3. Installatie
3.1. Installatie locatie
| Om een probleemloze werking van de Multi RS19 Solar te garanderen, moet deze worden gebruikt op locaties die aan de volgende vereisten voldoen: a) Vermijd elk contact met water. Stel het product niet bloot aan regen of vocht. b) Installeer de Multi RS19 Solar rechtop en horizontaal gemonteerd in een 19" kast. Zorg voor een speling van 1U erboven en eronder. c) De Multi RS19 Solar moet worden geïnstalleerd op een niet ontvlambaar oppervlak en de constructie materialen rondom de installatie moeten ook niet ontvlambaar zijn. d) plaats het apparaat niet in direct zonlicht. Omgevingstemperatuur zou tussen de -40 °C en 65 °C moeten zijn (vochtigheid < 95 % niet condenserend). e) Installeer de Multi RS19 Solar niet in een omgeving in een omgeving waar de lucht verontreinigd kan zijn met deeltjes zoals roet, stof of zout. Bijvoorbeeld geleidend roet uit de uitlaat van een dieselaggregaat kan in de eenheid worden gezogen en kortsluiting veroorzaken. f) Installeer de Multi RS19 Solar niet waar ontvlambare of corrosieve gassen of dampen in de buurt van de installatie kunnen komen. g) Belemmer de luchtstroom niet via de Multi RS19 Solar. h) Als de Multi RS19 Solar wordt geïnstalleerd in een ruimte die wordt gebruikt voor algemene opslag, zorg er dan voor dat er geen brandbare materialen, zoals kartonnen dozen, in de buurt van de installatie worden opgeslagen. Zorg ervoor dat de eindgebruiker zich bewust is van deze vereisten. | |
| De Multi RS19 Solar bevat potentieel gevaarlijke spanningen. Het dient alleen geïnstalleerd te worden onder toezicht van een geschikte gekwalificeerde installateur met de juiste opleiding en in overeenkomst met de lokale vereisten. Neem contact op met Victron Energy voor meer informatie of de benodigde training. | |
| Uitzonderlijk hoge omgevingstemperaturen resulteren in het volgende:
Plaats het Multi RS19 Solar nooit direct boven de lood-zuur accu's. De Multi RS19 Solar moet rechtop en horizontaal geïnstalleerd worden in een 19" kast. | |
| Voor veiligheidsdoeleinden moet de Multi RS19 Solar in een hittebestendige omgeving worden geïnstalleerd. Vermijd op elk ogenblik de aanwezigheid van bv. chemicaliën, synthetische componenten, gordijnen of ander textiel enz. in de onmiddellijke nabijheid. | |
| Verbind accu's nooit rechtstreeks op de Multi RS19 Solar. Zorg er steeds voor dat adequate circuit bescherming geïnstalleerd is tussen de accu's en de Multi RS19 Solar. | |
| Accu's hebben een brandbaarheidsklasse van HB of beter. | |
| Elk systeem vereist een methode voor het ontkoppelen van de AC- en DC-circuits. Als de bescherming tegen overstroom een stroomonderbreker is, dan zal deze ook functioneren als een manier om het circuit los te koppelen. Als zekeringen worden gebruikt, dan zullen aparte schakelaars voor loskoppelen nodig zijn tussen de bron en de zekeringen. |
De Multi RS19 Solar is een 19" rack monteerbare eenheid. Het is bedoeld om geïnstalleerd te worden in een standaard 19" kast.
De kast moet zorgen voor een onbelemmerde luchtstroom door de Multi RS19 Solar van vóór naar achter.
Het wordt aangeraden om boven en onder het apparaat minstens 1U speling vrij te houden om de koeling te bevorderen. Als componenten binnen de kast met elkaar in contact staan, wisselen ze ongewenste hitte tussen elkaar.
Kabel loopt tussen de accu's en de Multi RS19 Solar moet zo kort mogelijk gehouden worden om spanningsverlies te minimaliseren.
3.2. Overzicht van de aansluiting
De afbeelding toont de voorpaneel aansluitingen met een beschrijving voor elk ervan in de onderstaande tabel.

Brief | Naam | Beschrijving |
|---|---|---|
A | Accu + | Positieve accu aansluiting |
B | Accu - | Negatieve accu aansluiting |
C | PV1 + | PV reeks 1 positieve aansluiting |
D | PV1 - | PV reeks 1 negatieve aansluiting |
E | PV2 + | PV reeks 2 positieve aansluiting |
F | PV2 - | PV reeks 2 negatieve aansluiting |
G | AC uit 1 | AC uitgang 1 |
H | AC uit 2 | AC uitgang 2 |
I | AC In | AC ingang |
J | Aarding aansluiting | Aardingsklem voor het chassis |
K | VE.Direct | VE.Direct aansluiting |
L | VE.Can | VE.Can CAN-bus-connector paar |
M | BMS-Can | BMS-Can CAN-bus connector paar |
N | I/O gebruiker | Verwijderbare gebruiker I/O-aansluiting. Zie hoofdstuk voor pinout beschrijving |
O | Beeldscherm | Gebruiker LCD display |
P | Aan/uit schakelaar | Voeding aan/uit of alleen lader schakelaar |
3.3. Configuratie PV reeks
Let op
Gebruik altijd echte Staubli MC4 connectoren voor de PV aansluitingen op de Multi RS19 Solar.
Er zijn veel andere merken verkrijgbaar, maar door sommige fabricagefouten kunnen ze slecht contact maken en overmatige hitte veroorzaken. Er zijn ook inferieure merken op de markt die waarschijnlijk problemen zullen veroorzaken.
Let op
Als de PV reeks wordt blootgesteld aan licht levert het DC spanning aan de Multi RS19 Solar.
Let op
De maximale nominale spanning van de PV lader is 450 V. Een te hoge PV spanning beschadigt de PV lader. Deze schade wordt niet door de garantie gedekt.
Als de zonnepanelen in een kouder klimaat zijn geïnstalleerd, kunnen ze meer vermogen leveren dan hun nominale Voc waarde. Gebruik de MPPT calculator op de productpagina van PV lader om deze variabele te berekenen. Neem, als vuistregel, een extra 10 % veiligheidsmarge.
De maximale operationele ingangsstroom voor elke tracker is 12 A.
MPPT PV ingangen zijn beschermd tegen omgekeerde polariteit, tot een maximale kortsluitstroom van 16 A per tracker.
Waarschuwing
HOUD ER REKENING MEE dat de product garantie vervalt als een PV reeks met een kortsluitstroom groter dan 16 A in omgekeerde polariteit wordt aangesloten.
Let op
De Multi RS19 Solar moet de individuele tracker ingangen geïsoleerd van elkaar houden. Dat betekent één PV reeks per ingang, probeer niet een enkele reeks aan te sluiten op beide tracker ingangen.
Als de MPPT overschakelt naar de druppellaadfase dan vermindert de laadstroom van de accu door het verhogen van de PV Power Point spanning.
De maximale open circuit spanning van de PV reeks moet minder zijn dan 8 keer de minimale accuspanning bij druppellading.
Als een accu bijvoorbeeld een druppellaadspanning heeft van 54,0 volt, dan mag de maximale open circuit spanning van de aangesloten reeks niet hoger zijn dan 432 volt.
Als de spanning van de panelen deze parameter overschrijdt, dan wordt in het systeem de foutmelding “Bescherming tegen te veel laden” weergegeven en wordt het uitgeschakeld.
Om dit te corrigeren, moet ofwel de druppellaadspanning van de accu verhoogd of de PV spanning verlaagd worden door de PV panelen van de reeks te verwijderen om de spanning weer binnen de specificatie te brengen.
Multi RS19 Solar voorbeeld PV configuratie
Let op
Dit is een voorbeeld van een configuratie van een reeks. De beslissing over de specifieke reeks configuratie, grootte en ontwerp van een reeks voor het systeem moet worden genomen in overleg met de systeemontwerper.
Tip
Het vermogen van de PV reeks kan hoger dan 3 kW per tracker, maar de MPPT trackers beperken het PV vermogen tot 3 kW elk.
Type paneel | Voc | Vmpp | Isc | Impp | # van panelen per tracker | Maximum spanning string | Maximaal vermogen string | Totaal vermogen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Victron 305 W (60 cel) | 39,7 V | 32,5 V | 10,27 A | 9,38 A | Tracker 1 - 10 panelen | 397 V | 3050 W | 5930 W |
Victron 360 W (72 cel) | 47,4 V | 38,4 V | 10,24 A | 9,38 A | Tracker 2 - 8 panelen | 379,2 V | 2880 W |
3.4. MPPT RS aarding en detectie van isolatie fouten in de PV reeks
De Multi RS19 Solar test op voldoende isolatieweerstand tussen PV+ en GND, en PV- en GND.
Als de isolatieweerstand beneden de grens komt (indicatie van een aardfout), dan stopt de omvormer en schakelt de AC uitgangen uit. De MPPT blijft de accu laden daar dit geen invloed heeft op veiligheid vanwege isolatie aan accu kant.
Als er een hoorbaar alarm en / of e-mail notificatie van deze fout nodig is, dan moet er ook een GX apparaat aangesloten worden. E-mail notificaties vereisen een GX apparaat met internet verbinding en het instellen van een VRM account.
De positieve en negatieve geleiders van de PV reeks moeten van de systeem min worden geïsoleerd.
Aard het frame van de PV reeks volgens lokale vereisten.
De aardingsnok op het chassis van de Multi RS19 Solar moet worden aangesloten op de gemeenschappelijke aarding.
De geleider van de aardingsnok op het chassis van de Multi RS19 Solar naar de aarding moet ten minste de doorsnede hebben van de geleiders die voor de PV reeks worden gebruikt.
Als een PV weerstand isolatiefout is aangegeven, raak dan geen metalen onderdelen aan en neem onmiddellijk contact op met een gekwalificeerde technicus om het systeem op fouten te inspecteren.
De accuklemmen zijn galvanisch geïsoleerd van de PV reeks. Dit zorgt ervoor dat PV reeks spanningen niet kunnen lekken naar de accuzijde van het systeem bij een storing.
3.5. Kabelaansluiting volgorde
Ten eerste: Bevestig de juiste polariteit van de accu voordat de accukabels worden aangesloten, sluit de accu aan.
Ten tweede:Sluit indien nodig de remote Aan/Uit schakelaar aan, het programmeerbare relais en de communicatiekabels
Ten derde:: Controleer dat PV polariteit correct is en sluit vervolgens de PV reeks aan (indien onjuist aangesloten met omgekeerde polariteit, zal de PV-spanning dalen, de regelaar zal opwarmen maar de accu zal niet opladen).
3.6. Vereisten voor accu en bekabeling
Om de volledige capaciteit van de Multi RS19 Solar, te benutten, moeten accu's met voldoende capaciteit en accukabels met een voldoende kernoppervlakte worden gebruikt. Het gebruik van te kleine accu's of te dunne accukabels leidt tot:
Vermindering van de efficiëntie van het systeem
Ongewenste systeem alarmen of -uitschakelingen
Permanente schade aan het systeem
De accu aansluitklemmen op de Multi RS19 Solar zijn Amphenol SurLok Plus.
De geschikte 25 mm2 connectoren moeten gebruikt worden om de accu aansluitingen te maken. De connectoren moeten op een kabel van 25 mm2 geperst worden.
Amphenol SurLok Plus connectoren
Connector benaming | Kleur | Oriëntatie | Amphenol onderdeelnummer |
|---|---|---|---|
Accu positief | Rood | Rechte hoek | SLPPA25BSR |
Accu positief | Rood | Recht | SLPIPA25BSR |
Accu negatief | Zwart | Rechte hoek | SLPPA25BSB |
Accu negatief | Zwart | Recht | SLPIPA25BSB |
Vereisten voor accubekabeling en zekering
Kabellengte 0 - 2 m | Kernoppervlakte: 25 mm2 |
Aanbevolen DC zekering | 125 A |
Installeer een DC schakelaar een hoofd DC zekering in het systeem. Installeer uitsluitend de hoofd DC zekering nadat alle noodzakelijke aansluitingen gemaakt zijn.
Sluit geen Amphenol aansluitingen aan of koppel ze niet los als het DC systeem gevoed wordt. Verwijder de hoofd DC zekering vóór het ontkoppelen van de Amphenol aansluitingen.
Waarschuwing
Raadpleeg de aanbevelingen van de accufabrikant om ervoor te zorgen dat de accu's de totale laadstroom uit het systeem kunnen nemen. De beslissing over de accu grootte moet gemaakt worden in samenspraak met de systeemontwerper.
3.7. Procedure accu verbinding
Waarschuwing
Er moet specifieke zorg en aandacht worden besteed bij het aansluiten van de accu. Met een multimeter moet de juiste polariteit worden bevestigd, voordat de accu wordt aangesloten. Het aansluiten van een accu met een verkeerde polariteit vernielt het Multi RS19 Solar en dat valt niet onder de garantie.
Sluit de negatieve accukabel eerst aan, sluit dan de positieve kabel aan.
Druk de Amphenol SurLok connector op de aansluiting op de Multi. Druk stevig aan totdat je een klik hoort; de stekker zit dan vast op de aansluiting.
3.7.1. BMS-Can poort
De BMS-Can poort heeft een dataverbinding van 500 kbit/s met het BMS van beheerde accu’s die het CAN-bus BMS LV protocol ondersteunen.
Het is alleen bedoeld om gebruikt te worden in kleine systemen zonder een GX apparaat en een enkelvoudige Multi RS19 Solar.
Beperkingen
De gegevenssnelheid staat vast op 500 kbit/s. Het kan niet afgesteld worden op 250 kbit/s.
De BMS-Can poort op de Multi RS19 Solar mag alleen gebruikt worden in kleine systemen die geen GX apparaat hebben. Als een GX apparaat aanwezig is in het systeem gebruik dan de BMS-Can poort op het GX apparaat.
Er zijn geen DVCC instellingen beschikbaar in de Multi RS19 Solar. Sluit de BMS aan op de BMS-Can poort van een GX apparaat om deze functies te gebruiken.
In de meeste gevallen is er een GX apparaat in het systeem dus de BMS communicatiepoort van de accu moet aangesloten worden op de BMS-Can poort op het GX apparaat.
Een Victron Lynx BMS moet aangesloten worden op de VE.Can port in elk geval, of een GX apparaat aanwezig is of niet.
Let op
Gebruik de BMS-Can poort niet als er meer dan één Multi RS19 Solar in het systeem is zoals 3-fasen systemen. Gebruik de BMS-Can poort op het GX apparaat.
Let op
Gebruik de BMS-Can poort van de Multi RS19 Solar niet in systemen, die een GX apparaat hebben. Sluit beheerde accu's aan op de BMS-Can poort op het GX apparaat.
Let op
Sluit geen kabels aan tussen de BMS-Can poort op de Multi RS19 Solar en het GX apparaat.
In systemen zonder een GX apparaat kan de BMS van de accu rechtstreeks aangesloten worden op de BMS-Can poort van het Multi RS19 Solar. |
| |
Als een GX apparaat in het systeem aanwezig is dan moet de BMS van de accu verbonden worden met de BMS-Can poort van het GX apparaat. Sluit het GX apparaat aan op de Multi RS19 Solar via de VE.Can poorten. | ![]() |
Instelling
Als een beheerde accu aangesloten is op de BMS-Can poort verschijnen de gedeelde sensoropties in het accu instellingen menu in VictronConnect.
Opmerking
Als er geen beheerde accu aangesloten wordt op de BMS-Can poort van de Multi RS19 Solar, dan zijn deze instellingen niet beschikbaar.
Opmerking
Als de beheerde accu aangesloten wordt op de BMS-Can poort van een GX apparaat dan verschijnen deze instellingen hier niet. In dat geval verschijnen de instellingen in het instellingenmenu van het GX apparaat.
Als een ondersteund accutype verbonden wordt met de BMS-Can poort van de Multi RS19 Solar, dan verschijnen de instellingen maar ze worden ingesteld in overeenstemming met de vereisten van dat specifieke accutype en worden grijs weergegeven. Deze instellingen kunnen niet gewijzigd worden, maar ze worden weergegeven zodat zichtbaar is hoe ze zijn ingesteld. Bekijk de accu compatibiliteitslijst: https://www.victronenergy.com/live/battery_compatibility:start |
| |
Als een niet ondersteund accu type verbonden wordt met de BMS-Can poort van de Multi RS19 Solar, dan verschijnen de instellingen. Deze instellingen moeten aangepast worden aan de specificaties van de fabrikant van de accu. |
|
3.8. Aansluiting van AC bekabeling
Waarschuwing
Dit is een product van veiligheidsklasse 1 (geleverd met een aardingsklem voor veiligheidsdoeleinden). De AC ingangs- en/of uitgangsklemmen en/of het chassis aardingspunt aan de voorkant van de Multi RS19 Solar moeten voor veiligheidsdoeleinden aangesloten zijn op een ononderbreekbaar aardingspunt.
In een vaste installatie kan een ononderbreekbare aarding worden vastgezet door middel van de aardingsdraad van de AC ingang. Anders moet de behuizing worden geaard.
Dit product is voorzien van een aardrelais dat automatisch de Nul uitgang met het chassis verbindt als er geen externe AC voeding beschikbaar is. Als er een externe AC voeding aanwezig is, gaat het aardrelais H open voordat het ingangsveiligheidsrelais sluit. Dit zorgt voor de juiste werking van een aardlekschakelaar die is aangesloten op de uitgang.
Bij een mobiele installatie (bijvoorbeeld met een walstroomcontactstop) zal het loskoppelen van de walstroomverbinding tegelijkertijd de aardingsverbinding verbreken. In dat geval moet de behuizing worden aangesloten op het chassis van het voertuig.
Een zekering of zekeringautomaat, berekend om de verwachte belasting te ondersteunen, moet in serie geïnstalleerd worden aan de uitgang en de kabel kernoppervlakte moet de juiste afmeting hebben. De zekering of zekeringautomaat moet een nominale stroomsterkte van maximaal 50 A hebben.
Opmerking
De Multi RS19 Solarheeft geen volledige galvanische isolatie tussen PV DC ingang en AC klemmen.
In overeenstemming met IEC62109-1 en IEC62109-2 zorgt een interne reststroom bewakingseenheid (RCMU) ervoor dat er geen DC stroom aan de AC zijde verschijnt. Zowel de gelijkstroom- als de wisselstroom componenten van de foutstroom worden bewaakt. Als een fout gedetecteerd wordt, schakelt de omvormer automatisch uit, waarbij het AC systeem wordt afgekoppeld.
Zorg ervoor dat de AC installatie voldoet aan lokale voorschriften voor aardlek beveiliging. Raadpleeg de RCD informatie op Multi RS-document voor verdere begeleiding.
De AC aansluitingklemmenblokken zijn te vinden op het voorpaneel.
Het AC klemmenblok is een push-in veer aansluiting.
Isolatie van de geleider moet worden verwijderd om 15 mm van de blootliggende geleider bloot te leggen.
Duw de aansluiting in de ronde opening van de klemblokpositie. Bij geleiders met meer strengen kan het nodig zijn om een kleine schroevendraaier in het vierkante gat te steken om de veerspanning te verminderen, waardoor de geleider eenvoudiger kan worden ingebracht.
De maximale kernoppervlakte van de geleider is 6 mm2 (8 AWG).
Waarschuwing
Draai de polariteit van de nul- en fase draden NIET om bij het aansluiten van AC bekabeling.
AC-uit-1 De AC uitgang kabel kan direct verbonden worden met het aansluitblok “AC-uit”. Van links naar rechts: "N" (nul) - "PE" (aarding) - "L" (fase). Met de PowerAssist functie kan de Multi RS19 Solar tot 25 kVA toevoegen aan de uitgang tijdens perioden waar piekvermogen nodig is. De Multi RS19 Solar kan tot 50 A doorvoeren naar de belastingen. De AC ingang relais zijn beperkt tot 50 A en de omvormer kan tot 25 A continu onder de beste omstandigheden toevoegen (als het heter wordt, vermindert dit getal).
Waarschuwing
De AC uitgang aansluitklemmen moeten worden beschermd tegen overbelasting door een stroomonderbreker met een waarde van 50 A of minder en de kabel moet een passende kernoppervlakte hebben.
AC-uit-2 Er is een tweede uitgang beschikbaar die de belasting uitschakelt als als de omvormer uitsluitend op de accu werkt. Van links naar rechts: "L" (fase) - "PE" (aarding) - "N" (nul). Op deze aansluitklemmen is apparatuur aangesloten die alleen kan werken als er AC spanning beschikbaar is op de AC-IN-1, bijvoorbeeld een elektrische boiler of een airco. De belasting op de AC-OUT-2 wordt onmiddellijk losgekoppeld als de omvormer/acculader overschakelt op de accu. Nadat AC vermogen beschikbaar is op de AC-IN-1, wordt de belasting op AC-OUT-2 onmiddellijk opnieuw aangesloten.
AC-in De AC ingang kabel kan verbonden worden met het aansluitblok “AC-IN”. Van links naar rechts: "N" (nul) - "PE" (aarding) - "L" (fase). De AC ingang moet worden beschermd door een stroomonderbreker met een waarde van 50 A of minder en de kabel moet een passende kernoppervlakte hebben.
Waarschuwing
Als de AC ingang voeding een lagere waarde heeft, dan moet de stroomonderbreker dienovereenkomstig worden gereduceerd.
3.9. VE.Direct
Dit kan gebruikt worden om een pc/laptop aan te sluiten om de omvormer te configureren met een VE.Direct naar USB accessoire. Kan ook gebruikt worden om een Victron GlobalLink 520 aan te sluiten om gegevensbewaking op afstand mogelijk te maken.
Opmerking
[en] The VE.Direct port on the Multi RS19 Solar cannot be used to connect to a GX device, and the VE.Can connection must be used instead.
3.10. VE.Can
De VE.Can poorten kunnen worden gebruikt om met andere apparaten te verbinden, zoals:
Een GX apparaat voor bewaking en communicatie.
Andere Multi RS19 Solar apparaten vormen een 3-fasen systeem.
Een energiemeter zoals de Victron VM-3P75CT.
Extra MPPT's zoals de MPPT RS of andere VE.Can MPPT regelaars.
VE.Can afsluitweerstanden moeten altijd geïnstalleerd worden in de apparaten aan beide uiteinden van het VE.Can netwerk.
3.11. Bluetooth
Gebruikt om verbinding te maken met het apparaat via VictronConnect voor configuratie.
Houd er rekening mee dat deze Bluetooth interface niet compatibel is met VE.Smart Networking (bijv. Smart Battery Sense).
3.12. I/O gebruiker
Het gebruiker I/O aansluitblok is te vinden links onderaan op het voorpaneel.
Het aansluitblok kan verwijderd worden om het aansluiten van kleine draden eenvoudiger te maken. Om het los te maken, duw dan beide oranje hendels (boven- en onderkant van de aansluiting) naar links.
Aansluitingen worden gemaakt door de draad in de opening te duwen. In de ”TOP” oriëntatie kan de draad worden losgemaakt door het oranje lipje naast het gat met een kleine platte schroevendraaier naar beneden te drukken.
Opmerking
Hierdoor werkt de Multi RS19 Solar standaard. Als deze draadlus of de connector wordt verwijderd, ontstaan er open circuits op de aansluitingen Remote_H en Remote_L, en zal de Multi RS19 Solar niet inschakelen.
Het onderstaande schema toont de penbezetting van de aansluiting en de functie van elke pen. De functies staan ook gedrukt aan de zijkant van de aansluiting zelf.
Pennummer | Pennaam | Omschrijving |
|---|---|---|
1 | RELAIS_NO | Programmeerbaar relais Normaal Open aansluiting |
2 | AUX_IN- | Algemeen negatief voor programmeerbare hulpingangen |
3 | AUX_IN1+ | Programmeerbare hulpingang 1 positieve aansluiting |
4 | AUX_IN2+ | Programmeerbare hulpingang 2 positieve aansluiting |
5 | REMOTE_L | Remote aan/uit aansluiting Laag |
6 | REMOTE_H | Remote aan/uit aansluiting Hoog |
7 | RELAY_NC | Programmeerbaar relais normaal gesloten aansluiting |
8 | RELAY_COM | Programmeerbaar relais – gemeenschappelijke aansluiting |
9 | TSENSE- | Temperatuursensor negatief |
10 | TSENSE+ | Temperatuursensor positief |
11 | VSENSE- | Spanningssensor negatief |
12 | VSENSE+ | Spanningssensor positief |
3.12.1. Remote H en L aansluitklemmen
Er zijn twee aansluitklemmen, gemarkeerd REMOTE_H en REMOTE_L.
De standaard functie van die aansluitklemmen is om de Multi RS19 Solar remote in of uit te schakelen.
Opmerking
In de fabriek zijn deze twee aansluitingen met elkaar verbonden door middel van een draadlus. Hierdoor kan de Multi RS19 Solar worden ingeschakeld als de fysieke hoofdschakelaar in de Aan stand staat.
Om de aansluitklemmen voor remote aansluitingen te gebruiken, moet de draadlus verwijderd worden.
Deze twee contacten kunnen ingesteld worden voor ofwel remote aan/uit (standaard) of voor 2-draads BMS modus.
Als meerdere eenheden in een systeem gecombineerd worden — bijvoorbeeld in een 3-fasen configuratie — dan kunnen de contactdraden aangesloten worden op elke enkelvoudige eenheid. De status van het contact wordt dan gedeeld met de rest van het systeem via de VE.Can aansluitingen.
Alleen de eenheid waarop de contactdraden zijn aangesloten moet ingesteld worden.
Remote aan/uit functionaliteit:
De in de fabriek aangebrachte draadlus kan verwijderd worden en dan kunnen draden aangesloten worden op een extern schakelaarcontact. Het schakelaarcontact kan dan gebruikt worden om Multi RS19 Solar in of uit te schakelen.
Dit is de standaard instelling in VictronConnect, er zijn geen wijzigingen in de instellingen noodzakelijk op een nieuwe eenheid. De instellingen kunnen gecontroleerd worden in Remote modus in het accu instellingenmenu.
De Multi RS19 Solar wordt ingeschakeld als de ingangen zijn aangesloten op één van de vier manieren die rechts afgebeeld staan.
| ![]() |
De Multi RS19 Solar wordt uitgeschakeld als de ingangen zijn aangesloten op één van de vier manieren die rechts afgebeeld staan.
| ![]() |
2-draads BMS modus:
De REMOTE_H en REMOTE_L aansluitklemmen kunnen ook ingesteld worden voor koppeling met een 2-draads BMS. Twee aparte contacten op het BMS regelen of het de Multi RS19 Solar toegelaten is te laden of te ontladen. Dit is ingesteld in VictronConnect, raadpleeg Remote modus in het instellingenmenu van de accu.
Wijzig de modus van "Remote aan/uit" naar ”2-draads BMS".
De onderstaande schema's tonen in welke modus de Multi RS19 Solar staat, afhankelijk van de status van de REMOTE_H en REMOTE_L aansluitklemmen.
Opmerking
In 2-draads BMS modus, als de REMOTE_H en REMOTE_L aansluitklemmen gekoppeld zijn (en niet verbonden aan +48 V), is de Multi RS19 Solar ingeschakeld maar het laden is uitgeschakeld.
De BMS contacten ”Toelaten te laden" en ”Toelaten te ontladen" zijn beide gesloten. De REMOTE_H en REMOTE_L aansluitklemmen worden beiden omhoog getrokken naar +48V via de BMS schakelaarcontacten. De Multi RS19 Solar werkt normaal en is toegestaan de accu te laden en te ontladen. | ![]() |
Het BMS heeft zijn contact ”Toelaten te laden" geopend. De REMOTE_H is omhoog getrokken naar +48 V via het BMS contact en REMOTE_L aansluitklem is zwevend. De Multi RS19 Solar stopt het laden van de accu van AC en/of PV bronnen, maar blijft de accu zoals normaal ontladen. | ![]() |
Het BMS heeft zijn contact ”Toelaten te ontladen" geopend. De REMOTE_L wordt omhoog getrokken naar +48V via het BMS contact en REMOTE_H aansluitklem is zwevend. De Multi RS19 Solar stopt het ontladen van de accu maar blijft de accu laden van AC en/of PV bronnen, indien beschikbaar. | ![]() |
De BMS contacten ”Toelaten te laden” en ”Toelaten te ontladen" zijn beide geopend. De REMOTE_H en REMOTE_L aansluitklemmen zijn beide zwevend. Het is niet toegestaan om op te laden of te ontladen., dus de Multi RS19 Solar schakelt uit. | ![]() |
3.12.2. Programmeerbaar relais
Er is één universeel, potentiaalvrij (droog) relaiscontact dat voor verschillende functies kan worden ingesteld.
Gebruik het Relais menu in VictronConnect om het in te stellen.
De relaiscontacten zijn geschikt voor 4 A tot 35 V DC en 1 A bij 70 V DC.
Waarschuwing
Gebruik het relaiscontact niet voor AC (230 V) schakelingen.
In dit voorbeeld is het open relaiscontact ingesteld voor het starten en stoppen van een aggregaat. | ![]() |
3.12.3. Spanningsdetectie
Om te compenseren voor mogelijke kabelverliezen tijdens het laden, kunnen twee spanningsdetectiedraden rechtstreeks met de accu verbonden worden of met de positieve en negatieve verdeelpunten. Gebruik draad met een kernoppervlakte van 0,75 mm². Tijdens het laden van de accu compenseert de acculader de spanningsval over de DC kabels tot maximaal 1 Volt (d.w.z. 1 V over de positieve aansluiting en 1 V over de negatieve aansluiting). Als de spanningsval groter dreigt te worden dan 1 V, dan wordt de laadstroom zodanig beperkt dat de spanningsval beperkt blijft tot 1 V.
Een voorbeeld van de VSENSE+ en VSENSE- aansluitklemmen aangesloten op de accuklemmen. Een zekering dichtbij de accu wordt aanbevolen om de spanningsdetectiedraden te beschermen tegen kortsluitingen. | ![]() |
3.12.4. Temperatuursensor
De temperatuursensor (meegeleverd bij de eenheid) kan worden aangesloten voor temperatuurgecompenseerd laden. De sensor is geïsoleerd en moet op de negatieve pool van de accu worden aangebracht. De temperatuursensor kan ook gebruikt worden voor lage temperatuur afsluiting bij het laden van LiFePO4 accu. Dit kan ingesteld worden in de accu instellingen pagina in VictronConnect.
De geleverde accutemperatuur sensor is verbonden met de minpool van de accu. OpmerkingGebruik alleen de temperatuursensor die geleverd is met de Multi RS19 Solar. | ![]() |
3.12.5. Hulpingangen
De Multi RS19 Solar is uitgerust met 2 digitale ingangspoorten, ze zijn AUX_IN1+ en AUX_IN2+ gelabeld op het afneembare aansluitblok, met AUX_IN- als de algemene aansluitklem voor beide.
Een AUX_IN+ ingang wordt als actief beschouwd als het aangesloten is op AUX_IN-.
Waarschuwing
Sluit geen van de AUX IN aansluitklemmen aan op de positieve of negatieve accuklem.
Het schema aan de rechterkant toont AUX_IN1 als actief . | ![]() |
Het schema aan de rechterkant toont AUX_IN1 als inactief . | ![]() |
In VictronConnect Aux ingang instellingenpagina toe dat verschillende functies ingesteld worden.
Ongebruikt: De Aux ngang heeft geen functie.
AC IN aansluiten: De AC ingang kan, indien nodig, verbonden of ontkoppeld worden. De AC ingang uitschakelen kan bijvoorbeeld uitgeschakeld worden tijdens dure piekperiodes van een tijdgebonden tarief. Zowel een actief als een inactief signaal kan gebruikt worden om de AC ingang verbonden status in te stellen.
AC IN terugleveren inschakelen: In een parallelschakeling op het net kan de Aux ngang worden gebruikt om de teruglevering aan het net in of uit te schakelen. Zowel een actief als een inactief signaal kan worden gebruikt om de terugleveringsstatus in te stellen.
Veilgheidsschakelaar: De Multi RS19 Solar werkt alleen als de Aux ingang actief is.
Dit kan gebruikt worden om de Multi RS19 Solar remote uit te schakelen als de REMOTE_L en REMOTE_H aansluitklemmen ingesteld zijn voor een 2-draads BMS.
Het kan ook gebruikt worden als een apart veiligheidsschakelaarsignaal van een ander systeem dat zijn eigen ingang nodig heeft.
Opmerking
Als de REMOTE_L en REMOTE_H aansluitklemmen in een status staan die de Multi RS19 Solar uitschakelen, dan overschrijft dit de veiligheidsschakelaarfunctie van de Aux ingang, en het blijft uitgeschakeld.
Bijvoorbeeld als de REMOTE_H en REMOTE_L aansluitklemmen zwevend zijn, dan wordt de Multi RS19 Solar uitgeschakeld, ongeacht de status van de veiligheidsschakelaar van de Aux ingang
Als dezelfde functie toegewezen wordt aan beide AUX ingangen, worden ze behandeld als een EN functie, dus moeten beiden actief zijn zodat de functie herkend wordt als actief.
Opmerking
Bepaalde netcodes vereisen dat de hulpingangen worden gebruikt voor het beperken van het laadvermogen of om terugleveren te voorkomen. Alle netcodefuncties overschrijven functies bepaald in de Aux inganginstellingen en ze worden grijs weergegeven.
3.13. Aggregaat programmeren
De Multi RS19 Solar heeft een tolerantie voor onregelmatigheden op de AC ingang zoals snelle frequentiewijzigingen of spanningswijzigingen om betrouwbaarheid te verbeteren bij het verbinden met aggregaten.
Het gebruik van een aggregaat met de Multi vereist firmware versie v1.11 of later.
Stel de volgende optie in op de Algemene Instellingen pagina:
|
|
Als geen netcode ingesteld is, stel dan het volgende in op de netpagina:
|
|
Als een netcode ingesteld is, stel dan de volgende twee parameters in op de netpagina:
|
|
Zorg ervoor dat de ESS modus ingesteld is ”Houd accu's geladen". |
|
Het programmeerbare relaiscontact van de Multi RS19 Solar kan gebruikt worden om een aggregaat te starten en stoppen. Deze instellingen worden uitgelegd in de VictronConnect rubriek.
Raadpleeg Beperkingen hoofdstuk voor extra laadvermogenbeperkingen.
3.14. ESS Energieopslagsysteem
Een Energy Storage System (ESS) is een specifiek type energiesysteem dat de Multi RS19 Solar gebruikt om samen te werken met een netaansluiting. Het wordt gebruikt om het gebruik van PV vermogen, accuopslag en netimport of terugleveren te optimaliseren.
ESS kan ingesteld worden om eigen verbruik te optimaliseren of accu's opgeladen te houden.
Als er meer PV vermogen is dan nodig voor het voeden van de belastingen, dan wordt de overtollige PV energie opgeslagen in de accu. Die opgeslagen energie wordt dan gebruikt om de belastingen te voeden op momenten dat er een tekort aan PV vermogen is. Als de accu vol is, dan kan de overtollige PV energie naar het net teruggeleverd worden.
Er kan gekozen worden hoeveel accucapaciteit er als reserve behouden moet blijven. Als de netverbinding betrouwbaar is, kan er meer van de accu gebruikt worden en minder als reserve behouden worden. Omgekeerd, als de netaansluiting onbetrouwbaar is en vaak uitvalt, kan de voorkeur zijn om meer accu energie in reserve te houden.
De optie “Houd accu's opgeladen” houdt de accu's volledig opgeladen indien mogelijk. De accu's ontladen alleen tijdens een stroomstoring als PV energie onvoldoende is. Zodra de netspanning terugkeert of voldoende PV vermogen beschikbaar is, worden de accu's automatisch opnieuw geladen.
Opmerking
Pas deze ESS instellingen niet toe in systemen met een aggregaat. Raadpleeg de Aggregaat programmeren rubriek als er een aggregaat aangesloten is op de AC ingang.
De Multi RS19 Solar kan ingesteld worden als een Energieopslagsysteem. In deze configuratie werkt het apparaat in net parallel geschakelde modus, waardoor energie aan het net teruggeleverd kan worden via de AC ingangsklemmen.
Opmerking
Voor de Multi RS19 Solar zijn alle ESS instellingen ingesteld in VictronConnect. Er zijn beperkte instellingsopties in het ESS menu van een GX apparaat.
Om terug te leveren aan het net moet in Victron Connect de juiste netcode voor het land geselecteeerd worden. In de meeste gevallen is toelating van de netbeheerder vereist vóór het instellen van een Energieopslagsysteem op terugleveren.
Als er geen toelating van de netbeheerder is of als de installatie de vereisten voor terugleveren niet naleeft, stel de netcode dan in op 'Geen'. In dit geval wordt geen energie teruggeleverd aan het net.
Belangrijk
Certificatie voor terugleveren aan het net varieert per land voor de Multi RS19 Solar en het is momenteel niet in alle landen gecertificeerd.
Ga er niet van uit dat de Multi RS19 Solar gecertificeerd of toegestaan is voor terugleveren in het land omdat de netcode vermeld staat in de lijst.
Controleer steeds op huidige certificaten voor dit product. Deze zijn beschikbaar in de Downloads & Ondersteuning rubriek van de website.
Gebruik VictronConnect om de Multi RS19 Solar voor ESS zoals onderaan in te stellen:
Selecteer vanuit de hoofd instellingenpagina de ESS instellingenpagina.
|
|
Eigen verbruik vanuit accu opties:
|
|
Opmerking
Voor de instellingen van de netcode is een wachtwoord vereist ter bescherming tegen ongeoorloofde ingrepen.
Na een eerste maal een netcode in te stellen, kan dit niet gedeactiveerd of aangepast worden zonder een wachtwoord. Als er hulp nodig is bij het wijzigen van de netcode, neem dan contact op met de installateur.
Ga naar de net instellingen pagina, kies een geschikte netcode voor het gebied en selecteer het. Afhankelijk van de selectie komen er extra opties beschikbaar, wat kan variëren per regio. In dit voorbeeld gebruiken we Duitsland als de geselecteerde netcode. Bepaalde instellingen worden grijs weergegeven en kunnen niet worden gewijzigd zonder het instellen van het wachtwoord voor de netcode. Zorg ervoor deze instellingen niet te wijzigen tenzij de netbeheerder hierom vraagt.
Verlies van netspanningsdetectie: De meeste van deze instellingen worden kenmerkend grijs weergegeven en zijn alleen bedoeld voor informatieve doeleinden. De waarden worden bepaald door de geselecteerde netcode.
Teruglever instellingen
|
|
Als de netcode externe regeling van laadvermogen vereist of het uitschakelen van de net teruglevering kunnen de contacten aangesloten worden op de Aux_IN aansluitklemmen of de gebruiker I/O aansluiting. 3-Fasen systemen vereisen contactbedrading op I/O aansluiting van maar één eenheid. De contactstatus wordt dan gedeeld met en herhaald door alle eenheden in het systeem. OpmerkingNiet alle netcodes ondersteunen het gebruik van Aux ingangen. Als een voorbeeld, voor de Duitse netcode, worden de Aux_IN aansluitklemmen gebruikt zoals hieronder:
|
|
3.15. Aansluiten op externe AC PV omvormers
De Multi bevat een ingebouwd AC PV omvormer detectiesysteem.Als er een terugkoppeling is van AC PV (een overschot) vanuit de AC-OUT aansluiting, dan past de Multi de AC uitgangsfrequentie automatisch aan.
Hoewel geen verdere instellingen vereist zijn, is het belangrijk dat de AC PV omvormer juist ingesteld is om op de frequentie aanpassing te reageren door zijn uitgang te verlagen.
Let op de 1:1 regel van AC PV omvormer grootte met Multi grootte en het toepassen van de minimale accu groottes. Meer informatie over deze beperkingen zijn beschikbaar in de AC Koppeling handleiding en het lezen van dit document is vereist bij gebruik van een AC PV omvormer.
Het frequentie aanpassingsbereik is niet instelbaar en bevat een ingebouwde veiligheidsmarge.Als de absorptiespanning is bereikt, dan zal de frequentie toenemen. Dus het is nog steeds essentieel een DC PV component in het systeem te hebben om de accu volledig te laden (bijv. druppel fase).
De PV omvormer stop frequentie (fstop) is 53,2 Hz. Dit is niet instelbaar.
Het is wellicht mogelijk om de vermogensreactie op verschillende frequenties op de AC PV omvormer aan te passen.
De standaard configuratie is getest en werkt betrouwbaar met de Fronius MG50/60 netcode configuratie.
3.16. Instellingen PV omvormer
De Multi RS19 Solar kan worden ingesteld als een PV omvormer zonder dat er een accu nodig is. Alle PV energie wordt via de AC ingang aan het net teruggeleverd.
Opmerking
Om deze functie te kunnen gebruiken, moet het systeem op het elektriciteitsnet zijn aangesloten. Er moet een geschikte netcode voor de locatie ingesteld worden en de gebruiker moet de benodigde toestemming hebben om stroom terug te leveren aan het elektriciteitsnet.
Let op
Sluit geen belastingen of externe PV omvormers aan op de AC-OUT 1.
Stel een netcode voor de regio in. Raadpleeg de netinstellingen pagina voor meer informatie.
Stel de volgende optie in op de ESS instellingenpagina:
|
|
Na het instellen van “Alleen PV omvormer modus (zonder accu's)” worden de volgende instellingen toegepast:
Systeem -> Systeeminstelling = Standalone
Algemeen -> Energiemeter ondersteuning = Uitgeschakeld
AC invoerbeheer -> Voorwaardelijke activering van AC ingang = uitgeschakeld
3.17. Een externe energiemeter aansluiten
De Victron VM-3P75CT energiemeter kan gebruikt worden met de Multi RS19 Solar.
Opmerking
Uitsluitend de Victron VM-3P75CT energiemeter wordt ondersteund.
De Victron energiemeter kan ofwel via VE.Can ofwel via Ethernet aangesloten worden. Een GX apparaat is vereist voor Ethernet connectiviteit. Zie voorbeeld schema's onderaan.
Opmerking
Voor Ethernet connectiviteit moet de Multi RS19 Solar firmwareversie 1.26 of hoger geïnstalleerd hebben.
Het GX apparaat moet versie 3.70 of hoger draaien.
Waarschuwing
Alle WiFi netwerksegmenten tussen de energiemeter en het GX apparaat moeten worden vermeden vanwege vertragingen.
Gebruik bekabelde Ethernet verbindingen tussen de energiemeter, router/switch en het GX apparaat.
Raadpleeg de VM-3P75CT handleiding voor volledige details.
De energiemeter kan ingesteld worden voor 1-fase of 3-fasen systemen.
Als de rol geselecteerd wordt in de energiemeter instellingen kan de energiemeter ondersteuning ingesteld worden in de Multi RS19 Solar instellingen:
|
|
|
|
Het bovenstaande bedradingsvoorbeeld kan gebruikt worden als de energiemeter rol ingesteld is als ”Netstroommeter" of ”Aggregaat". De inkomende stroom van de AC net of een aggregaat wordt gemeten vóór de AC ingang van de Multi RS19 Solar. of enige niet kritieke AC belastingen.
Als ”Energiemeter ondersteuning" is ingeschakeld, kan er een stroomlimiet worden ingesteld op de energiemeter om overmatige belasting op een zwak AC net te voorkomen. Als de niet essentiële belastingen de stroomlimiet op de energiemeter overschrijden, begint de Multi RS19 Solar met "power assist" om te proberen de stroomlimiet op of onder het instelpunt te houden.
|
|
Als een gewone PV omvormer is aangesloten op de AC uitgang van de Multi RS19 Solar moet de rol van de energiemeter worden ingesteld op ”PV omvormer" en worden aangesloten om de stroom te meten die door de PV omvormer wordt geproduceerd.
|
|
Als de rol van de energiemeter ingesteld wordt op ”AC belasting” kan de energiemeter a worden om specifieke belastingen te meten. Een boiler circuit kan bijvoorbeeld worden gemeten om het stroomverbruik te controleren en ook om bij te houden hoeveel energie het verbruikt.
3.18. Grote systemen - 3-fasen
Waarschuwing
3-fasen systemen zijn complex. We ondersteunen niet of bevelen niet aan dat niet opgeleide en/of onervaren installateurs werken aan systemen van deze grootte.
Als je nieuw bent bij Victron start dan met kleine systeemontwerpen zodat je vertrouwd raakt aan noodzakelijke opleiding, materiaal en vereiste software.
Het wordt ook aanbevolen een installateur in te huren met ervaring in deze complexere Victron systemen, zowel voor ontwerp als voor ingebruikname.
Victron kan specifieke opleiding voor deze systemen leveren aan distributeurs via hun regionale salesmanager.
Opmerking
VE.Can parallel en 3-fasen netwerken verschillen van VE.Bus. Lees de documentatie volledig, zelfs als je ervaring hebt met grote VE.Bus systemen.
Het is mogelijk om verschillende modellen omvormer RS (d.w.z. het model met Solar en zonder Solar) door elkaar te gebruiken. Echter het mengen van Inverter RS met Multi RS wordt momenteel niet ondersteund.
DC- en AC-bedrading
Elke eenheid moet individueel van zekering voorzien worden op de AC- en DC-kant. Zorg ervoor hetzelfde type zekering te gebruiken op elke eenheid.
Het volledige systeem moet worden aangesloten op een enkelvoudige accubank. Momenteel ondersteunen we geen meerdere verschillende accubanken voor één verbonden 3-fasen en/of parallel systeem.
Communicatiebedrading
Alle eenheden moeten in serie gekoppeld zijn met een VE.Can kabel (RJ45 cat5, cat5e of cat6). De volgorde hiervoor is niet belangrijk.
Aan elk uiteinde van het VE.Can netwerk moet een afsluiting gebruikt worden. .
De temperatuursensor kan op elke eenheid in het systeem aangesloten worden. Voor een grote accubank is het mogelijk meerdere temperatuursensoren aan te sluiten. Het systeem gebruikt de temperatuursensor met de hoogste temperatuur om de temperatuurcompensatie te bepalen.
Programmeren
Alle instellingen moeten handmatig ingesteld worden door de instellingen in elk apparaat te wijzigen, één voor één. Momenteel wordt het synchroniseren van instellingen naar alle apparaten niet ondersteund door VictronConnect.
Er bestaat een gedeeltelijke uitzondering hiervoor, het wijzigen van de AC uitgangsspanning wordt tijdelijk naar andere gesynchroniseerde apparaten doorgegeven (om ongewenste onbalans in de stroomtoevoer via de AC-uitgang te voorkomen). Dit is echter geen permanente instellingen wijziging en moet nog steeds handmatig ingesteld worden op alle apparaten als de AC uitgangsspanning gewijzigd moet worden.
Instellingen acculader (spanning en stroom limieten) worden overschreven als DVCC ingesteld is en als er een BMS verbonden is via de BMS-Can poort is actief in het systeem.
Systeembewaking
Het wordt sterk aanbevolen dat een GX Familie product gebruikt wordt in combinatie met deze grotere systemen. GX producten bieden zeer waardevolle informatie over de geschiedenis en prestaties van het systeem.
Systeemmededelingen worden duidelijk getoond en veel extra functies zijn ingeschakeld. Gegevens van VRM versnellen ondersteuning enorm indien het vereist is.
3.19. 3-fasen installatie
De ondersteunt 1-fase en 3-fasen configuraties. Momenteel ondersteunt het geen gesplitste fase.
De fabrieksstandaardinstelling is voor zelfstandige, enkelvoudige eenheid werking.
Als er voor 3-fasen bedrijf geprogrammeerd moet worden dan vereist dat 3 eenheden.
De maximaal ondersteunde systeemgrootte bedraagt 3 eenheden in totaal, met één eenheid op elke fase.

Alle Multi RS19 Solar apparaten moeten met elkaar verbonden worden via VE.Can verbindingen, met een VE.Can afsluiting aan het begin en het einde van de bus.
Als de eenheden met de accu verbonden zijn en via VE.Can moeten ze ingesteld worden.
Driehoek schakelingen worden niet niet ondersteund
Voor eenheden in 3-fasen configuratie: Onze producten zijn ontworpen voor een ster (Y) type 3-fasen schakeling.
In een ster configuratie zijn alle nullen verbonden, een zogenaamde: “gedeelde nul”.
We ondersteunen geen driehoek (Δ)-schakeling. Een driehoek configuratie heeft geen gedeelde nul en leidt tot bepaalde omvormerkenmerken die niet zoals verwacht zullen werken.
3.20. 3-fasen programmeren
Om een 3-fasen systeem in te stellen, moeten de Multi RS19 Solar juist geïnstalleerd worden en firmwareversie v1.13 of later draaien.
Het instellen van een systeem voor 3-fasen of 1-ase wordt uitgevoerd in VictronConnect in het Systeemmenu.
Let op
AC uitgangsvermogen wordt enkele seconden afgekoppeld bij het wisselen van systeeminstelling modi. Zorg ervoor dat het systeem ingesteld is VÓÓR het verbinden van de omvormer AC uitgangen met de belasting.
Opmerking
Deze systeeminstellingen moeten individueel geprogrammeerd worden en juist ingesteld worden op alle verbonden eenheden voor gesynchroniseerde werking.
Systeem instellingen: De standaardinstelling voor systeemconfiguratie is ”Autonoom". Tik in het vakje om een pop-up menu op te roepen waar ”3-Fasen” geselecteerd kan worden.Er kan gekozen worden uit twee 3-fasen opties, met de klok mee of tegen de klok in, afhankelijk van de fase rotatie op de installatie locatie. Op elke eenheid moeten dezefde instellingen toegepast worden |
|
Fase selectie: Selecteer de juiste fase waarop elke speciifieke eenheid is aangesloten. Er kan maar één eenheid per fase zijn. Doe dit voor elke individuele eenheid. Het is ook raadzaam om elke eenheid fysiek te labelen en ook een bijpassende aangepaste naam op te geven in de instellingen van de productinfo. |
|
|
|
Opmerking over redundantie en voortdurende uitgang tijdens firmware updates
Een 3-fasen systeem kan firmware bijgewerkt worden zonder vermogen te verliezen op de AC uitgang.
Zorg ervoor dat er een stabiele AC ngang beschikbaar is bij het starten van het bijwerken en dat de eenheid, die momenteel wordt bijgewerkt overschakelt naar de AC doorgangsmodus.
Het AC synchronisatiemechanisme, gebruikt voor 3-fasen, heeft een ingebouwde 'protocol' versie.
Eenheden kunnen samenwerken, zelfs met verschillende firmwareversies, zolang ze maar dezelfde protocolversie draaien.
Dit laat voortdurende ononderbroken voeding toe, zelfs bij het bijwerken van firmware, daar de eenheden individueel één voor één bijwerken, terwijl andere blijven synchroniseren en de stabiele AC uitgang leveren.
Als Victron het 'protocol' versienummer moet wijzigen, danwordt het duidelijk genoteerd in het firmware wijzigingenlogboek. Lees dit steeds vóór het bijwerken.
Als er meerdere protocol versies draaien op dezelfde VE.Can bus, dan geven alle eenheden foutmelding #71 aan tenzij ze allemaal naar dezelfde versie zijn bijgewerkt.
Bekende problemen
De 'UPS functie' is te gevoelig bij 3-fasen werking in vergelijking met alleenstaande werking. Schakel de 'UPS functie' uit in geval de Multi regelmatig afsluit van de AC ingang.
Laadstromen zijn nog niet gebalanceerd over de 3-fasen als de lader in spanning gecontroleerde modus staat.


































