4. Configuratie en instellingen
4.1. Instelling van laders en belastingen
Zorg ervoor, voordat het systeem wordt ingeschakeld, dat laders en belastingen juist zijn ingesteld, in het bijzonder hun maximale gecombineerde laad- en ontlaadstromen, om te voorkomen dat de acculimieten worden overschreden.
Stel bovendien de laders in voor LiFePO₄ (LFP) chemie en stel de laadspanningen en bijbehorende parameters in volgens de waarden die worden vermeld in het Accu specificatie hoofdstuk. Gebruik het volledige laadalgoritme (bulk, absorptie en druppel, indien van toepassing) en gebruik geen profielen die bedoeld zijn voor loodzuuraccu's.
Voer vóór het eerste gebruik één volledige laadcyclus uit. Hierdoor kan de accu juist worden geïnitialiseerd en wordt de laadstatus nauwkeurig weergegeven in VictronConnect.
Maximale laadstroom
De maximale continue laadstroom bedraagt 1 C.
Tip
Voor optimale accuprestaties en levensduur wordt een laadstroom van 0,3C aanbevolen.
Maximale ontlaadstroom
De SuperPack NG kan gedurende een beperkte periode een continue ontlaadstroom van 2C aan, afhankelijk van de interne temperatuur en de celspanning. Hiermee moet rekening worden gehouden bij piekvermogensbehoeften.
Voor continu gebruik, maximale efficiëntie en beste levensduur moet de ontlaadstroom beperkt worden tot 0,5C.
Tip
Voor continu gebruik, maximale efficiëntie en beste levensduur moet de ontlaadstroom beperkt worden tot 0,5C.
4.2. Instellingen voor de lithium SuperPack NG accu
Gebruik, eenmaal ingeschakeld, de VictronConnect app om de BMS instellingen in te stellen.
BMS instellingen
Instellingen accumonitor: In tegenstelling tot andere accumonitors heeft de Lithium SuperPack NG accu vooral vaste instellingen die niet kunnen worden aangepast.
|