2. Installatie
2.1. Wat zit er in de doos
De accuschakelaar wordt geleverd met de volgende items:
Accuschakelaar
Instructieboekje met een montage-sjabloon
Verwisselbare labels
4 montageschroeven
2.2. Montage
De accuschakelaar kan op twee manieren gemonteerd worden
Oppervlaktemontage
Achterpaneelmontage

Twee verschillende manieren om te monteren.
De verpakking van de accuschakelaar bevat een uitsnede met de daadwerkelijke grootte. Gebruik deze om de schroefgaten te markeren en, in geval van achterpaneelmontage, om het gat voor de knop te markeren. Voor alle afmetingen van de accuschakelaar, zie het Afmetingen behuizing-hoofdstuk.
Schroefgaten. 4 gaten, één op elke hoek.
Montagegat voor achterpaneelmontage.

Montagegat-sjabloon Niet op schaal, gebruik de uitsnede in de accuschakelaar verpakking.
2.3. Labels
De accuschakelaar wordt geleverd met een labelvel dat 16 verschillende labels bevat.
Kies het label dat het beste overeen komt met het circuit waarin de accuschakelaar gebruikt wordt.
Verwijder het label van het labelvel en plaats deze op de accuschakelaar zoals te zien is in onderstaande afbeelding.
Labelvel |
Opplakken label |
2.4. Bedrading
Sluit de accuschakelaar op de volgende manier aan:
Koppel de positieve accuklem los.
Monteer de accuschakelaar op het gewenste oppervlak (oppervlaktemontage) of paneel (achterpaneelmontage).
Verwijder de juiste zijkant voor toegang voor de kabels. Verwijder niet de zijkant die naar boven toe wijst aangezien dan via de bovenkant water in de schakelaar kan komen.
Gebruik 120 mm² (4/0 AWG) kabels op alle klemmen om te voldoen aan de stroomwaarde van de accuschakelaar.
Sluit een positieve klem aan op de positieve accukabel. Sluit de andere klem aan op de positieve kabel van dynamo, belasting of tweede accu (afhankelijk van het installatietype).
Let er op dat alle moertjes en borgringetjes juist zijn vastgezet en dat de moertjes zijn aangedraaid met het aanbevolen aandraaimoment van 8 Nm (maximaal 12,5 Nm).
Sluit de positieve accuklem opnieuw aan.

