Skip to main content

Multi RS

4. Installatie

In deze sectie:

4.1. Locatie van de Multi RS

RS_range_cm

Om een probleemloze werking van de Multi RS te garanderen, moet deze worden gebruikt op locaties die aan de volgende vereisten voldoen:  

a) Voorkom elk contact met water. Stel de omvormer niet bloot aan regen of vocht.  

b) Installeer de Multi RS rechtop en verticaal. Zorg voor een speling van 30 cm erboven en eronder.

c) De Multi RS moet worden geïnstalleerd op een niet ontvlambaar oppervlak en de constructiematerialen rondom de installatie moeten ook niet ontvlambaar zijn.

b) Plaats de eenheid niet in direct zonlicht. De omgevingstemperatuur zou tussen de -40 °C en 60 °C moeten zijn (vochtigheid < 95 % niet condenserend)

e) Installeer de Multi RS niet in een omgeving in een omgeving waar de lucht verontreinigd kan zijn met deeltjes zoals roet, stof of zout. Bijvoorbeeld geleidend roet uit de uitlaat van een dieselaggregaat kan in de eenheid worden gezogen en kortsluiting veroorzaken.

f) Installeer de Multi RS niet waar ontvlambare of corrosieve gassen of dampen in de buurt van de installatie kunnen komen.

g) Belemmer de luchtstroom niet rond de Multi RS.

h) Als de Multi RS wordt geïnstalleerd in een ruimte die wordt gebruikt voor algemene opslag, zorg er dan voor dat er geen brandbare materialen, zoals kartonnen dozen, in de buurt van de installatie worden opgeslagen. Zorg ervoor dat de eindgebruiker zich bewust is van deze vereisten.

ExMark.png

De Multi RS bevat potentieel gevaarlijke spanningen. Het dient alleen geïnstalleerd te worden onder toezicht van een geschikte gekwalificeerde installateur met de juiste opleiding en in overeenkomst met de lokale vereisten. Neem contact op met Victron Energy voor meer informatie of de benodigde training.

ExMark.png

Een hoge omgevingstemperatuur resulteert in het volgende:

·        Verminderde levensduur.

·        Verminderde laadstroom.

·        Verminderde piek capaciteit of uitschakeling van de omvormer.

Plaats het apparaat nooit rechtstreeks boven loodzuur accu's. De Multi RS is geschikt voor wandmontage. Voor de montage zijn aan de achterzijde van de behuizing een haak en twee gaten aangebracht. De Multi RS moet verticaal gemonteerd worden voor optimale koeling.

ExMark.png

Voor veiligheidsdoeleinden moet de Multi RS in een hittebestendige omgeving worden geïnstalleerd. Vermijd op elk ogenblik de aanwezigheid van bv. chemicaliën, synthetische componenten, gordijnen of ander textiel enz. in de onmiddellijke nabijheid.

ExMark.png

Verbind de accu's nooit rechtstreeks met de Multi RS zonder adequate circuitbescherming.

Zorg er steeds voor dat adequate circuitbescherming geïnstalleerd is tussen de accu's en de Multi RS.

ExMark.png

Accu's hebben een brandbaarheidsklasse van HB of beter.

ExMark.png

Elk systeem vereist een methode voor het ontkoppelen van de AC- en DC circuits.

Als de bescherming tegen te hoge stroom een stroomonderbreker is, dan kan deze ook functioneren als de ontkoppel schakelaar.

Als zekeringen worden gebruikt, dan zullen aparte schakelaars voor ontkoppelen nodig zijn tussen de bron en de zekeringen.

Probeer de afstand tussen de omvormer en de accu tot een minimum te beperken om spanningsverlies in de kabels te minimaliseren

4.2. Kabelaansluiting volgorde

Ten eerste: Controleer of de polariteit van de accu juist is voordat de accukabels worden aangesloten.

Ten tweede: Sluit indien nodig de remote aan/uit-schakelaar aan, en het programmeerbare relais en de communicatiekabels.

4.3. Overzicht van de verbindingen

De afbeelding toont de aansluitingen op het voorpaneel, met een beschrijving van elke aansluiting in de onderstaande tabel.

Multi_RS_bottom-open-connections.png
Tabel 1. Beschrijving van de voorpaneelaansluitingen

Letter

Naam

Beschrijving

A

Gebruiker I/O

Afneembare Gebruiker I/O aansluiting. Zie hier voor pen beschrijving

B

VE.Can

VE.Can Canbus connector paar

C

VE.Direct

VE.Direct aansluiting

D

AC In

AC ingang

E

AC Out 2

AC uitgang 2

F

AC Out 1

AC uitgang 1

G

Accu -

Accu negatieve aansluitklem

H

Accu +

Accu positieve aansluitklem

I

Voeding schakelaar

Aan/uit schakelaar

J

Behuizing aarding

Tapeind bedhuizing aarding



4.4. Vereisten voor accu en bekabeling

Om de volledige capaciteit van de Multi RS te benutten, moeten accu's met voldoende capaciteit en accukabels met een voldoende kernoppervlakte worden gebruikt. Het gebruik van te kleine accu's of te dunne accukabels leidt tot:

  • Vermindering van de efficiëntie van het systeem,

  • Ongewenste systeem alarmen of -uitschakelingen

  • Permanente schade aan het systeem

Zie tabel voor MINIMUM accu en kabel vereisten.

Accucapaciteit

Loodzuur

200 Ah

LiFePO4

100 Ah

Aanbevolen DC zekering

35 mm2 kabel

125 A

70 mm2 kabel

200 A

Minimale kernoppervlakte (mm2) per + en - aansluitklem

0 - 2 m

35 mm 2

2 - 5 m

70 mm 2

Waarschuwing

Raadpleeg de aanbevelingen van de accu fabrikant om ervoor te zorgen dat de accu's de totale laadstroom van het systeem kunnen opnemen. Beslissingen over de grootte van de accu moeten worden genomen in overleg met de systeemontwerper.

ExMark.png

Gebruik steeds een momentsleutel met geïsoleerde steeksleutel om kortsluiting van de accu en/of accukabels te voorkomen.

Maximum aanhaalmoment: 14 Nm

Vermijd het kortsluiten van de accukabels.

ExMark.png

Installeer een DC hoofdschakelaar en DC hoofdzekering in het systeem en plaats alleen de DC hoofdzekering voor de Multi RS als alle noodzaelijke DC aansluitingen voltooid zijn.

Om bij de accu aznnsluitingen te komen, draai dan de twee schroeven aan de onderkant van de behuizing los en verwijder het deksel, zodat het bedradingscompartiment zichtbaar wordt.

  • De accuklemmen voor de Multi RS zijn geplaatst aan de linkerzijde van het aansluitingen compartiment.

  • Verwijder de moer, veerring en platte sluitring vóór de kabelchoen te bevestigen.

Waarschuwing

De onderste moer is aan de printplaat gesoldeerd; probeer deze niet los te draaien.

PXL_20250925_072920147.jpg
  • Het is belangrijk om eerst de kabelschoen op het draadeind te plaatsen, gevolgd door de platte sluitring, veerring en moer, in die volgorde.

  • Zorg ervoor dat elke moer vastgedraaid is met een maximaal aanhaalmoment van 14 Nm.

Battery_cable_connection.png

4.4.1. Procedure voor het aansluiten van de accu

Waarschuwing

Er moet specifieke zorg en aandacht worden besteed bij het aansluiten van de accu. Met een multimeter moet de juiste polariteit worden bevestigd, voordat de accu wordt aangesloten. Het aansluiten van een accu met een verkeerde polariteit zal het apparaat vernielen en dat valt niet onder de garantie.

  • Maak de twee schroeven aan de onderzijde van de behuizing los en verwijder de afdekking van het bedradingscompartiment.

  • Installeer een DC hoofdschakelaar en DC hoofdzekering in het systeem en plaats alleen de DC hoofdzekering voor de Multi RS Solar als alle DC aansluitingen voltooid zijn.

  • Draai de moeren vast met het voorgeschreven aanhaalmoment voor minimale contactweerstand.

4.5. Verbinding van AC bekabeling

Waarschuwing

Zorg er steeds voor dat de Multi RS uitgeschakeld is en dat de AC ingang geïsoleerd is vóór het verwijderen van de afdekking van het bedradingscompartiment.

Waarschuwing

Dit is een product met veiligheidsklasse I (geleverd met een aardklem voor veiligheidsdoeleinden). De AC en/of uitgangsklemmen en/of het behuizing aardingspunt aan de binnenkant van de Multi RS moeten voor veiligheidsdoeleinden voorzien zijn van een ononderbreekbaar aardingspunt..

In een vaste installatie kan een onderbrekingsloze aarding worden vastgezet door middel van de aardingsdraad van de AC ingang. Anders moet de behuizing worden geaard.

Dit product is voorzien van een aardrelais dat automatisch de nul uitgang met het chassis verbindt als er geen externe AC voeding aanwezig is. Als er een externe AC voeding aanwezig is, gaat het aardrelais H open voordat het ingangsveiligheidsrelais sluit. Dit zorgt voor de juiste werking van een aardlekschakelaar die is aangesloten op de uitgang.

Bij een mobiele installatie (bijvoorbeeld met een walstroomcontactstop) verbreekt het ontkoppelen van de walstroomverbinding tegelijkertijd de aardingsverbinding. In dat geval moet de behuizing worden aangesloten op het chassis van het voertuig.

Opmerking

In overeenstemming met IEC62109-1 en IEC62109-2 zorgt een interne Reststroombewakingseenheid (RCMU) ervoor dat er geen DC stroom aan de AC zijde verschijnt. Zowel DC- als AC foutstroom component types worden bewaakt. Als een fout gedetecteerd wordt, schakelt de omvormer automatisch uit, waarbij het AC systeem wordt afgekoppeld.

Zorg ervoor dat de AC installatie voldoet aan lokale voorschriften voor aardlekbeveiliging. Raadpleeg de RCD informatie op Multi RS document voor verdere begeleiding.

Opmerking

Er is een volledige galvanische scheiding tussen AC en accu DC.

De AC aansluitingklemmenblokken zijn te vinden aan de rechterkant van het bedradingscompartiment.

MultiRS_AC_connectors.png

De AC aansluitblokken zijn van het type met schroefklemmen.

Waarschuwing

De isolatie van de geleider moet worden verwijderd om 10 mm van de blootliggende geleider bloot te leggen.

Maximaal aandraaimoment is 1,2 Nm.

Waarschuwing

Draai de polariteit van de nul- en fase draden NIET om bij het aansluiten van AC bekabeling.

  • AC-out-1 De AC uitgangskabel kan direct verbonden worden met het aansluitblok 'AC-out'. Van links naar rechts: "N" (nul) - "PE" (aarding) - "L" (fase). Met de PowerAssist functie kan de Multi RS tot 6 kVA (dat is 6000 / 230 = 26 A) toevoegen aan de uitgang tijdens momenten waar piekvermogen nodig is. De Multi RS kan tot 50 A doorvoeren naar de belastingen. De AC ingangrelais zijn beperkt tot 50 A en de omvormer kan tot 25 A continu onder de beste omstandigheden toevoegen (als het warmer wordt, dan vermindert dit getal).

    Waarschuwing

    De AC uitgang aansluitklemmen moeten worden beschermd tegen overbelasting door een stroomonderbreker met een waarde van 50 A of minder en de kabel moet een passende kernoppenvlakte hebben.

  • AC-OUT-2 Er is een tweede uitgang beschikbaar die de verbinding verbreekt met zijn belasting bij accu bedrijf. Op deze aansluitklemmen is apparatuur aangesloten die alleen kan werken als er AC spanning beschikbaar is op de AC-IN-1, bijvoorbeeld een elektrische boiler of een airco. De belasting op de AC-OUT-2 wordt onmiddellijk losgekoppeld als de omvormer/acculader overschakelt op de accu. Nadat AC vermogen beschikbaar is op de AC-IN-1, wordt de belasting op AC-OUT-2 onmiddellijk opnieuw aangesloten.

  • AC in De AC ingangskabel kan worden aangesloten op het klemmenblok “AC–IN”. Van links naar rechts: “N” (nul), “PE” (aarding) en “L” (fase).De AC ingang moet tegen overbelasting beschermd worden door een magnetische stroomonderbreker met een vermogen van 50 A of minder, en de kernoppervlakte van de kabel moet dienovereenkomstig aangepast worden. Als de AC ingangsstroom een lagere waarde heeft, moet de magnetische stroomonderbreker dienovereenkomstig worden verlaagd.

4.6. VE.Direct

Dit kan gebruikt worden om een pc/laptop aan te sluiten om de omvormer te configureren met een VE.Direct naar USB accessoire. Kan ook gebruikt worden om een Victron GlobalLink 520 aan te sluiten om gegevensbewaking op afstand mogelijk te maken.

Opmerking

[en] The VE.Direct port on the Multi RS cannot be used to connect to a GX device, and the VE.Can connection must be used instead.

4.7. VE.Can

De VE.Can poorten kunnen worden gebruikt om met andere apparaten te verbinden, zoals:

  • Een GX apparaat voor bewaking en communicatie.

  • Andere Multi RS apparaten vormen een 3-fasen systeem.

  • Een energiemeter zoals de Victron VM-3P75CT.

  • Extra MPPT's zoals de MPPT RS of andere VE.Can MPPT regelaars.

VE.Can afsluitweerstanden moeten altijd geïnstalleerd worden in de apparaten aan beide uiteinden van het VE.Can netwerk.

4.8. Bluetooth

Gebruikt om verbinding te maken met het apparaat via VictronConnect voor configuratie.

Houd er rekening mee dat deze Bluetooth interface niet compatibel is met VE.Smart Networking (bijv. Smart Battery Sense).

4.9. I/O gebruiker

Het gebruiker I/O aansluitblok is te vinden aan de linkerkant in het bedradingscompartiment.

Het aansluitblok kan verwijderd worden om het aansluiten van kleine draden eenvoudiger te maken. Om het los te maken, duw dan beide oranje hendels (boven- en onderkant van de aansluiting) naar links.

Aansluitingen worden gemaakt door de draad in de opening te duwen. In de ”TOP” oriëntatie kan de draad worden losgemaakt door het oranje lipje naast het gat met een kleine platte schroevendraaier naar beneden te drukken.

Opmerking

Hierdoor werkt de Multi RS standaard. Als deze draadlus of de connector wordt verwijderd, ontstaan er open circuits op de aansluitingen Remote_H en Remote_L, en zal de Multi RS niet inschakelen.

Het onderstaande schema toont de penbezetting van de aansluiting en de functie van elke pen. De functies staan ook gedrukt aan de zijkant van de aansluiting zelf.

MPPT_RS_connector_top_and_sides.svg

Pennummer

Pennaam

Omschrijving

1

RELAIS_NO

Programmeerbaar relais Normaal Open aansluiting

2

AUX_IN-

Algemeen negatief voor programmeerbare hulpingangen

3

AUX_IN1+

Programmeerbare hulpingang 1 positieve aansluiting

4

AUX_IN2+

Programmeerbare hulpingang 2 positieve aansluiting

5

REMOTE_L

Remote aan/uit aansluiting Laag

6

REMOTE_H

Remote aan/uit aansluiting Hoog

7

RELAY_NC

Programmeerbaar relais normaal gesloten aansluiting

8

RELAY_COM

Programmeerbaar relais – gemeenschappelijke aansluiting

9

TSENSE-

Temperatuursensor negatief

10

TSENSE+

Temperatuursensor positief

11

VSENSE-

Spanningssensor negatief

12

VSENSE+

Spanningssensor positief

4.9.1. Remote H en L aansluitklemmen

Er zijn twee aansluitklemmen, gemarkeerd REMOTE_H en REMOTE_L.

De standaard functie van die aansluitklemmen is om de Multi RS remote in of uit te schakelen.

Opmerking

In de fabriek zijn deze twee aansluitingen met elkaar verbonden door middel van een draadlus. Hierdoor kan de Multi RS worden ingeschakeld als de fysieke hoofdschakelaar in de Aan stand staat.

Om de aansluitklemmen voor remote aansluitingen te gebruiken, moet de draadlus verwijderd worden.

Deze twee contacten kunnen ingesteld worden voor ofwel remote aan/uit (standaard) of voor 2-draads BMS modus.

Als meerdere eenheden in een systeem gecombineerd worden — bijvoorbeeld in een 3-fasen configuratie — dan kunnen de contactdraden aangesloten worden op elke enkelvoudige eenheid. De status van het contact wordt dan gedeeld met de rest van het systeem via de VE.Can aansluitingen.

Alleen de eenheid waarop de contactdraden zijn aangesloten moet ingesteld worden.

Remote aan/uit functionaliteit:

De in de fabriek aangebrachte draadlus kan verwijderd worden en dan kunnen draden aangesloten worden op een extern schakelaarcontact. Het schakelaarcontact kan dan gebruikt worden om Multi RS in of uit te schakelen.

Dit is de standaard instelling in VictronConnect, er zijn geen wijzigingen in de instellingen noodzakelijk op een nieuwe eenheid. De instellingen kunnen gecontroleerd worden in Remote modus in het accu instellingenmenu.Accu

De Multi RS wordt ingeschakeld als de ingangen zijn aangesloten op één van de vier manieren die rechts afgebeeld staan.

  • De draadlus van de fabriek is aanwezig,

  • Een gesloten schakelaarcontact is aangesloten tussen REMOTE_H en REMOTE_L.

  • REMOTE_H is aangesloten op accu plus (+48V).

  • REMOTE_L is aangesloten op accu min.

Connector_remote_SW_active_compilation.png

De Multi RS wordt uitgeschakeld als de ingangen zijn aangesloten op één van de vier manieren die rechts afgebeeld staan.

  • De draadlus van de fabriek is verwijderd en REMOTE_H en REMOTE_L zijn zwevend.

  • Een open schakelaarcontact is aangesloten tussen REMOTE_H en REMOTE_L, dit betekent dat ze zwevend zijn.

  • REMOTE_H is aangesloten op accu min.

  • REMOTE_L is aangesloten op accu plus (+48V).

Connector_remote_SW_inactive_compilation.png

2-draads BMS modus:

De REMOTE_H en REMOTE_L aansluitklemmen kunnen ook ingesteld worden voor koppeling met een 2-draads BMS. Twee aparte contacten op het BMS regelen of het de Multi RS toegelaten is te laden of te ontladen. Dit is ingesteld in VictronConnect, raadpleeg Remote modus in het instellingenmenu van de accu.Accu

  • Wijzig de modus van "Remote aan/uit" naar ”2-draads BMS".

De onderstaande schema's tonen in welke modus de Multi RS staat, afhankelijk van de status van de REMOTE_H en REMOTE_L aansluitklemmen.

Opmerking

In 2-draads BMS modus, als de REMOTE_H en REMOTE_L aansluitklemmen gekoppeld zijn (en niet verbonden aan +48 V), is de Multi RS ingeschakeld maar het laden is uitgeschakeld.

De BMS contacten ”Toelaten te laden" en ”Toelaten te ontladen" zijn beide gesloten.

De REMOTE_H en REMOTE_L aansluitklemmen worden beiden omhoog getrokken naar +48V via de BMS schakelaarcontacten.

De Multi RS werkt normaal en is toegestaan de accu te laden en te ontladen.

Connector_remote_BMS_normal.png

Het BMS heeft zijn contact ”Toelaten te laden" geopend.

De REMOTE_H is omhoog getrokken naar +48 V via het BMS contact en REMOTE_L aansluitklem is zwevend.

De Multi RS stopt het laden van de accu van AC en/of PV bronnen, maar blijft de accu zoals normaal ontladen.

Connector_remote_BMS_disabled_charging.png

Het BMS heeft zijn contact ”Toelaten te ontladen" geopend.

De REMOTE_L wordt omhoog getrokken naar +48V via het BMS contact en REMOTE_H aansluitklem is zwevend.

De Multi RS stopt het ontladen van de accu maar blijft de accu laden van AC en/of PV bronnen, indien beschikbaar.

Connector_remote_BMS_disabled_discharging.png

De BMS contacten ”Toelaten te laden” en ”Toelaten te ontladen" zijn beide geopend.

De REMOTE_H en REMOTE_L aansluitklemmen zijn beide zwevend.

Het is niet toegestaan om op te laden of te ontladen., dus de Multi RS schakelt uit.

Connector_remote_BMS_product_off.png

4.9.2. Programmeerbaar relais

Er is één universeel, potentiaalvrij (droog) relaiscontact dat voor verschillende functies kan worden ingesteld.

Gebruik het Relais menu in VictronConnect om het in te stellen.Relais

De relaiscontacten zijn geschikt voor 4 A tot 35 V DC en 1 A bij 70 V DC.

Waarschuwing

Gebruik het relaiscontact niet voor AC (230 V) schakelingen.

In dit voorbeeld is het open relaiscontact ingesteld voor het starten en stoppen van een aggregaat.

Connector_relay_generator.png

4.9.3. Spanningsdetectie

Om te compenseren voor mogelijke kabelverliezen tijdens het laden, kunnen twee spanningsdetectiedraden rechtstreeks met de accu verbonden worden of met de positieve en negatieve verdeelpunten. Gebruik draad met een kernoppervlakte van 0,75 mm². Tijdens het laden van de accu compenseert de acculader de spanningsval over de DC kabels tot maximaal 1 Volt (d.w.z. 1 V over de positieve aansluiting en 1 V over de negatieve aansluiting). Als de spanningsval groter dreigt te worden dan 1 V, dan wordt de laadstroom zodanig beperkt dat de spanningsval beperkt blijft tot 1 V.

Een voorbeeld van de VSENSE+ en VSENSE- aansluitklemmen aangesloten op de accuklemmen.

Een zekering dichtbij de accu wordt aanbevolen om de spanningsdetectiedraden te beschermen tegen kortsluitingen.

Connector_vsense.png

4.9.4. Temperatuursensor

De temperatuursensor (meegeleverd bij de eenheid) kan worden aangesloten voor temperatuurgecompenseerd laden. De sensor is geïsoleerd en moet op de negatieve pool van de accu worden aangebracht. De temperatuursensor kan ook gebruikt worden voor lage temperatuur afsluiting bij het laden van LiFePO4 accu. Dit kan ingesteld worden in de accu instellingen pagina in VictronConnect.Accu

De geleverde accutemperatuur sensor is verbonden met de minpool van de accu.

Opmerking

Gebruik alleen de temperatuursensor die geleverd is met de Multi RS.

Connector_tsense.png

4.9.5. Hulpingangen

De Multi RS is uitgerust met 2 digitale ingangspoorten, ze zijn AUX_IN1+ en AUX_IN2+ gelabeld op het afneembare aansluitblok, met AUX_IN- als de algemene aansluitklem voor beide.

Een AUX_IN+ ingang wordt als actief beschouwd als het aangesloten is op AUX_IN-.

Waarschuwing

Sluit geen van de AUX IN aansluitklemmen aan op de positieve of negatieve accuklem.

Het schema aan de rechterkant toont AUX_IN1 als actief .

Connector_aux_input_active.png

Het schema aan de rechterkant toont AUX_IN1 als inactief .

Connector_aux_input_inactive.png

In VictronConnect Aux ingang instellingenpagina toe dat verschillende functies ingesteld worden.Aux ingang

  • Ongebruikt: De Aux ngang heeft geen functie.

  • AC IN aansluiten: De AC ingang kan, indien nodig, verbonden of ontkoppeld worden. De AC ingang uitschakelen kan bijvoorbeeld uitgeschakeld worden tijdens dure piekperiodes van een tijdgebonden tarief. Zowel een actief als een inactief signaal kan gebruikt worden om de AC ingang verbonden status in te stellen.

  • AC IN terugleveren inschakelen: In een parallelschakeling op het net kan de Aux ngang worden gebruikt om de teruglevering aan het net in of uit te schakelen. Zowel een actief als een inactief signaal kan worden gebruikt om de terugleveringsstatus in te stellen.

  • Veilgheidsschakelaar: De Multi RS werkt alleen als de Aux ingang actief is.

    Dit kan gebruikt worden om de Multi RS remote uit te schakelen als de REMOTE_L en REMOTE_H aansluitklemmen ingesteld zijn voor een 2-draads BMS.

    Het kan ook gebruikt worden als een apart veiligheidsschakelaarsignaal van een ander systeem dat zijn eigen ingang nodig heeft.

    Opmerking

    Als de REMOTE_L en REMOTE_H aansluitklemmen in een status staan die de Multi RS uitschakelen, dan overschrijft dit de veiligheidsschakelaarfunctie van de Aux ingang, en het blijft uitgeschakeld.

    Bijvoorbeeld als de REMOTE_H en REMOTE_L aansluitklemmen zwevend zijn, dan wordt de Multi RS uitgeschakeld, ongeacht de status van de veiligheidsschakelaar van de Aux ingang

Als dezelfde functie toegewezen wordt aan beide AUX ingangen, worden ze behandeld als een EN functie, dus moeten beiden actief zijn zodat de functie herkend wordt als actief.

Opmerking

Bepaalde netcodes vereisen dat de hulpingangen worden gebruikt voor het beperken van het laadvermogen of om terugleveren te voorkomen. Alle netcodefuncties overschrijven functies bepaald in de Aux inganginstellingen en ze worden grijs weergegeven.

4.10. Aggregaat programmeren

De Multi RS heeft een tolerantie voor onregelmatigheden op de AC ingang zoals snelle frequentiewijzigingen of spanningswijzigingen om betrouwbaarheid te verbeteren bij het verbinden met aggregaten.

Het gebruik van een aggregaat met de Multi vereist firmware versie v1.11 of later.

Stel de volgende optie in op de Algemene Instellingen pagina:

  • Stel het ”AC ingangstype” in op ”Aggregaat".

  • "Matige veranderingen in aggregaatbelasting" moet worden ingeschakeld.

  • Zorg ervoor dat ”Energiemeter ondersteuning" uitgeschakeld is.

  • Pas de ingangsstroomlimiet aan het uitgangsvermogen van het aggregaat aan.

MultiRS_Generator_general_settings.png

Als geen netcode ingesteld is, stel dan het volgende in op de netpagina:

  • Controleer dat de ”Netcode" ”Geen” is.

  • Schakel de „UPS functie" uit.

    De ‘UPS functie’ beperkt de acceptatie van AC tot een zeer nauwkeurige sinusgolf, zodat bij schommelingen in de AC voorziening de schijnbare continuïteit van de stroomtoevoer naar de verbruikers kan worden gehandhaafd. Dit is onverenigbaar met de meeste generatoren en moet worden uitgeschakeld als er een generator wordt gebruikt, om de betrouwbare acceptatie van de AC voeding te verbeteren..

MultiRS_Generator_grid_settings.png

Als een netcode ingesteld is, stel dan de volgende twee parameters in op de netpagina:

  • De AC-IN-1 LOM detectie moet ingesteld zijn op ”geen LOM detectie (voldoet niet)".

    Let op

    Schakel LOM detectie niet uit als de Multi RS aangesloten is op het net.

    Deze optie mag alleen gebruikt worden als er een aggregaat aangesloten is op de AC ingang.

  • Schakel terugleveren uit door de "Terugleveren toegestaan” optie uit te schakelen.

MultiRS_Generator_grid_settings_grid_code.png

Zorg ervoor dat de ESS modus ingesteld is ”Houd accu's geladen".

MultiRS_Generator_ESS.png

Het programmeerbare relaiscontact van de Multi RS kan gebruikt worden om een aggregaat te starten en stoppen. Deze instellingen worden uitgelegd in de VictronConnect rubriek.Relais

Raadpleeg Beperkingen hoofdstuk voor extra laadvermogenbeperkingen.Beperkingen

4.11. ESS Energieopslagsysteem

Een Energy Storage System (ESS) is een specifiek type energiesysteem dat de Multi RS gebruikt om samen te werken met een netaansluiting. Het wordt gebruikt om het gebruik van PV vermogen, accuopslag en netimport of terugleveren te optimaliseren.

ESS kan ingesteld worden om eigen verbruik te optimaliseren of accu's opgeladen te houden.

Als er meer PV vermogen is dan nodig voor het voeden van de belastingen, dan wordt de overtollige PV energie opgeslagen in de accu. Die opgeslagen energie wordt dan gebruikt om de belastingen te voeden op momenten dat er een tekort aan PV vermogen is. Als de accu vol is, dan kan de overtollige PV energie naar het net teruggeleverd worden.

Er kan gekozen worden hoeveel accucapaciteit er als reserve behouden moet blijven. Als de netverbinding betrouwbaar is, kan er meer van de accu gebruikt worden en minder als reserve behouden worden. Omgekeerd, als de netaansluiting onbetrouwbaar is en vaak uitvalt, kan de voorkeur zijn om meer accu energie in reserve te houden.

De optie “Houd accu's opgeladen” houdt de accu's volledig opgeladen indien mogelijk. De accu's ontladen alleen tijdens een stroomstoring als PV energie onvoldoende is. Zodra de netspanning terugkeert of voldoende PV vermogen beschikbaar is, worden de accu's automatisch opnieuw geladen.

Opmerking

Pas deze ESS instellingen niet toe in systemen met een aggregaat. Raadpleeg de Aggregaat programmeren rubriek als er een aggregaat aangesloten is op de AC ingang.

De Multi RS kan ingesteld worden als een Energieopslagsysteem. In deze configuratie werkt het apparaat in net parallel geschakelde modus, waardoor energie aan het net teruggeleverd kan worden via de AC ingangsklemmen.

Opmerking

Voor de Multi RS zijn alle ESS instellingen ingesteld in VictronConnect. Er zijn beperkte instellingsopties in het ESS menu van een GX apparaat.

Om terug te leveren aan het net moet in Victron Connect de juiste netcode voor het land geselecteeerd worden. In de meeste gevallen is toelating van de netbeheerder vereist vóór het instellen van een Energieopslagsysteem op terugleveren.

Als er geen toelating van de netbeheerder is of als de installatie de vereisten voor terugleveren niet naleeft, stel de netcode dan in op 'Geen'. In dit geval wordt geen energie teruggeleverd aan het net.

Belangrijk

Certificatie voor terugleveren aan het net varieert per land voor de Multi RS en het is momenteel niet in alle landen gecertificeerd.

Ga er niet van uit dat de Multi RS gecertificeerd of toegestaan is voor terugleveren in het land omdat de netcode vermeld staat in de lijst.

Controleer steeds op huidige certificaten voor dit product. Deze zijn beschikbaar in de Downloads & Ondersteuning rubriek van de website.

Gebruik VictronConnect om de Multi RS voor ESS zoals onderaan in te stellen:

Selecteer vanuit de hoofd instellingenpagina de ESS instellingenpagina.

  • ESS modus: Aanvinken van het vakje toont een selectie van ESS modi. Voor een energieopslagsysteem is kenmerkend één van de geoptimaliseerde modi de beste keuze. In dit voorbeeld kan ”Geoptimaliseerd zonder BatteryLife" het meest geschikt zijn voor de chemische eigenschappen van LiFePO4 accu.

    Ga, voor meer informatie over de andere beschikbare ESS modi, naar de VictronConnect rubriek.ESS

  • Minimale ontlading laadstatus: Deze instelling bepaalt het laagste punt waarop de accu ontladen wordt as het net beschikbaar is. Als het net niet beschikbaar is, kan de accu blijven ontladen onder dit niveau om de AC uitgang van stroom te blijven voorzien.

  • Zelfverbruik uit de accu: Er kan gekozen worden of de energie uit de accu alleen de kritische belastingen op de AC uit aansluitklemmen van stroom voorziet of ook belastingen tussen een netenergiemeter en de AC in aansluitklemmen.

    Opmerking

    Deze optie is alleen zichtbaar als "Ondersteuning energiemeter" is ingeschakeld. Raadpleeg Aansluiten van een externe energiemeter.

    Zonder een netenergiemeter kan ESS alleen de kritische belastingen van stroom voorzien met behulp van de accu.

MultiRS_ESS_withoutBL.png

Eigen verbruik vanuit accu opties:

  • Alle systeembelastingen: ESS gebruikt accu vermogen om belastingen te voeden die zijn aangesloten tussen een netnergiemeter en de AC in aansluitklemmen, en ook kritische belastingen die zijn aangesloten op de AC uit aansluitklemmen.

  • Uitsluitend essentiële belastingen: ESS levert uitsluitend accuvoeding aan de essentiële belastingen die zijn aangesloten op de AC uit aansluitingen.

    Belastingen die zijn aangesloten tussen een netenergiemeter en de AC in aansluitklemmen worden gevoed door het elektriciteitsnet en niet door de accu.

MultiRS_ESS_Self-Consumption_Options.png

Opmerking

Voor de instellingen van de netcode is een wachtwoord vereist ter bescherming tegen ongeoorloofde ingrepen.

Na een eerste maal een netcode in te stellen, kan dit niet gedeactiveerd of aangepast worden zonder een wachtwoord. Als er hulp nodig is bij het wijzigen van de netcode, neem dan contact op met de installateur.

Ga naar de net instellingen pagina, kies een geschikte netcode voor het gebied en selecteer het. Afhankelijk van de selectie komen er extra opties beschikbaar, wat kan variëren per regio. In dit voorbeeld gebruiken we Duitsland als de geselecteerde netcode.

Bepaalde instellingen worden grijs weergegeven en kunnen niet worden gewijzigd zonder het instellen van het wachtwoord voor de netcode. Zorg ervoor deze instellingen niet te wijzigen tenzij de netbeheerder hierom vraagt.

  • Netcode: Kies het land of de regio die overeenkomt met de locatie van de installatie.

    Belangrijk

    Controleer steeds dat de Multi RS gecertificeerd is voor gebruik in het land. De lijst is geen indicatie van certificering. Controleer hier op certificaten .

  • Specificaties Aanvinken van 'Tonen' toont de details en vereisten die gerelateerd zijn aan de geselecteerde netcode.

  • Wachtwoord: Installateurs hebben de mogelijkheid om extra wijzigingen aan te brengen en het netcodegebied te wijzigen door het wachtwoord in te voeren, maar het is essentieel dat er alleen instellingen gewijzigd worden zoals aangegeven door de netbeheerder.

Verlies van netspanningsdetectie: De meeste van deze instellingen worden kenmerkend grijs weergegeven en zijn alleen bedoeld voor informatieve doeleinden. De waarden worden bepaald door de geselecteerde netcode.

  • Gebruik Aux1 als uitschakelbaar terugleveren signaal: Een netbeheerder kan een manier vereisen om terugleveren uit te schakelen. Om aan dit vereiste te voldoen, kunnen installateurs een contact aansluiten naar Aux1 van de Multi RS om het terugleveren indien nodig uit te schakelen.

  • Gebruik Aux 2 als begrenzingslaadsignaal: Bij het gebruik van de Duitse netcode kan er een vereiste zijn van de netbeheerder om het laadvermogen tot 4,2 kW te beperken, evenredig verdeeld over het aantal eenheden. Om dit vereiste na te leven kan er een contact aangesloten worden op Aux2.

  • NS beschermingslogboek: Het beveiligingslogboek van het netwerksysteem registreert de vijf meest recente beveiligingsgebeurtenissen. Tik op ”Tonen" om gelogde gebeurtenissen te bekijken.

Teruglever instellingen

  • Terugleveren toegestaan: Deze functie is ontworpen om overtollige energie naar het net in- of uit te schakelen, afhankelijk van de specifieke vereisten van de locatie. Standaard staat het ingesteld op 'aan' (energie kan worden teruggelverd), maar als terugleveren niet is toegestaan, moet het worden uitgeschakeld.

  • Limiteer systeem terugleveren: Als er een limiet is op de hoeveelheid energie die kan worden teruggelverd aan het net, gebruik dan deze functie om het maximaal toegestane teruggeleverde vermogen in te stellen.

  • Maximale feed-in: Stel een maximale limiet in voor de hoeveelheid energie die teruggeleverd kan worden aan het net via de Multi RS.

  • Terugleveren niet actief: Gebruik deze functie voor diagnostische doeleinden als de energie niet teruggeleverd wordt aan het net. Aanvinken van de 'Controleer reden' toets toont een lijst van potentiële redenen voor het probleem.

MultiRS_Grid_Gridcode_NoPassword.png

Als de netcode externe regeling van laadvermogen vereist of het uitschakelen van de net teruglevering kunnen de contacten aangesloten worden op de Aux_IN aansluitklemmen of de gebruiker I/O aansluiting.

3-Fasen systemen vereisen contactbedrading op I/O aansluiting van maar één eenheid. De contactstatus wordt dan gedeeld met en herhaald door alle eenheden in het systeem.

Opmerking

Niet alle netcodes ondersteunen het gebruik van Aux ingangen.

Als een voorbeeld, voor de Duitse netcode, worden de Aux_IN aansluitklemmen gebruikt zoals hieronder:

  • Contact A wordt verbonden op Aux_IN1+. Als het externe contact gesloten is, dan wordt de netstroom teruglevering uitgeschakeld.

  • Contact B wordt verbonden op Aux_IN2+. Als het externe contact gesloten is, wordt het laadvermogen van het net beperkt tot 4,2 kW.

Connector_aux_inputs_grid.png

4.12. Aansluiten op externe AC PV omvormers

De Multi bevat een ingebouwd AC PV omvormer detectiesysteem.Als er een terugkoppeling is van AC PV (een overschot) vanuit de AC-OUT aansluiting, dan past de Multi de AC uitgangsfrequentie automatisch aan.

Hoewel geen verdere instellingen vereist zijn, is het belangrijk dat de AC PV omvormer juist ingesteld is om op de frequentie aanpassing te reageren door zijn uitgang te verlagen.

Let op de 1:1 regel van AC PV omvormer grootte met Multi grootte en het toepassen van de minimale accu groottes. Meer informatie over deze beperkingen zijn beschikbaar in de AC Koppeling handleiding en het lezen van dit document is vereist bij gebruik van een AC PV omvormer.

Het frequentie aanpassingsbereik is niet instelbaar en bevat een ingebouwde veiligheidsmarge.Als de absorptiespanning is bereikt, dan zal de frequentie toenemen. Dus het is nog steeds essentieel een DC PV component in het systeem te hebben om de accu volledig te laden (bijv. druppel fase).

De PV omvormer stop frequentie (fstop) is 53,2 Hz. Dit is niet instelbaar.

Het is wellicht mogelijk om de vermogensreactie op verschillende frequenties op de AC PV omvormer aan te passen.

De standaard configuratie is getest en werkt betrouwbaar met de Fronius MG50/60 netcode configuratie.

4.13. Een externe energiemeter aansluiten

De Victron VM-3P75CT energiemeter kan gebruikt worden met de Multi RS.

Opmerking

Uitsluitend de Victron VM-3P75CT energiemeter wordt ondersteund.

De Victron energiemeter kan ofwel via VE.Can ofwel via Ethernet aangesloten worden. Een GX apparaat is vereist voor Ethernet connectiviteit. Zie voorbeeldschema's onderaan.

Opmerking

Voor Ethernet connectiviteit moet de Multi RS firmwareversie 1.26 of hoger geïnstalleerd hebben.

Het GX apparaat moet versie 3.65 of hoger draaien.

Waarschuwing

Alle WiFi netwerksegmenten tussen de energiemeter en het GX apparaat moeten worden vermeden vanwege lproblemen met vertragingen.

Gebruik bekabelde Ethernet verbindingen tussen de energiemeter, router/schakelaar en het GX apparaat.

Raadpleeg de VM-3P75CT handleiding voor volledige details.

De energiemeter kan ingesteld worden voor 1-fase of 3-fasen systemen.

Als de rol geselecteerd wordt in de energiemeter instellingen kan de energiemeter ondersteuning ingesteld worden in de Multi instellingen:

  • Energiemeter ondersteuning: Zet deze schakelaar aan om het gebruik van een energiemeter voor het elektriciteitsnet in dit systeem in te schakelen. Hierdoor kunnen belastingen tussen de energiemeter van het elektriciteitsnet en de AC ingangen van de.Multi RS, door de Multi RS gevoed worden.

    Opmerking

    De energiemeterrol moet ingesteld worden als een ”Net" meter.

  • AC stroomlimiet bij energiemeter: Deze waarde stelt de maximale stroomlimiet op het punt dat de energiemeter geïnstalleerd is. Belastingen tussen de energiemeter en de Multi RS worden geleverd door het net tot de ingestelde limiet bereikt is. Hierna begint de Multi RS met "power assist" om de ingestelde stroomlimiet te behouden.

  • Stroomlimiet bij AC ingang: Deze instelling bepaalt de maximale stroom, die toegestaan is bij de AC ingang aansluitklemmen van de Multi RS. Het beperkt de AC stroom voor belastingen op AC-out-1 en accu laden. Belastingen op AC-out-1 blijven geleverd worden door de AC ingang, maar als de stroomlimiet bereikt wordt, begint de Multi RS met "PowerAssist" en gebruikt energie uit de accu.

  • Stroomlimiet herroepen door remote: Schakel deze optie in om de stroomsterkte op afstand te kunnen aanpassen. Een GX apparaat kan gebruikt worden om de stroomlimiet op afstand aan te passen.

    Het is niet mogelijk om de stroomlimiet remote hoger in te stellen dan het hier bepaalde niveau.

MultiRS_General.png
MultiRS_EM_Grid_VECan.png
MultiRS_EM_Grid_ETH.png

Het bovenstaande bedradingsvoorbeeld kan gebruikt worden als de energiemeterrol ingesteld is als ”Netstroommeter" of ”Aggregaat". De inkomende stroom van de AC net of een aggregaat wordt gemeten vóór de AC ingang van de Multi. of enige niet kritieke AC belastingen.

Als ”Energiemeter ondersteuning" is ingeschakeld, kan er een stroomlimiet worden ingesteld op de energiemeter om overmatige belasting op een zwak AC net te voorkomen. Als de niet essentiële belastingen de stroomlimiet op de energiemeter overschrijden, begint de Multi RS met "Power Assist" om te proberen de stroomlimiet op of onder het instelpunt te houden.

MultiRS_EM_PV_VECan.png
MultiRS_EM_PV_ETH.png

Als een gewone PV omvormer is aangesloten op de AC uitgang van de Multi moet de rol van de energiemeter worden ingesteld op ”PV omvormer" en worden aangesloten om de stroom te meten die door de PV omvormer wordt geproduceerd.

MultiRS_EM_AC_Out_VECan.png
MultiRS_EM_AC_Out_ETH.png

Als de rol van de energiemeter ingesteld wordt op ”AC belasting” kan de energiemeter a worden om specifieke belastingen te meten. Een boiler circuit kan bijvoorbeeld worden gemeten om het stroomverbruik te controleren en ook om bij te houden hoeveel energie het verbruikt.

4.14. Grote systemen - 3-fasen

Waarschuwing

3-fasen systemen zijn complex. We ondersteunen niet of bevelen niet aan dat niet opgeleide en/of onervaren installateurs werken aan systemen van deze grootte.

Als je nieuw bent bij Victron start dan met kleine systeemontwerpen zodat je vertrouwd raakt aan noodzakelijke opleiding, materiaal en vereiste software.

Het wordt ook aanbevolen een installateur in te huren met ervaring in deze complexere Victron systemen, zowel voor ontwerp als voor ingebruikname.

Victron kan specifieke opleiding voor deze systemen leveren aan distributeurs via hun regionale salesmanager.

Opmerking

VE.Can parallel en 3-fasen netwerken verschillen van VE.Bus. Lees de documentatie volledig, zelfs als je ervaring hebt met grote VE.Bus systemen.

Het is mogelijk om verschillende modellen omvormer RS (d.w.z. het model met Solar en zonder Solar) door elkaar te gebruiken. Echter het mengen van Inverter RS met Multi RS wordt momenteel niet ondersteund.

DC- en AC-bedrading

Elke eenheid moet individueel van zekering voorzien worden op de AC- en DC-kant. Zorg ervoor hetzelfde type zekering te gebruiken op elke eenheid.

Het volledige systeem moet worden aangesloten op een enkelvoudige accubank. Momenteel ondersteunen we geen meerdere verschillende accubanken voor één verbonden 3-fasen en/of parallel systeem.

Communicatiebedrading

Alle eenheden moeten in serie gekoppeld zijn met een VE.Can kabel (RJ45 cat5, cat5e of cat6). De volgorde hiervoor is niet belangrijk.

Aan elk uiteinde van het VE.Can netwerk moet een afsluiting gebruikt worden. .

De temperatuursensor kan op elke eenheid in het systeem aangesloten worden. Voor een grote accubank is het mogelijk meerdere temperatuursensoren aan te sluiten. Het systeem gebruikt de temperatuursensor met de hoogste temperatuur om de temperatuurcompensatie te bepalen.

Programmeren

Alle instellingen moeten handmatig ingesteld worden door de instellingen in elk apparaat te wijzigen, één voor één. Momenteel wordt het synchroniseren van instellingen naar alle apparaten niet ondersteund door VictronConnect.

Er bestaat een gedeeltelijke uitzondering hiervoor, het wijzigen van de AC uitgangsspanning wordt tijdelijk naar andere gesynchroniseerde apparaten doorgegeven (om ongewenste onbalans in de stroomtoevoer via de AC-uitgang te voorkomen). Dit is echter geen permanente instellingen wijziging en moet nog steeds handmatig ingesteld worden op alle apparaten als de AC uitgangsspanning gewijzigd moet worden.

Instellingen acculader (spanning en stroom limieten) worden overschreven als DVCC ingesteld is en als er een BMS verbonden is via de BMS-Can poort is actief in het systeem.

Systeembewaking

Het wordt sterk aanbevolen dat een GX Familie product gebruikt wordt in combinatie met deze grotere systemen. GX producten bieden zeer waardevolle informatie over de geschiedenis en prestaties van het systeem.

Systeemmededelingen worden duidelijk getoond en veel extra functies zijn ingeschakeld. Gegevens van VRM versnellen ondersteuning enorm indien het vereist is.

4.15. 3-fasen installatie

De ondersteunt 1-fase en 3-fasen instellingen. Momenteel ondersteunt het geen gesplitste fase.

De fabrieksstandaardinstelling is voor zelfstandige, enkelvoudige eenheid werking.

Als er voor 3-fasen bedrijf geprogrammeerd moet worden dan vereist dat 3 eenheden.

De maximaal ondersteunde systeemgrootte bedraagt 3 eenheden in totaal, met een enkelvoudige eenheid op elke fase.

Multi_RS_3-phase_connection_diagram.png

Alle apparaten moeten met elkaar verbonden worden via VE.Can verbindingen, met een VE.Can afsluiter aan het begin en het einde van de bus.

Als de eenheden met de accu verbonden zijn en via VE.Can moeten ze ingesteld worden.

Driehoek schakelingen worden niet niet ondersteund

Voor eenheden in 3-fasen configuratie: Onze producten zijn ontworpen voor een ster (Y) type 3-fasen schakeling.

In een ster configuratie zijn alle nullen verbonden, een zogenaamde: “gedeelde nul”.

We ondersteunen geen driehoek (Δ)-schakeling. Een driehoek configuratie heeft geen gedeelde nul en leidt tot bepaalde omvormerkenmerken die niet zoals verwacht zullen werken.

4.16. 3-fasen programmeren

Om een 3-fasen systeem in te stellen, moeten de Multi RS juist geïnstalleerd worden en firmwareversie v1.13 of later draaien.3-Fasen installatie

Het instellen van een systeem voor 3-fasen of 1-ase wordt uitgevoerd in VictronConnect in het Systeemmenu.

Let op

AC uitgangsvermogen wordt enkele seconden afgekoppeld bij het wisselen van systeeminstelling modi. Zorg ervoor dat het systeem ingesteld is VÓÓR het verbinden van de omvormer AC uitgangen met de belasting.

Opmerking

Deze systeeminstellingen moeten individueel geprogrammeerd worden en juist ingesteld worden op alle verbonden eenheden voor gesynchroniseerde werking.

Systeem instellingen:

De standaardinstelling voor systeemconfiguratie is ”Autonoom".

Tik in het vakje om een pop-up menu op te roepen waar ”3-Fasen” geselecteerd kan worden.Er kan gekozen worden uit twee 3-fasen opties, met de klok mee of tegen de klok in, afhankelijk van de fase rotatie op de installatie locatie.

Op elke eenheid moeten dezefde instellingen toegepast worden

MultiRS_three_phase_selection.png

Fase selectie:

Selecteer de juiste fase waarop elke speciifieke eenheid is aangesloten. Er kan maar één eenheid per fase zijn.

Doe dit voor elke individuele eenheid.

Het is ook raadzaam om elke eenheid fysiek te labelen en ook een bijpassende aangepaste naam op te geven in de instellingen van de productinfo.

MultiRS_phase_selection.png
  • System instance: Eenheden met hetzelfde instance nummer werken samen op de AC kant.

    Het wijzigen van de System instance instelling maakt meerdere groepen omvormers mogelijk om zonder storing op dezelfde VE.Can bus te zijn, maar niet gesynchroniseerd en gesegmenteerd in verschillende AC uitgangen.

    Ga verder met dezelfde programmeerinstellingen op de overige eenheden.

  • Synchronisatie systeeminstellingen: Deze optie laat synchronisatie toe van bepaalde instellingen onder eenheden in het systeem.

    Er volgt nog meer te ontdekken over.Systeem

  • Voorkom CAN netwerk eiland bedrijf: Deze instelling bepaalt wat het systeem doet bij een defecte CAN aansluiting tussen de RS eenheden, en schakelt 'aantal omvormers in het systeem' instelling onderaan in. Standaard is ingeschakeld.

    Als drie RS eenheden in 3-fasen schakeling ingesteld zijn, dan werkt elke individuele eenheid alleen als de eenheid minstens één andere eenheid ziet. Deze functie is alleen relevant in combinatie met de ”Verdergaan met ontbrekende fase" functie.

  • Aantal omvormers in het systeem: Voer het totaal aantal in het systeem geïnstalleerde RS eenheden in. Dit moet ingesteld zijn op 3 voor een 3-fasen RS systeem.

    Ingeval een CAN aansluiting tussen twee eenheden verbroken is, wordt het netwerk verdeeld in segmenten, deze instelling wordt gebruikt om het grootste segment te bepalen en het kleinste segment af te sluiten om ze te voorkomen dat dit segment op zichzelf niet gesynchroniseerd verder gaat.

    Let op dat het instellen van de optie ”Verdergaan met ontbrekende fase" bij uitgeschakeld dit gedrag op zo'n manier overschrijft dat alle drie de fasen steeds gevoed moeten zijn. Dus een defecte CAN verbinding in een 3-fasen opstelling sluit alle eenheden af.

  • Minimaal aantal omvormers om te starten: Kies het minimaal aantal omvormers dat per fase aanwezig moet zijn bij het starten van het systeem.

    Ingeval een CAN aansluiting tussen twee eenheden verbroken is, wordt het netwerk verdeeld in segmenten, deze instelling wordt gebruikt om het grootste segment te bepalen en het kleinste segment af te sluiten om ze te voorkomen dat dit segment op zichzelf niet gesynchroniseerd verder gaat.

    Instellen op 3 betekent dat de 3 eenheden in een 3-fasen Multi RS systeem aanwezig moeten zijn om te starten. Als de optie "Doorgaan met ontbrekende fase" ook is ingeschakeld, schakelt het systeem, zodra het in bedrijf is, niet uit als het aantal omvormers in bedrijf per fase onder deze waarde zakt (zolang de resterende omvormers de belasting kunnen voeden).

  • Ga verder met ontbrekende fase: Het is mogelijk het systeem op zo'n manier in te stellen dat, als er één eenheid offline is (bijvoorbeeld doordat het fysiek uitgeschakeld is of door een firmware update als er geen net verbinding is om doorvoer toe te laten), de andere eenheden kunnen blijven werken en AC uitgangsvermogen kunnen blijven leveren aan hun respectievelijke fasen.

    Standaard wordt het 'verdergaan met ontbrekende fase' uitgeschakeld. Een eenheid uitschakelen met de fysieke schakelaar schakelt die eenheid uit. Als de eenheid één van de drie eenheden is, die zich in 3-fasen schakeling bevinden, dan worden de anderen ook uitgeschakeld.

    Als 'Doorgaan met ontbrekende fase' is ingeschakeld en het minimumaantal eenheden voldoende is, gaat de uitvoer naar de andere fasen door, ook al zijn er minder fasen dan ingesteld.

    De instellingsoptie 'verdergaan met ontbrekende fase' MAG NIET ingeschakeld worden als er specifieke 3-fasen belastingen verbonden zijn die alle drie gesynchroniseerde fasen vereisen om te werken (zoals een 3-fasen elektromotor).

    Behoud in die situatie de standaard 'uitgeschakeld' instelling voor ”verdergaan met ontbrekende fase".

    Let op

    Een 3-fasen belasting met maar 2-fasen voeding kan resulteren in schade aan het apparaat.

    Let op

    Als het systeem is ingesteld om te blijven werken met een ontbrekende fase, en er een probleem is met de VE.Can communicatie tussen de eenheden (zoals een beschadigde kabel), dan blijven de eenheden werken maar ze synchroniseren hun uitgangsspanningsvormen niet meer.

  • Wissel fases als groep: Door deze optie uit te schakelen kan het systeem blijven werken, zelfs als één of twee fasen van de ACingang ontbreken. Het systeem blijft 3-fasen uitvoer produceren vanaf de AC-Uit aansluitklemmen.

    Dit kan ook worden gebruikt als een 3-fasen uitvoer vereist is, maar er slechts één fase beschikbaar is van het elektriciteitsnet of het aggregaat.

MultiRS_System_Three_phase.png

Opmerking over redundantie en voortdurende uitgang tijdens firmware updates

Een 3-fasen systeem kan firmware bijgewerkt worden zonder vermogen te verliezen op de AC uitgang.

Zorg ervoor dat er een stabiele AC ngang beschikbaar is bij het starten van het bijwerken en dat de eenheid, die momenteel wordt bijgewerkt overschakelt naar de AC doorgangsmodus.

Het AC synchronisatiemechanisme, gebruikt voor 3-fasen, heeft een ingebouwde 'protocol' versie.

Eenheden kunnen samenwerken, zelfs met verschillende firmwareversies, zolang ze maar dezelfde protocolversie draaien.

Dit laat voortdurende ononderbroken voeding toe, zelfs bij het bijwerken van firmware, daar de eenheden individueel één voor één bijwerken, terwijl andere blijven synchroniseren en de stabiele AC uitgang leveren.

Als Victron het 'protocol' versienummer moet wijzigen, danwordt het duidelijk genoteerd in het firmware wijzigingenlogboek. Lees dit steeds vóór het bijwerken.

Als er meerdere protocol versies draaien op dezelfde VE.Can bus, dan geven alle eenheden foutmelding #71 aan tenzij ze allemaal naar dezelfde versie zijn bijgewerkt.

Bekende problemen

  • De 'UPS functie' is te gevoelig bij 3-fasen werking in vergelijking met alleenstaande werking. Schakel de 'UPS functie' uit in geval de Multi regelmatig afsluit van de AC ingang.

  • Laadstromen zijn nog niet gebalanceerd over de 3-fasen als de lader in spanning gecontroleerde modus staat.