4. Gebruik, instelling en bewaking
4.1. Automatische motoruitschakelingsdetectie
De automatische motoruitschakelingsdetectie vereenvoudigt het Orion XS systeem door te detecteren of de motor draait zonder extra schakelaars of sensoren aan te sluiten. De standaard fabrieksinstelling werkt met de meeste conventionele en smart dynamo's maar kan opnieuw ingesteld worden met de VictronConnect-app.
De detectie is gebaseerd op de dynamospanning. Klassieke dynamo's genereren een vaste spanning (bv. 14 V), terwijl de spanning van smart dynamo's kan variëren van 12,5 V tot 15 V (bij een 12 V systeem). Smart dynamo's in een regeneratief remsysteem tonen vaak grote variaties in spanning.
Motoruitschakelingsdetectie is alleen actief in laadmodus. De functie kan ingesteld, uitgeschakeld en opnieuw geactiveerd worden, zoals beschreven in de Motoruitschakelingsdetectie & ingangsspanning vergrendeling rubriek. In voedingsmodus bepaalt de ingangsspanninguitsluiting wanneer de uitgang actief is.
In installaties waar de dynamospanning niet voldoende detectie geeft om mee te werken, kan in plaats ervan een extern signaal voor een draaiende motor gebruikt worden; raadpleeg de Gebruik van een extern signaal voor een draaiende motor rubriek.
4.1.1. Zo werkt het
De volgende procedure beschrijft de werking van de motoruitschakelingsdetectie volgorde.
![]() | ![]() |
Motoruitschakelingsdetectie volgorde
0 → 1: Als de motor draait, loopt de dynamospanning op. Als Vstarter > Vstart, wordt laden ingeschakeld.
1 → 2: De ingangsstroom produceert een spanning door de ingangskabel (Vkabel); deze spanning vermindert de spanning gemeten door de lader (VIN). Indien VIN > Vuitschakeling, werkt de lader met Imax.
2 → 3: Indien VIN ≤ Vuitschakeling, verlaagt de laadstroom om te voorkomen dat VIN onder Vuitschakelingzakt.
3 → 4: Indien VIN < Vuitschakeling gedurende langer dan 1 min. (tuitschakeling), “motor uit” wordt gedetecteerd en laden is uitgeschakeld. Indien VIN > Vuitschakeling vóór tuitschakeling stopt, blijft laden ingeschakeld.
4 → 5: Indien Vstart(uitstel) < VIN < Vstart, wordt laden ingeschakeld na tstart uitstel (instelbaar).
4.1.2. Instelling voor Euro 6 auto's
Euro 6-voertuigen gebruiken een slimme dynamo die door het voertuig wordt beheerd. Tijdens het rijden beslist het dynamobeheersysteem of de dynamo nodig is, gebaseerd op de elektrische vraag van het voertuig en de hoeveelheid energie die tijdens het remmen kan worden teruggewonnen. Als resultaat is de laadspanning niet constant: dit kan in een 12V-systeem ruwweg variëren tussen 12,5 V en 15 V, en de dynamo kan tijdelijk volledig worden uitgeschakeld. Wanneer de dynamo is uitgeschakeld, daalt de spanning op de startaccu terug naar de statische accuspanning (~12,6 V). De motoruitschakelingsdetectie leest die spanning en kan daaruit concluderen dat de motor is gestopt, ook al rijdt het voertuig nog steeds. Tijdens deze fase wordt de Orion XS niet opgeladen, wat mogelijk kan leiden tot een onvoldoende opgeladen hulpaccu.
Het beheersysteem van de dynamo reageert ook op de elektrische belasting in het voertuig. Wanneer er voldoende belastingen aanwezig zijn, levert de dynamo ten minste een druppellaadspanning (~13,8 V), die door de motoruitschakelingsdetectie zonder problemen wordt herkend. Als de basis belasting in het systeem voldoende hoog is, blijft de dynamo actief gedurende het grootste gedeelte van de rit en de automatische detectie werkt goed.
Of dit gebeurt hangt af van het voertuig en de installatie, dus de motoruitschakelingsdetectie heeft soms wat nauwkeurig afstemmen nodig. Vier instellingen zijn hiervoor beschikbaar in de VictronConnect-app: de startspanning, de uitgestelde startspanning, de uitgestelde startspanning uitstel en de uitschakelingsspanning. Raadpleeg de Motoruitschakelingsdetectie & ingangsspanning vergrendeling rubriek voor een beschrijving van elke instelling. Door de start- en uitschakelspanningen te verlagen, kan het detectiesysteem de lagere laadspanningen van een smart dynamo aan, ten koste van een kleinere marge boven de statische accuspanning.
Wees ervan bewust dat laadstrategieën verschillen van voertuig tot voertuig, zelfs binnen hetzelfde merk en model. Eigenaars van hetzelfde voertuigmodel kunnen tot de bevinding komen dat sommige met succes motoruitschakelingsdetectie kunnen gebruiken terwijl anderen te laag geladen hulpaccu's ervaren.
In een voertuig waar de dynamo langere periodes uitgeschakeld is en de basis belasting laag is, kan nauwkeurig afstemmen niet voldoende zijn om laden te laten voortduren. Een extern signaal voor een draaiende motor kan in plaats ervan gebruikt worden; raadpleeg de Gebruik van een extern signaal voor een draaiende motor rubriek.
4.1.3. Gebruik van een extern signaal voor een draaiende motor
De motoruitschakelingsdetectie bepaalt of de motor draait vanuit de ingangsspanning. In bepaalde voertuigen volgt de dynamospanning de motor niet, bijvoorbeeld wanneer een dynamo langere periodes uitgeschakeld is tijdens het rijden. In een dergelijke installatie kan een signaal van het voertuig gebruikt worden om de Orion XS te melden dat de motor draait.
Een dergelijk signaal is verbonden met de remote L-pin. Terwijl het signaal aanwezig is, omzeilt het de motoruitschakelingsdetectie en laden wordt geforceerd. Terwijl het signaal afwezig is, keert de Orion XS terug naar de motoruitschakelingsdetectie, die beslist of de motor gestopt is. Voor de bedrading raadpleeg de Externe signaalbedrading draaiende motor rubriek.
Opmerking
Laat de detectie van motoruitschakeling ingeschakeld in de VictronConnect-app wanneer een extern signaal voor een draaiende motor gebruikt wordt. Het signaal forceert alleen dat het laden wordt gestart; het stoppen van het laden wanneer de motor is uitgeschakeld, blijft de taak van de motoruitschakelingsdetectie.
Waarschuwing
Wanneer de detectie van motoruitschakeling uitgeschakeld werd in de VictronConnect-app ('geforceerd laden'), wordt stroom afgenomen uit de startaccu zelfs wanneer de motor niet draait, ongeacht of er een extern signaal verbonden is. De ingangsspanningsuitsluiting is dan de enige limiet die overblijft om het laden automatisch uit te schakelen; zorg ervoor dat dit niveau niet te laag is ingesteld, in de meeste toepassingen is 12,5V voldoende laag.
Welk signaal te gebruiken
Meerdere bronnen kunnen een extern signaal leveren. Ze hebben elk hun nadelen, die het best begrepen worden alvorens er eentje te kiezen.
Signaal dat de motor van het voertuig draait:
Dit is de meest accurate bron, daar het signaal uit het eigen systeem van het voertuig komt en de motor rechtstreeks volgt. De toegang tot dit signaal kan echter lastig zijn en het kan nodig zijn om de functie in de software van de auto te activeren.
Signaal motor draait op laag toerental:
Sommige voertuigen leveren een signaal voor draaiende motor dat naar aarding wordt getrokken (minpool van de accu) terwijl de motor draait. Dit is het tegenovergestelde van wat de L-pin verwacht, dus het signaal kan niet rechtstreeks met de L-pin verbonden worden. Een relais wordt gebruikt om het om te zetten; raadpleeg de Externe signaalbedrading draaiende motor rubriek.
D+:
Het D+ signal, dat van de dynamo komt, geeft aan dat de dynamo actief is. Bij Euro 6 voertuigen wordt dit signaal vaak niet langer voorzien, het onbruikbaar makend. Er bestaan D+-simulatoren die een signaal genereren gebaseerd op de dynamospanning, maar deze werken op basis van dezelfde spanning die de motoruitschakelingsdetectie al meet; dus in een installatie waar de dynamospanning het probleem is, bieden ze dus geen voordeel.
Ontstekingsschakelaar:
Het is gebruikelijk om de contactschakelaar te gebruiken om laden in te schakelen. Hoewel deze methode op zich niet verkeerd is, laat het Orion XS toe de startaccu te ontladen wanneer het contact ingeschakeld is maar de motor niet draait. Hierdoor moet de gebruiker goed opletten wanneer hij mag opladen om een lege startaccu te voorkomen. Daarom bevelen we niet aan de contactschakelaar te gebruiken om laden in te schakelen.
Vibratiesensor:
Dit apparaat genereert een spanning wanneer het motortrillingen detecteert. Wees ervan bewust dat externe trillingen, zoals die van transport op een boot of trein, of zelfs luide muziek verward kunnen worden met een draaiende motor. Om dit te matigen, voed de trillingssensor via een ontstekingsbron, zodat het laden alleen toegelaten is als zowel het contact aan staat en er trillingen worden gedetecteerd.
CAN-bus-interface met draaiende motor uitgang:
Dit apparaat leest het commando voor het draaien van de motor dat wordt uitgezonden op de CAN-bus en zet het om in een aan/uit-signaal. Dit vereist gebruikmaken van de CAN-bus en het gemak van toegang varieert tussen auto's.
4.2. Noodomkering
De noodomkeringfunctie laadt een leeggelopen startaccu van de hulpaccu, zodat de moeder opnieuw gestart kan worden. Het is bedoeld voor situaties waar de startaccu niet langer voldoende energie behoudt om de motor aan te zwengelen, bijvoorbeeld nadat het voertuig lange tijd geparkeerd stond of wanneer de startaccu leeg is getrokken door een belasting.
Tijdens een noodomkering keert de Orion XS tijdelijk de normale laadrichting om het volgende: de energie stroomt van de hulpaccu, die op de uitgang is aangesloten, naar de startaccu, die op de ingang is aangesloten. In de VictronConnect-app wordt deze omgekeerde stroom getoond als negatieve ingangs- en uitgangsstroomwaarden.
Opmerking
Noodomkering-functie vereist Orion XS firmware v1.15 en VictronConnect v6.43 of nieuwer.
Raadpleeg voor de procedure Starten van een noodomkering.
Start voorwaarden
De noodomkeringtoets op het statusscherm van de VictronConnect-app is steeds aanwezig, maar het is alleen actief terwijl een noodomkering mogelijk is.
Een noodomkering is alleen mogelijk wanneer de Orion XS in ladermodus is en de lader uitgeschakeld is voor één of beide van de volgende redenen:
De ingangsspanninguitsluiting is actief.
De motoruitschakelingsdetectie heeft vastgesteld dat de motor niet draait.
Een remote uit blokkeert geen noodomkering. De functie blijft beschikbaar wanneer de Orion XS uitgeschakeld wordt via remote aan/uit.
De volgorde van noodomkering
Een noodomkering draait een vaste tijd en bestaat uit twee fasen:
|
Nadat de regelingsperiode beëindigd is, hervat de Orion XS normale werking.
Opmerking
De motor kan gestart worden zodra de app Accu klaar toont.
Belangrijk
Accu klaar geeft aan dat een noodomkering van 15 minuten beëindigd is. Het garandeert niet dat de startaccu het voertuig kan aanzwengelen. Een noodomkering draagt een beperkte hoeveelheid energie over naar de startaccu, het kan geen startaccu herstellen die defect is of aan het einde van zijn levensduur staat.
Omgekeerde laadstroom
De omgekeerde laadstroom is de helft van de nominale laadstroom van het apparaat. Wanneer een lagere ingangs- of uitgangsstroomlimiet ingesteld is voor normaal laden, wordt de laagste ingestelde limiet in plaats ervan gebruikt. De app vermeldt de limiet die toegepast zal worden woordat de noodomkering gestart wordt.
De startaccu is geladen tot een maximum van 14,4 V.
Om de hulpaccu te beschermen tegen diep ontladen, behoudt de Orion XS de hulpspanning aan 12 V. Wanneer de hulpaccu dit niveau benadert, wordt de omgekeerde laadstroom verlaagd zodat zoveel mogelijk energie overgebracht wordt zonder de hulpaccu te diep te ontladen.
Als de hulpaccu reeds op of onder dit niveau zit wanneer de noodomkering start, draait de functie nog steeds maar er wordt geen stroom overgedragen. Er begint pas stroom te vloeien als de spanning van de hulpaccu tijdens het opladen weer boven dat niveau stijgt, bijvoorbeeld omdat een andere laadbron de hulpaccu oplaadt.
Opmerking
Minimaliseer de belasting op de hulpaccu van andere verbonden apparaten tijdens een noodomkering.
De gevraagde omgekeerde laadstroom wordt niet altijd bereikt. Raadpleeg De omgekeerde laadstroom is laag of nul voor de mogelijke oorzaken.
Bewaking en instellingen
De staat, de ingangs- en uitgangsspanningen en de ingangs- en uitgangsstromen kan gevolgd worden in de VictronConnect-app. Het is niet nodig aangesloten te blijven met de Orion XS terwijl de sequentie draait.
De instellingen kunnen niet gewijzigd worden terwijl een noodomkering bezig is, inclusief tijdens de regelingsperiode. De instellingenpagina van de VictronConnect-app toont een melding die stelt dat de instellingen opnieuw beschikbaar zijn eens de noodomkering beëindigd is.
4.2.1. Starten van een noodomkering
Een noodomkering wordt gestart vanuit de VictronConnect-app. De Orion XS moet ingesteld worden op ladermodus, de noodomkerintoets wordt grijs weergegeven in voedingmodus.
Voor een beschrijving van de functie en de voorwaarden waaronder een noodomkering kan plaatsvinden, raadpleeg Noodomkering.
Let op
In systemen met meer dan één Orion XS parallel geschakeld verbonden, ofwel start een noodomkering op ze allemaal of schakel de anderen eerst uit.
Een Orion XS dat omgekeerd laden is, verhoogt de startaccuspanning. Een andere Orion XS die nog steeds in normale werking is, leest die stijging als een draaiende motor en begint voorwaarts te laden waardoor de twee eenheden tegen elkaar opladen.
Het resultaat is een circulatiestroom tussen de eenheden. Energie wordt getrokken uit de hulpaccu zonder de startaccu te bereiken en de motor start wellicht nog niet.
|
Stoppen van een noodomkering
Een noodomkering kan gestopt worden vóór het geëindigd is. Tik opnieuw op het motorpictogram en bevestig met STOP in het venster dat geopend wordt. OpmerkingDe regelingsperiode draait niet in dit geval: de Orion XS keert rechtstreeks terug naar normale werking. |
4.3. LED indicatoren
De Orion XS heeft 3 gekleurde LED's die de laadstatus toont. Hun betekenis en gedrag worden onderstaand uitgelegd.
LED status:
LED gedrag | Omschrijving | Symbool |
|---|---|---|
Aan | Permanent aan | |
Uit | Permanent uit | |
Zeer traag knipperen | Knipperend 1x per 1,6 sec | |
Langzaam knipperend | Knipperend 2x per 1,6 sec | |
Knipperend | Knipperend 4x per 1,6 sec | |
Snel knipperend | Knipperend 8x per 1,6 sec | |
Pulserend | Korte pulsen per 1,6 sec |
Overzicht LED indicaties:
Orion XS status | Bulk LED | Absorption LED | Float LED |
|---|---|---|---|
Uit | |||
Foutmodus | |||
Identificeer | |||
Voedingmodus | |||
Noodomkering | |||
Accu klaar | |||
Bulkmodus | |||
Absorptiemodus | |||
Druppellaad modus | |||
Opslagmodus | |||
Egalisatiemodus | |||
Herhaalde absorptiemodus | |||
BatterySafe | |||
Software update | |||
Overige |
4.4. Installeren & bewaken met VictronConnect
Dit hoofdstuk helpt bijhet meeste uit de Orion XS te halen via de VictronConnect app en vereist minimale kennis van deze acculader.
Raadpleeg, voor meer algemene informatie over de VictonConnect app, hoe het te installeren, hoe het te koppelen met het apparaat en hoe de firmware bij te werken, de VictronConnect handleiding.
4.4.1. Installatie
Met VictronConnect kunnen diverse instellingen van de Orion XS gewijzigd of aangepast worden. Dit is mogelijk via de instellingenoptie, die toegankelijk is door te klikken op het tandwielpictogram, in de rechterbovenhoek van het scherm. De instellingsopties variëren afhankelijk van de geselecteerde bedrijfsmodus.
4.4.2. Acculaadmodus instellingen
Indien in laadmodus zijn dit de beschikbare instellingen: | |
Functie: Hiermee kan gekozen worden tussen de modus "opladen" of "voeding". Als laadmodus geselecteerd wordt, dan volgt de Orion XS het laadalgoritme. Lees, voor meer informatie over het laadalgoritme, het Kenmerken hoofdstuk. | |
Acculader ingeschakeld/uitgeschakeld: De lader is standaard ingeschakeld. Gebruik de schakelaar om de lader indien nodig uit te schakelen. | |
Ingangsstroom: Beperkt de maximaal afgenomen stroom van de ingangsbron. Dit is vooral belangrijk om te hoog belasten van een dynamo of andere zwakke ingangsbronnen te voorkomen. De waarde kan aangepast worden tussen 1 A en 50 A in stappen van 0,1 A. | |
Uitgangsstroom: Beperkt de maximale uitgangsstroom. De waarde kan aangepast worden tussen 1 A en 50 A in stappen van 0,1 A. | |
Accu instellingen: Hiermee kunnen accuinstellingen worden gewijzigd om de absorptiespanning, druppellaadspanning en andere instellingen aan te passen aan de accu die wordt opgeladen; raadpleeg het Acculaadmodus - accu instellingen hoofdstuk voor details. | |
Motoruitschakelingsdetectie: Maakt selectie mogelijk van drie spanningsgrenzen en een vertragingstijd. Éénn spanningslimiet wordt gebruikt om te bepalen of de motor gestopt is en twee worden er gebruikt om te detecteren of de motor (opnieuw) draait. Normaal wordt een minimaal verschil van 0,2 V gebruikt voor optimale werking. Indien gewenst kan de bescherming door de gebruiker uitgeschakeld worden. Lees, voor meer informatie, de Automatische motoruitschakelingsdetectie en Motoruitschakelingsdetectie & ingangsspanning vergrendeling rubrieken. | |
Vergrendeling ingangsspanning: Hiermee kan gekozen worden tussen twee drempels, één voor het instellen van de vergrendelingswaarde en een andere voor de herstartwaarde. Normaal is een minimaal verschil van 0,5 V aanbevolen voor juiste werking. De bescherming kan nog steeds uitgeschakeld worden, indien vereist door de gebruiker. Lees, voor meer informatie over ingangsspanning vergrendeling, het Automatische motoruitschakelingsdetectie hoofdstuk. |
4.4.3. Acculaadmodus - accu instellingen
|
4.4.4. Voedingmodus
Orion XS [serial number] of een opgegeven aangepaste naam bevestigt het aangesloten apparaat. | ||
Modus pictogram: geeft aan in welke modus mode de Orion XS werkt (in dit geval voedingmodus). | ||
Uitgangsspanning Spanning gemeten bij de uitgangsklemmen van het apparaat. | ||
Uitgangsstroom: Uitgangsstroomsterkte | ||
Uitgangsvermogen: Uitgangsvermogen in Watt | ||
Ingangsspanning: Spanning gemeten bij de ingangsklemmen van het apparaat. | ||
Ingangsstroom: Stroom afgenomen door de lader. | ||
Ingangsvermogen: Ingangsvermogen in Watt. | ||
Waarom staat de voeding uit?: Verschijnt in plaats van de voedingmodustekst en geeft de reden weer waarom de Orion XS uitgeschakeld is. |
|
4.4.5. Instellingen voedingsmodus
Functie: Hiermee kan gekozen worden tussen de modus Opladen en Voeden. Als de voedingsmodus geselecteerd wordt, dan houdt Orion XS de uitgangsspanning stabiel, zoals gespecificeerd in de instelling. | |
Uitgang ingeschakeld/uitgeschakeld: Uitgang is standaard ingeschakeld. Gebruik de schakelaar om de uitgang indien nodig uit te schakelen. | |
Ingangsstroom: Beperkt de maximaal afgenomen stroom van de ingangsbron. | |
Uitgangsstroom: Beperkt de maximale uitgangsstroom. | |
Uitgangsspanning Hiermee kan de uitgangsspanning worden gekozen als Voedingsmodus is geselecteerd. Houd er rekening mee dat de minimale en maximale spanningen binnen de productlimiet moeten liggen (d.w.z.: 10 V tot 17 V voor een 12 V uitgang Orion XS). | |
Vergrendeling ingangsspanning: Hiermee kunnen twee drempels worden ingesteld. Eén om de vergrendelingswaarde in te stellen en een andere voor de herstartwaarde. Normaal is een minimaal verschil van 0,5 V aanbevolen voor juiste werking. |
4.4.6. Motoruitschakelingsdetectie & ingangsspanning vergrendeling
Motoruitschakelingsdetectie
Open, om instellingen van motoruitschakelingsdetectie in te stellen, VictronConnect, verbind met Orion XS en druk vanuit de statuspagina op het tandwielpictogram om naar de instellingenpagina te gaan.
De volgende instellingen kunnen gewijzigd worden met VictronConnect:
Motoruitschakelingsdetectie ingeschakeld/uitgeschakeld: De motoruitschakelingsdetectie is steeds standaard ingeschakeld als de acculadermodus geselecteerd wordt geselecteerd. Als de functie uitgeschakeld is of als de voedingsmodus geselecteerd is, dan wordt er vanuit gegaan dat de motor loopt, dus zal er geen uitschakelingsdetectie plaatsvinden. Laat de detectie van motoruitschakeling ingeschakeld wanneer er een extern signaal voor een draaiende motor is aangesloten: het signaal zorgt er alleen voor dat het laden wordt geactiveerd, en het uitschakelen van de detectie laat lader continu laden, ongeacht het signaal. Raadpleeg Gebruik van een extern signaal voor een draaiende motor. | ![]() | |
Dynamotype: Voor het type van dynamo kan gekozen worden tussen “Smart dynamo”, “Gewone dynamo” en “Gebruikergedefinieerde”. Als de "Smart dynamo”-optie geselecteerd wordt, dan worden de standaard waarden voor de smart dynamo toegepast op de instellingen voor motoruitschakelingsdetectie. Hetzelfde gebeurt als de ”Gewone dynamo" optie geselecteerd wordt. Als één van instellingen verschilt van de standaard waarden van de laatste twee opties wordt de ”gebruikergedefinieerd”-optie geselecteerd. Standaard: smart dynamo. |
| |
Startspanning (Vstart): Op dit niveau start het laden onmiddellijk. |
| |
Uitgestelde startspanning (Vstart(uitstel)): Smart dynamo's kunnen een lagere spanning genereren als de motor draait; daarom is een lager startniveau noodzakelijk voor deze systemen. Om ervoor te zorgen dat de startaccu opnieuw opgeladen wordt na het starten van de motor wordt het laden van de hulpaccu tijdens deze toestand uitgesteld. De gebruikte energie tijdens de start moet aangevuld worden om ervoor te zorgen dat de startaccu juist opgeladen blijft. |
| |
Vertraagde startspanning uitstel (tstartuitstel): Herlaadtijd voor de startaccu tijdens startspanningsmodus. Voorbeeld: Als de startmotor gedurende 5 seconden 150 A afneemt om de motor te starten, wordt ongeveer ~0.2 Ah afgenomen van de startaccu. Indien, tijdens het stationair draaien van de motor, de dynamo alleen 20 A kan opwekken, duurt het 150 A/20 A x 5 s = 37,5 s om de startaccu opnieuw te laden. |
| |
Uitschakelingspanning (Vuitschakeling): Dit niveau komt overeen met een motor die uitstaat. Dit houdt de startaccu volledig opgeladen en biedt een hysterese met respect tot het startniveau. De hysterese moet groot genoeg zijn om te voorkomen dat, als gevolg van VIN zakt tot Vuitschakeling hetgeen zou resulteren in laadstroomverlaging. Er wordt actie ondernomen nadat de t-uitschakeling timer afloopt (1 minuut); dit staat laden toe bij tijdelijk lage spanningsomstandigheden. Instellingsbereik voor start- en stopspanningen: 9 tot 35 V |
|
De standaard waarden hangen af van het geselecteerde dynamotype. Waarden worden gegeven als 12 V-systeem/24 V-systeem.
Instelling | Smart dynamo | Gewone dynamo |
|---|---|---|
Startspanning (Vstart) | 14 V / 28 V | 14 V / 28 V |
Uitgestelde startspanning (Vstart(uitstel)) | 13,3 V / 26,6 V | 13,8 V / 27,6 V |
Uitgestelde startspanning uitstel (tstartuitstel) | 120 s | 120 s |
Uitschakelingsspanning (Vuitschakeling) | 13,1 V / 26,2 V | 13,5 V / 27 V |
Wanneer de lader is uitgeschakeld omdat de motoruitschakelingsdetectie heeft vastgesteld dat de motor niet draait, of omdat de ingangsspanningsuitsluiting actief is, kan via de VictronConnect-app een noodomkering worden gestart. Raadpleeg Noodomkering.
Vergrendeling ingangsspanning
Instellen ingangsspanninguitsluiting: de ingangsspanninguitlsuiting is het minimale niveau waarop het laden is toegestaan; onder dit niveau stopt het laden onmiddellijk. Standaard (in laadmodus): uitsluiting: 12,5 V/25 V; herstart: 12,8 V/25,6 V. standaard (in voedingsmodus): uitsluiting: 10,5 V/21 V; herstart: 12 V/24 V. Als ‘geforceerd laden’ ingeschakeld wordt, dan wordt stroom uit startaccu getrokken als de motor niet draait. Het instellen van het vergrendelingsniveau op zeer laag of het deactiveren van de ingangsspanningvergrendeling kan resulteren in een uitgeputte startaccu. |
| |
Om vergrendeling ingangsspanning te installeren, zijn twee criteria belangrijk:
Voorbeeld: Bereken de spanningsval van de accukabel:
Kabelaansluitingen, externe zekeringen, temperatuur, enz. beïnvloeden de totale kabelweerstand. |
4.4.7. Productinformatiepagina
Door op de
knop rechtsboven in het menu Instellingen, is het mogelijk om naar het scherm met productinformatie te gaan:
Product toont het Orion XS model. | |
Serienummer toont het serienummer van de eenheid. | |
PIN code laat toe de PIN code te wijzigen. Het wordt aanbevolen dit uit te voeren zodat instellingen en informatie niet makkelijk toegankelijk zijn. | |
Aangepaste naamHiermee kan een aangepaste productnaam naar wens gewijzigd worden. Standaard wordt de productnaam “Orion XS” plus het serienummer weergegeven. | |
Firmware toont de firmwareversie die momenteel op het apparaat is geïnstalleerd en maakt het ook mogelijk om de lader bij te werken als dat nodig is. | |
Bluetooth: Bluetooth is standaard ingeschakeld en kan indien nodig uitgeschakeld worden. Raadpleeg, om Bluetooth opnieuw in te schakelen, het ”Hoe Bluetooth uit te schakelen en opnieuw in te schakelen" hoofdstuk in de VictronConnect handleiding. Houd er rekening mee dat opnieuw inschakelen van Bluetooth een VE.Direct naar USB interface aansluiting vereist tussen de Orion XS en een PC, Mac of Android apparaat. iOS apparaten zoals de iPhone en iPad ondersteunen geen seriële USB apparaten. | |
Direct uitlezen via Bluetooth: Gebruik de schuifknop om direct uitlezen uit te schakelen/in te schakelen. | |
Details direct uitlezen: Geeft het MAC adres en de coderingssleutel voor het apparaat weer. |
4.4.8. Monitoring
4.4.9. Acculaadmodus - tabblad status
Orion XS [serial number] of een opgegeven aangepaste naam bevestigt het aangesloten apparaat. | ||
Modus pictogram: geeft aan in welke modus de Orion XS werkt (in dit geval Ladermodus). | ||
Acculader status:
| ||
Uitgangsspanning Spanning gemeten bij de uitgangsklemmen van het apparaat. | ||
Uitgangsstroom: stroom gemeten bij de uitgangsklemmen van het apparaat. | ||
Uitgangsvermogen: Uitgangsvermogen in Watt | ||
Ingangsspanning:Spanning gemeten bij de ingangsklemmen van het apparaat. | ||
Ingangsstroom: Stroom gemeten bij de ingangsklemmen van het apparaat. | ||
Ingangsvermogen: Ingangsvermogen in Watt. | ||
Waarom staat de lader uit?: Verschijnt onder het accupictogram en geeft de reden aan waarom de Orion XS uitgeschakeld is. |
|
4.4.10. Acculaadmodus - tabblad grafiek
Orion XS [serial number] of een opgegeven aangepaste naam bevestigt het aangesloten apparaat. | |
Grafiek acculaadstatus: geeft de huidige laadstatus van de Orion XS aan en biedt een korte beschrijving van de huidige status. |
4.4.11. Geschiedenisscherm
De geschiedenispagina toont een samenvatting van de laadcycli van de vorige 40 cycli. Veeg het scherm naar rechts of links om één van de 40 cycli te tonen. Elke kolom vertegenwoordigt een cyclus. Tikken op één van de balken toont meer informatie over duur en stroom voor elk van de laadstatussen. Andere items zijn: | |
Status | |
Verstreken | |
Lading: De geaccumuleerde laadstroom | |
Onderhoud: De stroom die de accu volledig geladen houdt tijdens de druppellaad- of opslagfase. | |
Type: Gebruikte voorinstelling | |
Vstart: De laagste accuspanning aan de start van de laadcyclus | |
Vend: De laagste accuspanning aan het einde van de laadcyclus | |
Bedrijfstijd: Geaccumuleerde draaitijd van de Orion XS | |
Cycli gestart: Aantal laadcycli gestart | |
Cycli voltooid: Het aantal laadcycli voltooid (moet druppellaad- of opslagspanningsfase bereikt hebben) | |
Geladen Ah:Totaal ampère-uren geladen met de Orion XS |
4.4.12. Trends scherm
Met de VictronConnect app kunnen gegevens grafisch worden weergegeven via het trendscherm. De basisvoorwaarde is dat de VictronConnect app open en aangesloten moet worden met de Orion XS De gegevens worden niet permanent opgeslagen. De volgende parameters kunnen weergegeven worden: |
| |
|
4.4.13. Direct uitlezen over BLE
VictronConnect kan de belangrijkste gegevens van de Orion XS (en andere compatibele producten) op de Apparatenlijst weergeven zonder een koppeling te maken met het product. Dit omvat visuele berichten van waarschuwingen, alarmen en fouten die diagnose onmiddellijk inschakelen. Raadpleeg het direct uitlezen hoofdstuk in de VictronConnect handleiding voor meer informatie en hoe het in te stellen.
Het voordeel is:
|
4.5. Bewaken met een GX apparaat
![]() |
Als de Orion XS verbonden is met het GX apparaat via de VE.Direct poort, dan kan het ook bewaakt en in-/uitgeschakeld worden via een remote paneel van een GX apparaat of het VRM portaal. De volgende vereisten zijn hiervoor nodig:
Een VE.Direct kabel of een VE.Direct naar USB interface.
Optioneel een internetverbinding van het GX apparaat met het VRM portaal. Dit laat remote bewaking van overal ter wereld toe en voegt VictronConnect Remote (VC-R) functionaliteit toe. Orion XSVC-R laat remote toegang toe, zelfs zonder een rechtstreekse Bluetooth aansluiting, alsof rechtstreeks staand naast het apparaat, met dezelfde functionaliteit. Raadpleeg, voor meer details over VC-R, de VictronConnect handleiding.
Instelling
Sluit de Orion XS aan op het GX apparaat via een VE.Direct kabel. Het verschijnt dan automatisch in de apparaatlijst van het GX apparaat.
Monitoring
Tik, om naar de Orion XS detailpagina te gaan, op de Orion in de apparaatlijst. De detailpagina biedt de volgende opties:
Schakelaar: Schakelt de Orion XS in en uit. Afhankelijk van de in VictronConnect gemaakte configuratie, wordt ofwel de lader of voedingsmodus gestart. | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Ingang: Toont de ingangsspanning, stroom en het vermogen zoals gemeten op de ingangsklemmen. | |
Uitgang: toont de uitgangsspanning, stroom en het vermogen zoals gemeten op de uitgangsklemmen. | |
Status: Geeft de huidige status van de lader of voedingmodus weer. Mogelijke statussen afhankelijk van de apparaatmodus en instellingen zijn: Uit (motor draait niet, of andere reden, controleer de uit-reden in VictronConnect), bulk, absorptie, druppelladen, opslag, herhaalde absorptie, egaliseren, automatisch egaliseren, BatterySafe, Ext. bediening (geregeld door een BMS), voeding. | |
Netwerkstatus: Dit kan ofwel slaaf zijn, als geregeld door DVCC of standalone apparaat als niet geregeld door DVCC. | |
Fout: Als de Orion XS in foutstatus staat, wordt de foutcode hier weergegeven. | |
Algemene geschiedenis: Biedt een overzicht van bedrijfsduur, aantal laadcycli, geladen Ah, enz. | |
Geschiedenis laadcyclus: Biedt een overzicht van de laatste 30 laadcycli. | |
Instellingen: Geeft toegang tot een submenu waarin het type toepassing van de Orion XS kan worden ingesteld.
Apparaat: Geeft extra apparaatinformatie en maakt het mogelijk om een aangepaste apparaatnaam toe te wijzen. |
4.6. Remote sensing met VE.Smart Networking
Met VE.Smart Networking kunnen remote accuspanning, temperatuur en stroom sensoren worden toegevoegd aan de Orion XS indien gekoppeld aan een accusensor zoals een BMV, SmartShunt of Smart Battery Sense. De Orion XS ontvangt de beschikbare informatie van de accu en gebruikt die gegevens om de laadparameters te optimaliseren.
De gemeten accustroom wordt gebruikt voor de staartstroominstelling terwijl de accutemperatuur gebruikt wordt voor spanningscompensatie en beveiliging.
De gemeten accuspanning wordt gebruikt om te compenseren voor spanningsverlies over de accukabels. Compenseren voor spanningsverlies maakt een verschil in spanning gemeten bij de Orion XS connector en de accu aansluitklemmen:
VOrionXSconnector = Vaccu + Vcompensatie
Opmerking
Spanningsverliescompensatie (Vcompensatie) verzadigt op 2 V.
Effecten als de accu ontkoppeld is
Door de accu te ontkoppelen, is de fysieke aansluiting tussen de acculader en de remote sensor verloren. De lader "weet" niet dat de accu ontkoppeld is en verhoogt de uitgangsspanning om te compenseren voor het spanningsverschil. In dit geval stijgt de uitgangsspanning tot het het verzadigingsniveau bereikt (=2 V). B.v. met Vaccu=12,6 V, de uitgangsspanning (Vconnector) verzadigt op 14,6 V.
Hoewel het geen probleem is dat de Orion XS een hogere spanning oplevert, kan het verwarrend zijn bij het analyseren van de spanningsniveaus in een systeem en het vergelijken ervan met de waarden van VictronConnect/ het GX apparaat. Zorg er bij het analyseren dan ook voor dat alle noodzakelijke fysieke aansluitingen gemaakt zijn.

















