4. Instellingen & bewaking
De VM-3P5A wordt ingesteld via VictronConnect.
Bij het gebruik van de VE.Can aansluiting wordt de VM-3P5A automatisch gedetecteerd als er verbonden wordt met de VE.Can poort en juist is afgesloten. Zorg ervoor dat het VE.Can profiel van de VE.Can poort van het GX apparaat is ingesteld op 250 kbit/s.
Bij het gebruik van een Ethernet aansluiting wordt de VM-3P5A automatisch herkend door het GX apparaat.
VictronConnect instellingen en bewaking
Er zijn twee manieren om verbinding te maken met de VM-3P5A via VictronConnect vanaf een mobiel apparaat, laptop of pc:
Rechtstreeks via Ethernet via de Modbus/UDP aansluiting in het lokale netwerk
Of door het remote gebruik van VictronConnect-Remote (VC-R) via ofwel VE.Can of Modbus/UDP (vereist dat het GX apparaat aangesloten is op het VRM portaal)
De VM-3P5A ondersteunt Instant Readout (direct uitlezen) van belangrijke gegevens (totaal vermogen en vermogen per fase) rechtstreeks van de apparaatlijst (1) in VictronConnect. Dit werkt via een lokale netwerkaansluiting en VictronConnect-Remote (VC-R).
De VictronConnect gegevensweergave wordt verdeeld in:
Een statuspagina (2) waarop het totale vermogen, de frequentie, de spanning tussen fase en nulleider, de spanning tussen fasen, de vermogensfactor (volgens de IEEE norm), de fasevolgorde voor een 3-fasen configuratie, de waarschuwing voor faseverschuiving bij een 3-fasen configuratie en de spanningen op de beschermingsaarding, en ook de stroom in de nulleider en de fasen worden weergegeven.
De totale vermogen meter geeft het gemeten vermogen weer op een cirkelvormige schaal, waarbij negatief vermogen links van het midden wordt weergegeven en positief vermogen rechts. De schaal past automatisch aan de hoogste waarde aan, geregistreerd tijdens de huidige VictronConnect sessie.
Een Energiepagina (3), die de teruggeleverde en verbruikte energie per fase weergeeft.
Als er op het tandwiel in de rechterbovenhoek van de pagina Status of Energie wordt getikt, wordt de pagina Instellingen geopend. Hier kunnen de netwerkinstellingen aangepast worden en de meter ingesteld worden.
Het instellingenmenu (4) omvat de volgende opties:
Rol: (8) Stel dit in op netstroommeter, PV omvormer, aggregaat of AC belasting, afhankelijk van welk apparaat er gemeten moet worden.
Fase instelling: (7) Als de VM-3P75CT als 1-fase meter geïnstalleerd is, stel de VM-3P75CT dan in op alleen L1. Voor een 3-fasen installatie, stel de VM-3P75CT in op 3-fasen. Voor een gesplitste fase installatie, stel de VM-3P75CT in op gesplitste fase.
Energie registratiemethode: (10) Standaard:Vector. Energie registratiemethodes variëren per land. Raadpleeg uw energieleverancier om de in de regio gebruikte methode te bevestigen.
IP instellingen: (5) Aanbevolen wordt deze instelling op Automatisch (DHCP) te laten. Handmatige instelling (6) is alleen nodig in zeer zeldzame gevallen. Neem contact op met de netwerkbeheerder voor de details.
Positie: (9) Als een PV omvormer geselecteerd wordt als de rol moet de positie aangepast worden, afhankelijk van waar de VM-3P75CT aangesloten is met betrekking tot de Multi/Quattro AC ingang of AC uitgang.
LED pulsuitgang: (10) De status LED kan worden ingesteld als een energiepulssignaal om snel een visuele indicatie van de belasting te geven. Elke puls komt overeen met een bepaalde hoeveelheid energie. De beschikbare opties zijn: Uitgeschakeld, 10 Wh (standaard), 100 Wh en 1 kWh.
Faserotatie: (4) Schakelt een waarschuwing faserotatie in als de fasevolgorde L1-L3-L2 is (tegen de klok in). Standaard uitgeschakeld.
Primaire stroom: (12) Stel de primaire stroom in overeenstemming met de CT verhouding in die op het label van de transformator staat vermeld. Bijvoorbeeld een CT gemarkeerde 250/5 A moet ingesteld worden met een primaire stroom van 250 A. Als de ratio niet vermeld staat op de CT zelf, raadpleeg dan de product documentatie van de fabrikant. De resulterende CT ratio wordt getoond als de waarde ingesteld is.
Als de functie juist is ingegesteld, dan is het instellen voltooid.
Bewaking GX apparaat
Nadat de VM-3P5A verbinding heeft gemaakt met het GX apparaat in het lokale netwerk, moet geactiveerd worden in het Modbus TCP/UDP menu voordat het verschijnt in de apparaatlijst.
Ga naar instellingen → Modbus TCP/UDP apparaten → Ontdekte apparaten en schakel de ontdekte energiemeter in; de VM-3P75CT is standaard uitgeschakeld bij eerste installatie en inschakeling.
Na activering verschijnt de energiemeter in de apparatenlijst en op de overzichtspagina, van waaruit u toegang hebt tot de volgende parameters:
AC fase L1..L3: spanning, stroom, vermogen, vermogensfactor
AC totalen: vermogen, doorgevoerde energie, teruggeleverde energie
Energie L1..L3: doorgevoerde energie
teruggeleverde energie L1..L3: teruggeleverde energie
Apparaat pagina: overzicht van de aansluiting en hardware specifieke gegevens, met de optie een aangepaste naam voor de meter toe te wijzen
4.1. LED codes
De VM-3P5A heeft een ingebouwde LED die de status van de energiemeter toont.
De LED statussen zijn als volgt:
Knippert snel afwisselend groen/rood: Bootloader/update modus.
Continu groen: Alles OK, normale modus in werking.
Knippert groen @ 1 Hz (50 % bedrijfscyclus): Identificeer eenheid. Stopt na 60 sec.
Uit gedurende 3 seconden, aan voor nog 10 seconden en opnieuw uit tijdens het indrukken van de reset toets gedurende ongeveer 15 seconden: Terugzetten naar fabrieksinstellingen.
Uit en onmiddellijk aan na het kort indrukken van de reset toets: Start het apparaat opnieuw op.
Continu rood: De LED licht continu rood op als er een foutmelding is.
Korte rode puls: Elke puls komt overeen met een specifieke hoeveelheid energie die door de meter gaat. Deze pulsen vertegenwoordigen toenames zoals 0,01 kWh, 0,1 kWh of 1 kWh.