Lynx Smart BMS

9. Probleemoplossing en ondersteuning

In deze sectie:

Raadpleeg dit hoofdstuk in geval van onverwacht gedrag of indien u een product fout vermoed.

Het juiste probleemoplossing en ondersteunings proces is om als eerste de veelvoorkomende problemen te raadplegen zoals beschreven worden in dit hoofdstuk.

Mocht dit het probleem niet oplossen, neem dan contact op met het verkoop punt voor technische ondersteuning. Wanneer het verkoop punt onbekend is, ga naar de Victron Energy support webpagina.

9.1. De Lynx Smart BMS start niet op

Dit kan worden veroorzaakt door een van de volgende redenen:

Geen accuvoeding

Geen LED’s zijn aan op de Lynx Smart BMS. Controleer het accuvoedingsvoltage naar de Lynx Smart BMS. Controleer kabels en zekeringen aan de accuzijde. Het kan ook zo zijn dat de Lynx Smart BMS in sluimerstand is. Voor meer informatie hierover zie paragraaf Inschakelen.

Omgekeerde accuvoeding

Controleer de polariteit van het voedingsvoltage naar de Lynx Smart BMS. Als de polariteit omgekeerd is, corrigeer dan de polariteitsfout. De unit zou nu aan moeten gaan.

Externe aan / uit-schakelaar uit of draadlus ontbreekt

De externe aan / uit-schakelaar moet aan zijn (of de draadlus moet geplaatst zijn in de externe aan / uit-aansluitingen).

Accuvoltage problemen

De Lynx Smart BMS zal bij de eerste installatie automatisch het accuvoltage detecteren. Het wordt ingesteld op 12 V, 24 V of 48 V. Elke ingesteld voltage heeft een specifiek accuvoltagebereik (drempel). Als de Lynx Smart BMS een voltage meet dat buiten deze drempels valt, wordt een van deze alarmen gegenereerd:

  • Waarschijnlijk verkeerd systeemvoltage - de rode LED knippert 7 keer elke 4 seconden.

    Dit wordt gegenereerd wanneer het systeemvoltage niet kan worden bepaald of wanneer het DC-systeemvoltage veel hoger is dan het ingestelde systeemvoltage.

  • Accuvoltage niet toegestaan - de rode LED knippert 14 keer elke 4 seconden.

Controleer de accu-instellingen of het accuvoltage om dit op te lossen.

Deze tabel bevat de voltagedrempels voor elk systeemvoltage:

Systeemvoltage

Voltagedrempel

12 V

Tussen 9 V en 15 V

24 V

Tussen 16 V en 30 V

48 V

Tussen 32 V en 60 V

Voorlaadfouten

De Lynx Smart BMS laadt de aangesloten belasting vooraf op. Zodra het voorladen is voltooid, wordt de contactor gesloten en is de Lynx Smart BMS operationeel. Er zijn twee specifieke fouten die kunnen worden gegenereerd tijdens het voorlaadproces:

  • Voorlaad hoge stroom - de rode LED knippert 6 keer elke 4 seconden. De voorgeladen energie of stroom is overschreden.

  • Voorlaad time-out - de rode LED knippert 5 keer elke 4 seconden.  Het duurt te lang voordat het voorlaadproces is voltooid.

Voorlaadfouten worden meestal veroorzaakt door:

  • Een kortsluiting op de belastingsuitgang - mogelijk veroorzaakt door een defecte belasting of als er een bedradingsprobleem is, zoals een kortsluiting.

  • Belastingen met een te hoge capaciteit of een te lage weerstand (minder dan 20 Ohm) zijn aangesloten op de belastingsuitgang.

Om deze fouten te verhelpen, moet u enkele belastingen of laders uitschakelen of verwijderen en bedradingsproblemen of kortsluiting uitsluiten.

Interne fout

Neem contact op met uw Victron-leverancier als een van de volgende fouten optreedt:

  • Interne voedingsfout - de rode LED knippert 12 keer elke 4 seconden

  • Initialisatiefout - de rode LED knippert 9 keer elke 4 seconden

  • Contactorfout - de rode LED knippert 10 keer elke 4 seconden

  • Hardwarefout - GX-apparaat alarmkalibratie kwijt - GX-apparaatalarm

9.2. Lynx Smart BMS operationele problemen

Hoge ontlaadstroom

Er wordt een hoogstroomalarm gegeven als de stroom langer dan 5 minuten hoger is dan 600 A. De rode LED knippert 8 keer elke 4 seconden. Verlaag de belastingen die op de Lynx Smart BMS zijn aangesloten, zodat de stroom door de Lynx Smart BMS onder de 500 A komt.

Hoge laadstroom

Er wordt een hoogstroomalarm gegeven als de stroom langer dan 5 minuten hoger is dan 600 A. De rode LED knippert 8 keer elke 4 seconden. Schakel laders uit zodat de stroom door de Lynx Smart BMS onder de 500 A komt.  

Contactor (relais) problemen

De Lynx Smart BMS is uitgerust met 3 beschermingen:

Overstroombescherming: Er wordt een alarm gegenereerd wanneer de stroom gedurende 5 minuten 600 A overschrijdt.

Contactorvoltage bewaking: Er wordt een alarm gegenereerd als het voltage over de contactor hoger is dan 0,5 V. Een hoog voltage duidt op hoge weerstand en hoge vermogensdissipatie duidt op een slechte contactor.

Elektrische / mechanische bescherming: Er zijn 2 thermische schakelaars op de busbar gemonteerd. De contactor gaat open en er wordt een alarm gegenereerd wanneer de temperatuur van de busbars hoger wordt dan 130 °C.  

Hoge BMS-temperatuur

Controleer de omgevingstemperatuur en controleer of de ventilatoren draaien. Verlaag de omgevingstemperatuur.

Instellingen ongeldig

De instellingsgegevens zijn beschadigd, zet terug naar de fabrieksinstellingen.

9.3. BMS-problemen

9.3.1. Het BMS schakelt de acculader regelmatig uit

Een gebalanceerde accu schakelt de acculader niet uit, zelfs niet als de accu's volledig zijn opgeladen. Maar wanneer het BMS de acculader vaak uitschakelt, is dit een indicatie ongebalanceerde cellen.

In geval van matige of zeer ongebalanceerde cellen zal de BMS de acculader vaak uitschakelen. Dit is het mechanisme achter deze activiteit:

Zodra een cel 3,75 V bereikt, schakelt het BMS de acculader uit. Terwijl de acculader is uitgeschakeld, gaat het celbalanceringsproces nog steeds door, waardoor energie van de hoogste cel naar aangrenzende cellen wordt verplaatst. De hoogste celspanning daalt en zodra deze onder 3,6 V is gekomen zal de acculader weer ingeschakeld worden. Deze cyclus duurt meestal tussen de één en drie minuten. De spanning van de hoogste cel zal snel weer stijgen (dit kan binnen enkele seconden zijn) waarna de acculader opnieuw wordt uitgeschakeld, enzovoort. Dit duidt niet op een probleem met de accu of de cellen. Het zal doorgaan met deze actie totdat alle cellen volledig zijn opgeladen en gebalanceerd. Dit proces kan enkele uren duren. Het hangt af van de mate van onbalans In geval van ernstige onbalans kan dit proces tot 12 uur duren. Het balanceren zal tijdens dit proces doorgaan en balanceren vindt zelfs plaats wanneer de acculader is uitgeschakeld. Het continu in- en uitschakelen van de acculader kan vreemd lijken, maar dit is geen probleem. Het BMS beschermt alleen de cellen tegen overspanning.

9.3.2. Het BMS schakelt acculaders voortijdig uit

Dit kan komen door ongebalanceerde cellen. Eén cel in de accu heeft een celspanning boven de 3,75 V. Controleer de celspanningen van alle accu's die zijn aangesloten op het BMS.

9.3.3. Het BMS schakelt de belastingen voortijdig uit

Dit kan komen door ongebalanceerde cellen.

Als een cel in de accu een celvoltage heeft dat lager is dan de instelling “Toegestaan te ontladen”, zal het BMS de belasting uitschakelen. Het “Toegestaan te ontladen”-niveau kan ingesteld worden tussen 2,6 V en 2,8 V. Het standaardniveau is 2,8 V.

Controleer de celvoltages van alle accu’s die op het BMS zijn aangesloten met behulp van de VictronConnect-app. Controleer ook of alle accu’s dezelfde instellingen hebben voor “Toegestaan te ontladen”.

Zodra de belastingen zijn uitgeschakeld vanwege een laag celvoltage, moet het celvoltage van alle cellen 3,2 V of hoger zijn voordat het BMS de belastingen weer inschakelt.

9.3.4. De vooralarminstelling ontbreekt in VictronConnect

Het vooralarm is alleen beschikbaar als de accu dit ondersteunt. De huidige accumodellen ondersteunen dit allemaal, maar oudere accu's zijn niet voorzien van de hardware die nodig is voor de vooralarmfunctie.

9.3.5. Het BMS geeft alarm weer terwijl alle celspanningen binnen hun bereik liggen

Een mogelijke oorzaak is een losse of beschadigde BMS-kabel of aansluiting. Controleer alle BMS-kabels en aansluitingen.

Controleer eerst of de celspanning en temperatuur van alle aangesloten accu's binnen het aangegeven bereik liggen. Als ze allemaal binnen het aangegeven bereik liggen, volg dan een van de volgende procedures.

Houd er ook rekening mee dat als er eenmaal een alarm voor celonderspanning is gegeven, de celspanning van alle cellen moet worden verhoogd tot 3,2 V voordat de accu het alarm voor onderspanning stopt.

Een manier om uit te sluiten of een storing afkomstig is van een defecte BMS of van een defecte accu, is om het BMS te controleren met behulp van een van de volgende BMS-testprocedures:

Controle van een enkele accu en BMS:

  • Koppel beide BMS-kabels los van het BMS.

  • Sluit een enkele BMS-verlengkabel aan op beide BMS-kabelaansluitingen. De BMS-kabel moet in een lus worden aangesloten, zoals in het onderstaande diagram. De lus laat het BMS denken dat er een accu is aangesloten zonder alarmen.

  • Als het alarm nog steeds actief is nadat de lus is geplaatst, is het BMS defect.

  • Als het BMS het alarm heeft gewist nadat de lus is geplaatst, is de accu defect en is het BMS niet defect.

Lynx_Smart_BMS_-_troubleshooting_BMS.svg

Het testen van een Lynx Smart BMS door een enkele BMS-verlengkabel aan te sluiten op beide BMS-kabelaansluitingen

Controle van meerdere accu's en BMS:

  • Omzeil een van de accu's door beide BMS-kabels los te koppelen

  • Sluit de BMS-kabels van de volgende accu's (of accu en BMS) aan op elkaar, waarbij de accu effectief wordt omzeild.

  • Controleer of het BMS zijn alarm heeft gestopt.

  • Als het alarm niet is gestopt, herhaalt u dit voor de volgende accu.

  • Als het alarm nog steeds actief is nadat alle accu's zijn omzeild, is de BMS defect.

  • Als het BMS zijn alarm stopt op het moment dat een bepaalde accu werd omzeild, is die specifieke accu defect.

Testing_BMS_-_Eliminating_a_battery.svg

Een BMS-fout elimineren door een verdachte accu te omzeilen

9.3.6. Hoe te testen of de BMS functioneel is

Als u wilt testen of de BMS functioneel is, koppelt u één van de BMS-kabels los en kijkt u of de BMS de alarmmodus activeert.

Testing_BMS_-_Functionality.svg

Controleer de BMS-functionaliteit door opzettelijk een BMS-kabel los te maken

9.3.7. Systeem in slaap- of sluimerstand

Dit wordt aangegeven doordat de status-LED uit is en de Bluetooth-LED elke 3 seconden knippert.

De Lynx Smart BMS gaat in slaap- of sluimerstand zodra de accu of een accucel diep ontladen is. De Lynx Smart BMS zal zoveel mogelijk stroom besparen, om de accu niet veel verder te ontladen. De Bluetooth-module is nog steeds actief, maar andere niet-essentiële interne circuits zullen uitschakelen, inclusief stroom naar de Lynx Distributor(s).

Controleer de votlages van de aangesloten accu’s en laad de accu’s op wanneer deze laag zijn. Zodra de Lynx Smart BMS een laadvoltage ziet, wordt deze automatisch opnieuw geactiveerd en sluit de contactor om de accu te laden.

9.3.8. Accucommunicatiefout

Dit wordt aangegeven door de rode LED die elke 4 seconden 2 keer knippert of door de BMS-kabelfout van het GX-apparaat. Er treedt een accucommunicatiefout op wanneer de Lynx Smart BMS niet is aangesloten op de BMS-communicatiekabels van de accu, of als er een probleem is met de BMS-kabels. Controleer het volgende om deze fout te verhelpen:

  • Controleer of beide accukabels zijn aangesloten op de Lynx Smart BMS.

  • Controleer in het geval van een opstelling met meerdere accu’s of alle accu’s met elkaar zijn verbonden

  • Controleer op losse verbindingen, de mannelijke connector moet “handvast” in de vrouwelijke connector worden geschroefd.

9.4. Accubewaker problemen

9.4.1. Onvolledige stroomlezing

De negatieven van alle belastingen en de laadbronnen in het systeem moeten verbonden worden met de systeem min kant van de Lynx Smart BMS.

Wanneer de negatieve van een lading of een laadbron direct is verbonden met de negatieve accu-aansluiting of de “accu min” kant op de Lynx Smart BMS zal de stroom niet door de accumonitor gaan en zal uitgesloten worden van de totale stroommeting en de laadstatus meting.

De SmartShunt geeft een hogere laadstatus weer dan de werkelijke oplaadstatus van de accu.

9.4.2. Onjuiste oplaadstatus

Een onjuiste laadstatus kan veroorzaakt worden door meerdere redenen.

Incorrect accu instellingen

De volgende parameter(s) zullen effect hebben op de laadstatus berekeningen wanneer deze incorrect zijn ingesteld:

  • Accucapaciteit

Incorrect laadstatus door een synchronisatie probleem:

De laadstatus is een berekende waarde en zal zo nu en dan gereset (gesynchroniseerd) moeten worden.

Het synchronisatie proces is automatisch en zal elke keer wanneer de accu volledig is opgeladen uitgevoerd worden. De accumonitor bepaald dat de accu volledig geladen is wanneer aan alle 3 “geladen” condities voldaan zijn. De “geladen” condities zijn:

  • Geladen voltage (Voltage)

  • Staartstroom (% van accucapaciteit)

  • Laad detectie tijd (minuten)

Praktisch voorbeeld van de condities waaraan voldaan moet zijn voordat een synchronisatie zal plaatsvinden:

  • Het accuvoltage moet boven de 13,8 V zijn

  • De laadstroom moet minder dan 0,04 x de accucapaciteit (Ah) zijn. Voor een 200 Ah accu is dit 0,04 x 200 = 8 A

  • Beide bovenstaande condities moeten stabiel zijn voor 3 minuten

Wanneer de accu niet volledig geladen wordt of wanneer de automatische synchronisatie niet uitgevoerd wordt zal de laadstatus af gaan wijken en zal uiteindelijke niet de daadwerkelijke laadstatus van de accu weergeven.

De volgende parameter(s) zullen een effect hebben op de automatisch synchronisatie indien deze niet juist zijn ingesteld:

  • Spanning bij opgeladen

  • Staartstroom

  • Detectietijd bij opgeladen

  • Niet af en toe de accu volledig opladen

Voor meer informatie over deze parameters bekijk het hoofdstuk: “Accu instellingen”.

Onjuiste laadstatus door onjuiste stroommeting:

De laadstatus wordt berekend door te kijken hoeveel stroom en uit de accu stroomt. Als de huidige waarde onjuist is, is de oplaadstatus ook onjuist. Bekijk paragraaf Incomplete stroommeting

9.4.3. Laadstatus ontbreekt

Dit betekend dat de accumonitor in een niet-gesynchroniseerde status is. Dit kan gebeuren wanneer de Lynx Smart BMS zojuist is geïnstalleerd of nadat de Lynx Smart BMS geen stroom had voor een tijdje en opnieuw wordt opgestart.

Om dit op te lossen, laad de accu volledig op. Wanneer de accu dicht bij een volledige lading is zou de accumonitor automatisch moeten synchroniseren. Wanneer dat niet werkt, bekijk de synchronisatie instellingen.

9.4.4. Laadstatus neemt niet snel genoeg toe of te snel tijdens het laden

Dit kan gebeuren wanneer de accumonitor denkt dat de accu groter of kleiner is dan in realiteit. Controleer of de accucapaciteit correct is ingesteld.Het instellen van de configuratie van de accucapaciteit

9.4.5. Problemen met synchronisatie

Wanneer de accumonitor niet automatisch synchroniseert kan het mogelijk zijn dat de accu nooit zijn volledig opgeladen status bereikt. Laad de accu volledig op en kijk of de oplaadstatus uiteindelijk 100 % aangeeft.

9.5. Problemen met VictronConnect

Kan geen verbinding maken met de VictronConnect-app

Het is hoogst onwaarschijnlijk dat de Bluetooth-interface defect is. Dit zijn enkele tips om te proberen voordat u ondersteuning zoekt:

  • Is het accuvoltage nog steeds hoog genoeg? Als het accuvoltage tot een zeer laag niveau zakt, zal de Lynx Smart BMS uiteindelijk alle interne electronica uitschakelen, inclusief de Bluetooth-interface.

  • Is er al een andere telefoon of tablet op het product aangesloten? Er kan slechts één telefoon of tablet tegelijk worden aangesloten. Zorg ervoor dat er geen andere apparaten zijn aangesloten en probeer het opnieuw.

  • Bent u dicht genoeg bij de accu? In de open ruimte is de maximale afstand ongeveer 20 meter.

  • Gebruikt u de Windows-versie van de VictronConnect-app? De Windows-versie kan Bluetooth niet gebruiken. Gebruik in plaats daarvan een Android-, iOS- of macOS-apparaat.

  • Is Bluetooth uitgeschakeld in VictronConnect-instellingen?

  • Is er een probleem met VictronConnect? Probeer verbinding te maken met een ander Victron-product. Werkt dit? Als dat ook niet werkt, is er waarschijnlijk een probleem met de telefoon of tablet. Raadpleeg de sectie Probleemoplossing van de VictronConnect-handleiding.

Pincode verloren

Als u de pincode kwijt bent, moet u de pincode terugzetten naar de standaard pincode. Dit gebeurt in de VictronConnect-app.

  • Navigeer naar de apparaatlijst van de VictronConnect-app. Klik op het optie-symbool VC_3dots.png naast de productvermelding.

  • Er wordt een nieuw venster geopend waarmee u de pincode terug kunt zetten naar de standaardinstelling: 000000.

  • Voer de unieke PUK-code van de accu in zoals afgedrukt op de productinformatiesticker op het product.

  • Meer informatie en specifieke instructies zijn te vinden in de VictronConnect-handleiding.

Onderbroken firmware-update

Dit is herstelbaar. Probeer eenvoudigweg de firmware opnieuw bij te werken.

9.6. GX-Apparaat problemen

Dit hoofdstuk beschrijft alleen de meest voorkomende problemen. Als dit hoofdstuk uw probleem niet oplost, raadpleeg de handleiding van het GX-apparaat.

Incorrect CAN-busprofiel geselecteerd

Controleer of VE.Can is ingesteld op het juiste CAN-busprofiel. Navigeer naar instellingen / services / VE.Can-poort en controleer of dit is ingesteld op “VE.Can en Lynx Ion BMS 250 kb”.

RJ45-Busafsluiter of kabel problemen

VE.Can-apparaten kunnen in keten met elkaar verbonden worden en een RJ45-busafsluiter moet gebruikt worden op het eerste en laatste apparaat in de keten.

Gebruik bij het verbinden van VE.Can-apparaten altijd vooraf gefabriceerde RJ45 UTP-kabels. Fabriceer de kabels niet zelf. Veel communicatieproblemen en andere schijnbaar niet-gerelateerde productproblemen worden veroorzaakt door slechte zelfgemaakte kabels.