies is om een draaiend systeem niet bij te werken tenzij er problemen opduiken of vóór de eerste opstart.

Opmerkingen over het bijwerken van de Lithium SuperPack NG accufirmware

  • Het bijwerken van de firmware veroorzaakt geen volledige systeemafsluiting.

  • Tijdens het bijwerken opent de Charge Disconnect uitgang en voorkomt het laden van de accu.

  • Als het bijwerken mislukt, opent de Charge Disconnect uitgang na 120 seconden als een veiligheidsmaatregel en geeft tijd om het bijwerken opnieuw te proberen.

  • Tijdens het bijwerken van de firmware knipperen de Bluetooth- en fout LED's tegelijkertijd, wat aangeeft dat het bijwerken bezig is.

3.4. Monteren van de accu

Houd bij het monteren van de accu rekening met de volgende vereisten:

  1. De accu kan rechtop of op de lange zijde worden geplaatst.

    Installeer de accu niet ondersteboven.

  2. De accubehuizing heeft een IP65 classificatie, bescherming biedend tegen het binnendringen van stof en waterstralen. De accu kan worden geïnstalleerd in buitenomgevingen of halfbeschermde omgevingen, maar mag niet worden blootgesteld aan rechtstreeks zonlicht, zware regenval of andere weersomstandigheden.

  3. Gebruik geschikte apparatuur voor het verplaatsen van de accu.

  4. Stevig monteren om beweging te voorkomen. Gebruik in auto's de geleverde montagebeugels om het risico te verminderen dat de accu bij een ongeval als projectiel gaat werken.

  5. Laat minimaal 10 mm speling aan alle kanten om te zorgen voor voldoende ventilatie tijdens het opladen en ontladen.

Caution.png Opgelet: Een onbeveiligde accu kan bij een botsing of plotselinge stop als projectiel gaan fungeren en schade of letsel veroorzaken. Gebruik steeds geschikte montagebeugels.

3.5. Elektrische installatie

DC-bedrading

  • Gebruik accukabels met een kernoppervlak die geschikt zijn voor de maximaal verwachte stroom in het systeem.

  • Kabels met de juiste afmetingen minimaliseren spanningsverlies en warmteontwikkeling. Houd kabellengtes gelijk bij het aansluiten van meerdere parallel geschakelde accu's.

  • Voor de meeste installaties mag het spanningsverlies 2 % van de nominale systeemspanning niet overschrijden.

  • Het kernoppervlak voor de EFS signaaldraad moet minimaal 0,75 mm² bedragen.

  • Alle DC bedrading moet voldoen aan de toepasselijke richtlijnen voor systeemontwerp en lokale voorschriften voor elektrische installaties.

Zekeren

  • Accu's kunnen zeer hoge stroomsterktes leveren; daarom moeten alle elektrische aansluitingen op de accu worden gezekerd.

  • Gebruik, voor de aansluiting van de hoofdaccu aansluitklem, een MRBF- of T type zekering met een onderbrekingsvermogen (IR) van minimaal 10 kA.

  • Gebruik, voor de EFS , een snel werkende zekering van 315 mA, DC geclassificeerd ≥ 32 V (type 5×20 mm).

  • Installeer een DC zekering met een geschikt vermogen zo dicht mogelijk bij de positieve accu aansluitklem.

  • Installeer alle zekeringen zo dicht mogelijk bij de positieve accu aansluitklem. Zorg ervoor dat de geselecteerde zekeringwaarden voldoen aan de ontwerprichtlijnen van het systeem en de lokale elektrische voorschriften.

Klemverbindingen

  • Draai de M8 aansluitklem bouten vast met een aanhaalmoment van 4 Nm.

  • Gebruik de volgende volgorde: bout - veerring - sluitring - kabelschoen - accu aansluitklem.

    1. Bout

    2. Veerring

    3. Ring

    4. Kabelschoen

    5. Accuklem

  • Zorg ervoor dat alle contactoppervlakken schoon, vlak en stevig vastgedraaid zijn.

Lithium_battery_cable_connection.png

Belangrijk

Zorg ervoor dat alle elektrische aansluitingen juist zijn geïnstalleerd en vastgedraaid met het voorgeschreven moment. Losse of aansluitingen met hoge weerstand kunnen te veel warmteontwikkeling veroorzaken, waardoor het risico op schade of brand toeneemt. Inspecteer steeds aansluitingen tijdens installatie en als onderdeel van regelmatig onderhoud.

Aansluit volgorde

  1. Sluit de plus (+) kabel eerst aan.

  2. Sluit de min (-) kabel het laatst aan.

  3. Draai de volgorde om bij het ontkoppelen.

  4. Overweeg het aansluiten van het Extern Feedback signaal (EFS) - zie External Feedback Signal (EFS) – Function and Wiring.External Feedback Signal (EFS) – Function and Wiring

Belangrijk

Opmerking: Deze accu bevat een interne negatieve schakelaar. In UIT stand of tijdens een beveiligingsgebeurtenis kan de negatieve aansluiting elektronisch worden losgekoppeld.

3.5.1. Meerdere parallel geschakelde accu's

Het aantal accu's, dat parallel geschakeld kan worden aangesloten, wordt alleen beperkt door het systeemvermogen. Terwijl er een maximale systeemstroom van toepassing is, is er geen beperking op de totale energie uitbreiding. Capaciteit kan dus onbeperkt worden vergroot, terwijl de vermogensuitbreiding wordt beperkt door de maximale systeemstroom (raadpleeg de Accu specificatie.

  • Sluit de DC systeemkabels diagonaal aan om gelijke stroompaden door elke accu te garanderen.

  • Zorg ervoor dat de kernoppervlakte van de systeemkabel gelijk is aan de kernoppervlakte van een enkele streng kabel vermenigvuldigd met het aantal parallel geschakelde strengen.

  • Plaats de zekering van de accu aan de op de positieve pool.

  • Zeker de positieve hoofdkabel die naar de accubank leidt.

  • Sluit de accubank aan op het DC-systeem.

  • Zekering voorbeeld:

    Twee accu's zijn parallel geschakeld verbonden, elk met een maximale continue stroom van 100 A.

    Elke accu moet worden beveiligd door een afzonderlijke zekering met een nominale waarde van iets meer dan 100 A, bijvoorbeeld een 125 A klasse T zekering (of MRBF type) met een onderbrekingsvermogen van 20 kA. Deze zekeringen beschermen de kabels en de accu in geval van een storing in een enkele string.

    De totale systeemstroom is de som van de individuele accustromen. In dit voorbeeld bedraagt de maximale systeemstroom 200 A. De positieve hoofdkabel van het systeem en de hoofdzekering van het systeem moeten daarom geschikt zijn voor minimaal 200 A (bijvoorbeeld een 250 A klasse T zekering (of MRBF type) met een onderbrekingsvermogen van 20 kA.

    Dit zorgt ervoor dat elke accu reeks juist wordt beveiligd, terwijl de hoofdzekering het DC systeem beschermt tegen een te hoge totale stroomsterkte.

  • Raadpleeg voor gedetailleerde bedradingsprincipes, berekeningen en voorbeelden het Wiring Unlimited boek.

SuperPack_NG_Parallel.svg

3.6. Extern Feedback signaal (EFS) – Functie en bedrading

De SuperPack NG accu heeft een M12 eenpolige connector op het bovenpaneel die het externe feedback signaal (EFS) levert.

De EFS connector kan worden gekoppeld met twee functies:

  • Extern ontkoppelsignaal (EDS)

  • Extern laadsignaal (ECS)

Hoewel beide functies dezelfde fysieke EFS uitgang delen, verschillen ze qua signaalgedrag en beoogd gebruik.

Algemene EFS kenmerken

Tijdens normale werking is de EFS uitgang zwevend (0 V). Indien actief levert hij een positieve accuspanning (+Vbatt) ten opzichte van de negatieve pool van de accu en kan hij tot 250 mA leveren.

Waarschuwing

Sluit de EFS uitgang niet rechtstreeks aan op inductieve, capacitieve of hoge stroom belastingen. Als er inductieve apparaten zoals relais of zoemers zonder intern stuurcircuit worden gebruikt, dan moet er altijd een flyback diode over de spoel geplaatst worden (kathode naar Vbatt+).

Capacitieve belastingen met grote inschakelstromen moeten worden vermeden of op passende wijze worden beperkt.

Gebruik altijd de negatieve pool van de accu als de gemeenschappelijke referentie voor externe apparaten die zijn verbonden met de EFS uitgang. Als er meerdere apparaten zijn aangesloten, zorg er dan voor dat de totale stroom binnen het uitgangsvermogen blijft.

Extern laadsignaal (ECS)

ECS kan in de VictronConnect app ingeschakeld worden. Indien actief, dan is de EFS uitgang continu hoog als de positieve accuspanning (+Vbatt).

ECS wordt geactiveerd als de ingestelde waarschuwingsdrempelwaarde voor lage laadstatus wordt bereikt. Het signaal blijft actief zolang de laadstatus onder de drempelwaarde ligt of een laadstroom gedetecteerd wordt. Wanneer de laadstatus boven de lage laadstatus drempelwaarde ligt en er geen laadstroom wordt gedetecteerd, wordt het ECS gedeactiveerd.

Omdat ECS een stabiel AAN/UIT signaal levert, kan het rechtstreeks worden gebruikt om:

  • een relaisspoel te bekrachtigen,

  • een visueel of hoorbaar alarm te laten afgaan,

  • apparatuur te besturen met een externe aan/uit ingang, zoals een BatteryProtect, PV lader of Orion XS.

Extern ontkoppelsignaal (EDS)

EDS is altijd ingeschakeld en biedt een extra laag systeembescherming. Als er stroom wordt gedetecteerd terwijl ATC (Allow To Charge) of ATD (Allow To Discharge) inactief is, dan genereert de EFS uitgang een wisselend blokgolf signaal.

Deze situatie kan alleen voorkomen in zeldzame storingsscenario's, zoals een kortsluiting in elektronische schakelapparatuur. De interne vlaggen laten detectie van dergelijke storingen toe en maakt tijdige interventie mogelijk.

EDS is een diagnose signaal en is niet bedoeld om relais, lampen of zoemers rechtstreeks aan te sturen. Bij gebruik van EDS is externe logica of signaalconditionering vereist om het blokgolf signaal te detecteren en om te zetten in een stabiele besturings- of alarmuitgang.

EFS functionele bedradingsvoorbeelden (ECS)

Indicatorlicht (zichtbaar alarm)

Er kan een indicatielampje worden aangesloten om een zichtbaar alarm te geven tijdens de werking van het ECS. Sluit de positieve kabel van de lamp aan op de EFS signaalpin en de negatieve kabel op de negatieve pool van de accu. De lamp brandt continu terwijl het ECS signaal actief is.

SuperPack_NG_ECS_Visible_Alarm.svg

Hoorbaar alarm

Een hoorbaar alarm, zoals een zoemer of luidspreker, kan op dezelfde manier worden aangesloten. Het alarm luidt voortdurend terwijl het ECS signaal actief is.

SuperPack_NG_ECS_Audible_Alarm.svg

Relais gebaseerde besturing – alarmcontact

Een relais met NO/NC contacten kan rechtstreeks worden aangestuurd door het ECS signaal, aangezien ECS een continue positieve accu uitgang levert. Sluit de positieve pool van de relaisspoel aan op de EFS signaalpin en de negatieve pool op de negatieve pool van de accu. Als ECS actief is, dan wordt het relais bekrachtigd en kan het contact worden gebruikt om een extern alarm- of signaalcircuit te schakelen.

SuperPack_NG_ECS_Alarm_Contact.svg

Directe bediening van de remote aan/uit-ingang van een Victron-product

De ECS functie kan gebruikt worden om Victron producten te bedienen die een remote aan/uit ingang hebben. Het levert een automatisch besturingssignaal dat kan worden gebruikt om externe apparatuur in of uit te schakelen op basis van de lage laadstatus drempelwaarde.

Sluit de ECS uitgang (EFS-signaalpen) aan op ofwel de remote aan/uit L- of H-ingang van het apparaat, afhankelijk van het vereiste besturingsgedrag voor de toepassing. Gebruik de negatieve pool van de accu als de gemeenschappelijk referentie (GND).

Als ECS actief wordt, dan gaat het EFS signaal hoog (+Vbatt). Dit schakelt het apparaat in of uit via de geselecteerde remote aan/uit L- of H-ingang, afhankelijk van de toepassing. Als ECS opgeven is, keert het EFS signaal terug naar 0 V (vrij-zwevend) en het apparaat keert terug naar de standaard status.

Raadpleeg de producthandleiding voor de juiste bedrading voor het remote in- en uitschakelen en de invoervereisten.

SuperPack_NG_ECS_Redundant_Switch.svg

Relais gebaseerde besturing van de remote voor het in- en uitschakelen van een lader

Een relais met NO/NC contacten kan rechtstreeks worden aangestuurd door het ECS signaal. Sluit de positieve pool van de relaisspoel aan op de EFS signaalpin en de negatieve pool op de negatieve pool van de accu. Als ECS actief is, dan wordt het relais bekrachtigd en kan het contact worden gebruikt om een lader of ander apparaat met een remote aan/uit ingang te bedienen.

SuperPack_NG_ECS_Redundant_Switch_2.svg

Oplossingen accubank (ECS)

Parallel geschakelde accubank – ECS uitgangen parallel geschakeld verbonden

Bij systemen met meerdere Lithium SuperPack NG accu's, die parallel zijn geschakeld, kunnen de EFS uitgangen van alle accu's ook parallel worden geschakeld. Dit zorgt ervoor dat als een accu het EFS signaal activeert, dan de gecombineerde uitgang wordt geactiveerd, waardoor aangesloten apparaten of alarmen kunnen reageren op een beveiligingsgebeurtenis van elke eenheid in het systeem.

SuperPack_NG_ECS_Parallel.svg

Parallel geschakelde accubank – ECS relaiscontacten in serie

Bij systemen met meerdere Lithium SuperPack NG accu's, die parallel zijn geschakeld, kan elke accu zijn ECS uitgang gebruiken om zijn eigen relais aan te sturen. De relaiscontacten zijn in serie geschakeld en vormen één enkel besturingspad naar het externe apparaat (bijvoorbeeld de AUX ingang van een MultiPlus-II).

Als een accu zijn ECS signaal activeert, wordt het relais geopend en wordt het besturingscircuit onderbroken, zodat het systeem onmiddellijk reageert op een beveiligings- of waarschuwingssituatie van een accu.

SuperPack_NG_ECS_Parallel_Feedthrough.svg

EFS functioneel bedradingsvoorbeeld (EDS)

De EDS uitgang levert een blokgolf diagnosesignaal als een interne foutconditie wordt gedetecteerd terwijl laden of ontladen niet is toegestaan. Dit signaal moet worden aangesloten op externe logica die in staat is om de blokgolf te detecteren en om te zetten in een stabiel alarm- of uitschakelsignaal. De EDS uitgang mag niet worden gebruikt om relais rechtstreeks aan te sturen.

SuperPack_NG_EDS.svg